Carcinogeniteitsonderzoek bij proefdieren. I. Opzet en uitvoering

Klinische praktijk
V.J. Feron
F. de Vrijer
C.A. van der Heijden
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:1049-51

Zie ook de artikelen op bl. 1044, 1045 en 1051.

Inleiding

In carcinogeniteitsonderzoek wordt door middel van een langdurige dierproef vastgesteld of een chemische stof al dan niet carcinogeen (kankerverwekkend) is. Hiertoe worden groepen proefdieren veelal gedurende het grootste deel van hun leven blootgesteld aan verschillende doses van de te onderzoeken stof en wordt nagegaan of deze blootstelling leidt tot het optreden van (een groter aantal) kwaadaardige tumoren. Aan carcinogeniteitsonderzoek worden hoge kwaliteitseisen gesteld, onder meer omdat de resultaten ervan vaak de basis vormen voor de schatting van het kankerrisico voor mensen die aan de onderzochte stof worden blootgesteld. Voorts is algemeen aanvaard dat blootstelling aan een stof geen aanmerkelijk kankerrisico voor de mens inhoudt als carcinogeniteitsonderzoek bij twee verschillende soorten proefdieren geen aanwijzingen oplevert voor kankerverwekkende activiteit.1

Een carcinogeniteitsproef is zeer tijdrovend en kostbaar (800.000 tot 1.500.000 gulden), allereerst vanwege de lange duur (circa 4 jaar), maar…

Auteursinformatie

Instituut CIVO-Toxicologie en Voeding TNO, Zeist.

Dr.V.J.Feron, dierpatholoogtoxicoloog; mw.F.de Vrijer, literatuuronderzoekster.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Bilthoven.

Drs.C.A.van der Heijden, dierpatholoogtoxicoloog.

Contact prof.dr.ir.R.J.J.Hermus, Instituut CIVO-Toxicologie en Voeding TNO, Postbus 360, 3700 AJ Zeist

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties