Cochleaire implantaten

Klinische praktijk
C.W.R.J. Cremers
J.P.L. Brokx
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1987;131:735-7

William House was de eerste die een intracochleaire elektrode plaatste (1961) en hij was met zijn team wederom de eerste die volgens een goed opgesteld plan begon om bij doven een cochleair implantaat, ofte wel elektrische binnenoorprothese, te plaatsen (1973). Tot nu toe werd alleen al door deze groep in Los Angeles bij meer dan 500 dove volwassenen een intracochleaire elektrode geplaatst en, sinds 1980, ook bij meer dan 200 kinderen. Het initiatief vond al gauw navolging. Andere groepen gingen aan het werk en ontwikkelden nieuwe één- en meerkanaals intra- en later ook extracochleaire systemen. In Europa geschiedde dat te Parijs, Wenen, KeuLen-Düren, Londen en Antwerpen-Leuven.

Ernstige en zelfs vijandige kritiek, niet alleen van gehoorfysiologen, bleef deze pioniers niet bespaard. Deze kritiek is begrijpelijk omdat ‘doven kunnen weer horen’ de indruk wekte dat volledig doven met behulp van een cochleair implantaat weer normaal spraak zouden kunnen verstaan. Daarom trok in…

Auteursinformatie

St. Radboudziekenhuis, Universiteitkliniek voor Keel-, Neus- en Oorheelkunde, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Dr.C.W.R.J.Cremers, KNO-arts; dr.ir.J.P.L.Brokx, fysicus-audioloog.

Contact dr.C.W.R.J.Cremers

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties