Afname van echinokokkose in Nederland; 1997-2008
Open

Onderzoek
27-12-2010
Tineke Herremans, Jaco J. Verweij, Hans G. Schipper, Mariël Casparie, Lisette van Lieshout, Elena Pinelli en Titia Kortbeek

Doel

Het vóórkomen van humane echinokokkose in Nederland vaststellen op grond van gegevens uit 1997-2008 van laboratoria die diagnostiek verrichten en van data uit pathologieregistraties.

Opzet

Descriptief.

Methode

Data werden verzameld over serodiagnostiek voor Echinococcus granulosus in het RIVM in Bilthoven en het Leids Universitair Medisch Centrum, uitgevoerd in 1997-2008. Daarnaast werden alle geregistreerde echinokokkosepatiënten in de pathologiedatabank van de stichting Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief geanalyseerd.

Resultaten

In totaal werden van 5125 patiënten 7314 sera onderzocht op antistoffen. Tevens werd van 39 patiënten cystemateriaal onderzocht met behulp van moleculaire methoden. Het aantal ingestuurde sera was stabiel en bedroeg 550 à 600 per jaar. Over de onderzochte periode van 1997-2008 werden in totaal 485 patiënten gevonden met een positief resultaat in de IgG-ELISA. Van dezen werd de diagnose ‘echinokokkose’ bevestigd bij 445 patiënten door aanvullend serologisch onderzoek (gemiddeld bij 37 nieuwe patiënten per jaar (uitersten: 19-59)) en/of een positieve PCR-uitslag. Het aantal nieuwe patiënten per jaar nam gedurende de onderzoeksperiode af: van meer dan 40 naar minder dan 30 patiënten per jaar. Bij 95,5% van de 445 patiënten was, afgaand op de achternaam, waarschijnlijk sprake van geïmporteerde ziektecasussen.

Conclusie

In Nederland wordt echinokokkose voornamelijk gezien als importziekte, waarbij het merendeel van de patiënten afkomstig is uit endemische gebieden rondom de Middellandse zee. Het gaat om bijna 30 bevestigde casussen per jaar.