Behandeling slaapapneu verbetert cardiovasculair risicoprofiel

Esther van Osselen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:C2227

Behandeling van slaapapneu helpt bloeddruk, dyslipidemie, insulineresistentie en inflammatie te verminderen. Daarbij is het effect van vermindering van ernstig overgewicht – al dan niet in combinatie met nachtelijke ‘continuous positive airway pressure’ (CPAP) – groter dan dat van CPAP alleen. Nachtelijke zuurstoftherapie verlaagt de bloeddruk van patiënten met obstructieve-slaapapneusyndroom (OSAS) niet.

Dat zijn de uitkomsten van 2 trials in NEJM. Julio Chirinos (University of Pennsylvania) en collega’s vergeleken de effecten van CPAP en gewichtsverlies op inflammatie, dyslipidemie, insulineresistentie en bloeddruk (NEJM. 2014;370:2265-75). Daniel Gottlieb (Harvard Medical School) en zijn collega’s screenden patiënten op cardiologiepoli’s op de aanwezigheid van OSAS en vergeleken het effect van CPAP en nachtelijke zuurstoftoediening op de bloeddruk (NEJM. 2014;370:2276-85). Bij CPAP krijgen patiënten via een beademingsapparaat continu lichte overdruk in de luchtwegen, waardoor geen obstructie optreedt.

Chirinos et al. includeerden 181 obese patiënten (BMI: > 30 kg/m2) met matige tot ernstige OSAS (meer dan 15 apneus of hypopneus per uur). Zij kregen ofwel CPAP ofwel een afvalprogramma met dieetvoeding (1200-1800 kcal) en lichaamsbeweging (4 maal 50 min per week), ofwel een combinatie van de twee. In de ‘intention to treat’-analyse waren de deelnemers aan het afvalprogramma na een half jaar voor alle uitkomsten beter af dan patiënten met alleen CPAP.

In een ‘per protocol’-analyse van de 90 patiënten die therapietrouw waren bij CPAP en/of meer dan 5% lichaamsgewicht waren afgevallen, was het gunstige effect van afvallen nog duidelijker. In deze analyse hadden patiënten met combinatietherapie een sterkere bloeddrukverlaging dan de andere 2 groepen: 14,1 mmHg tegen 6,8 mmHg na afvallen alleen, en 3,0 mm Hg bij uitsluitend CPAP. Onduidelijk is of gewichtsverlies ook leidde tot afname van het aantal nachtelijke apneus. Dit verband is in eerder onderzoek wel aangetoond.

Gottlieb et al. vonden kleinere effecten op de bloeddruk. Hun populatie bestond dan ook uit patiënten die reeds een cardioloog bezochten en combinatietherapie ontvingen voor hun hypertensie. Bijna 850 patiënten werden gescreend op matige OSAS (15-50 apneus of hypopneus per uur). De 318 nieuwe OSAS-patiënten die werden ontdekt, kregen ofwel CPAP, ofwel zuurstoftherapie, ofwel uitsluitend gezondheidsvoorlichting. Na 3 maanden was de gemiddelde systolische 24-uursbloeddruk in de CPAP-groep 2,4 mmHg lager dan in de controlegroep, en 2,8 mmHg lager dan in de groep die ’s nachts zuurstof kreeg. Daarbij is het dus van belang dat al vóór de interventie bij alle 3 de groepen de gemiddelde systolische bloeddruk rond de 125 mmHg lag.

De onderzoekers concluderen dat het geen zin heeft om nachtelijke zuurstoftherapie voor te schrijven als een OSAS-patiënt CPAP niet verdraagt. Een andere conclusie is dat het verband tussen OSAS en hypertensie mogelijk niet geheel wordt verklaard door nachtelijke hypoxemie. Die verbeterde namelijk zowel bij CPAP als bij zuurstoftherapie. Mogelijk spelen dus andere factoren een rol, zoals verstoring van de slaap, hypercapnie of grote veranderingen in de intrathoracale druk.

Gerelateerde artikelen

Reacties