Cumarine of DOAC bij kwetsbare ouderen met atriumfibrilleren?

Illustratie van een cardiogram
Dubbelpublicatie
Linda P.T. Joosten
Sander van Doorn
Martin E.W. Hemels
Menno V. Huisman
Frans H. Rutten
Geert-Jan Geersing
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2024;168:D8026
Abstract

Er zijn meerdere gerandomiseerde studies verricht naar de optimale antistollingsbehandeling bij atriumfibrilleren, maar niet onder kwetsbare ouderen. Deze patiënten gebruiken vaak al jaren een cumarine. Kunnen ze beter overstappen op een direct werkend oraal anticoagulans, zoals bij jongere patiënten wordt aanbevolen?

Samenvatting

Doel

Onderzoeken of kwetsbare ouderen met atriumfibrilleren (AF) die nu een vitamine K-antagonist gebruiken (VKA) beter kunnen overstappen op een direct werkend oraal anticoagulans (DOAC).

Opzet

Gerandomiseerde klinische trial.

Methoden

662 kwetsbare ouderen met AF stapten over op een DOAC en 661 patiënten gingen door met de VKA-behandeling. De primaire uitkomstmaat was een majeure of klinisch relevante, niet-majeure bloeding gedurende een follow-upperiode van een jaar. De secundaire uitkomstmaat was een trombo-embolische gebeurtenis.

Resultaten

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 83 jaar. In de DOAC-groep traden 101 bloedingen (15,3%) op; in de VKA-groep 62 bloedingen (9,4%). Dat betekent een toename van 69% in het aantal bloedingen door de overstap naar een DOAC (p = 0,001). Het aantal trombo-embolische gebeurtenissen was niet significant verschillend tussen beide groepen.

Conclusie

Switchen van een VKA naar een DOAC bij kwetsbare ouderen met AF leidt tot 69% meer bloedingen; het risico op een trombo-embolische gebeurtenis blijft gelijk.

Auteursinformatie

UMC Utrecht, afd. Huisartsgeneeskunde en Verplegingswetenschap, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijnsgeneeskunde, Utrecht: drs. L.P.T. Joosten, dr. S. van Doorn, prof.dr. F.H. Rutten en dr. G.J. Geersing, huisartsen. Rijnstate Ziekenhuis, afd. Cardiologie, Arnhem: dr. M.E.W. Hemels, cardioloog (tevens: Radboudumc, afd. Cardiologie, Nijmegen). LUMC, afd. Trombose en Hemostase, Leiden: prof.dr. M.V. Huisman, internist.

Contact G.J. Geersing (g.j.geersing@umcutrecht.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Linda P.T. Joosten ICMJE-formulier
Sander van Doorn ICMJE-formulier
Martin E.W. Hemels ICMJE-formulier
Menno V. Huisman ICMJE-formulier
Frans H. Rutten ICMJE-formulier
Geert-Jan Geersing ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Farmacotherapie
Huisartsgeneeskunde
Dit artikel wordt besproken in#31 Nieuwe antistollingsmedicatie?
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Janna Gezina
koppe

geachte auteurs

Met interesse uw artikel gelezen en ik ben ook geschrokken, omdat een goede vriend van mij de switch maakte van coumarine naar DOAC. Hoe hebt u de overgang van de coumarine behandeling naar DOAC gemonitored wat betreft de bloedstolling, op geleide van de INR of op geleide van het vitamine  K gehalte bij de patienten. Het laatste is veel betrouwbaarder. Voorts op welk tijdstip na de overgang deden de bloedingen zich voor?  Heeft u een reprint voor mij van uw oorspronkelijke artikel in Circulation? 

Janna Koppe, gepensioneerd neonatoloog
Herbert
Rolden

Een prijzenswaardig onderzoek. Rond de opkomt van DOAC's hebben collega's en ik ook gekeken naar de vraag wat subgroep-analyses en postmarketing onderzoek ons leert over de toepassing op patiënten die de medicijnen daadwerkelijk gingen gebruiken. Jammer genoeg - en tegelijkertijd niet tegen de verwachting in - was daar nog weinig over bekend en maakten we ons zorgen over het gebruik van DOAC's in specifieke patiëntpopulaties, waaronder premenopauzale vrouwen en ouderen. Uw onderzoek levert een belangrijke bijdrage. Verrassend genoeg druist het tegen de huidige evidence in, maar daarom des te belangrijker om notie van te nemen.

 

Het is betreurenswaardig om te zien dat dergelijk onderzoek moet plaatsvinden zo'n 15 jaar na de eerste DOAC op de markt kwam. Er zullen nu ongetwijfeld artsen zijn die deze uitkomsten heel graag eerder hadden gezien, temeer omdat kwetsbare ouderen een aanzienlijk deel uitmaken van de totale groep patiënten die deze middelen gebruiken. Iets dat denk ik ook tot uiting komt in de reactie van mevrouw Koppe.

 

Is het overigens, naar de inschatting van de auteurs, ook te verwachten dat er verschillen zijn tussen de varianten van DOAC's die voorgeschreven kunnen worden? Misschien is er één die minder vaak geassocieerd is met het risico op hevige bloedingen, of juist één die vooral bepalend is geweest voor de verrassende bevinding in dit onderzoek.

Herbert Rolden, senior onderzoeker Hanzehogeschool Groningen
Literatuur

Rolden HJA et al. Closing the information gap between clinical and postmarketing trials: the case of dabigatran. European Heart Journal - Cardiovascular Pharmacotherapy, Volume 1, Issue 3, July 2015, Pages 153–156, https://doi.org/10.1093/ehjcvp/pvv020

 

Rolden HJA et al. Uncertainty on the effectiveness and safety of rivaroxaban in premenopausal women with atrial fibrillation: empirical evidence needed. BMC Cardiovasc Disord 17, 260 (2017). https://doi.org/10.1186/s12872-017-0692-1