Ademhalingsstimulantia

R.J. van Klaveren
H.Th.M. Folgering
C.A.M. van Ginneken†
C.L.A. van Herwaarden
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:452-5

Inleiding

In mei 1990 verliep de voorlopige registratie van het ademhalingsstimulans prethcamide (Micoren) uit de zestiger jaren. Er komt hiermee een einde aan de discussie of prethcamide wel werkzaam is, en hoe het gedoseerd moet worden.1 De vraag blijft echter bestaan of ademhalingsstimulantia algemeen gesproken wel een plaats in ons farmacotherapeutisch arsenaal verdienen. Vooruitlopend hierop kan worden gesteld dat er zeker een behoefte bestaat: in de periode van juni 1989 tot juli 1990 werden er in Nederland alleen al ruim 16.000 ampullen prethcamide omgezet (opgave OPG, Utrecht), hetgeen uitgaande van een gemiddelde behandelingsduur van 24 uur neerkomt op ongeveer…

Auteursinformatie

Katholieke Universiteit Nijmegen, Universitair longcentrum Dekkerswald, Postbus 9001, 6560 GB Groesbeek.

R.J.van Klaveren, assistent-geneeskundige; dr.H.Th.M.Folgering, longfysioloog; prof.dr.C.A.M.van Ginneken†, farmacoloog; prof.dr.C.L.A.van Herwaarden, longarts.

Contact R.J.van Klaveren

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

C.J.J.
Westermann

Nieuwegein, juni 1991,

Het artikel van Van Klaveren et al. over ademhalingsstimulantia (1991;452-5) voorziet naar onze mening in een behoefte, omdat overzichtsartikelen over deze groep geneesmiddelen van oudere datum zijn. Het artikel is echter onduidelijk op een drietal punten.

In de inleiding wordt gesuggereerd dat prethcamide (Micoren) in Nederland niet meer beschikbaar is. Dit is onjuist, omdat prethcamide-ampullen door de ziekenhuisapotheek bereid kunnen worden zolang de grondstof leverbaar is. Prethcamide komt vervolgens in het artikel niet meer aan bod.

Voorts wordt melding gemaakt van de twijfel over de werkzaamheid van prethcamide. De betreffende literatuurverwijzing handelt echter over de orale vorm, die naar onze mening een veel twijfelachtiger werkzaamheid heeft dan de gebruikelijke intraveneuze vorm.1

Wat betreft de behandeling van acute respiratoire insufficiëntie ten gevolge van een exacerbatie van chronische obstructieve longziekte wordt gesteld dat doxapram alleen geïndiceerd is wanneer wordt afgezien van beademing of wanneer de patiënt in afwachting van beademing is. Onze ervaring met doxapram is te gering om deze stelling te kunnen beoordelen. Wel zouden wij willen stellen dat naar onze mening bij dergelijke patiënten prethcamide – en misschien ook doxapram – geïndiceerd is om daarmee te trachten eventuele beademing te voorkomen. De vraag of de patiënt in principe wel of niet in aanmerking komt voor beademing lijkt ons los te staan van de indicatie voor het geven van ademhalingsstimulantia.

C.J.J. Westermann
V.A.M. Duurkens
L. Lie-A-Huen
Literatuur
  1. Brewis RA, Hodges NG. Long-term and short-term effects of oral prethcamide in chronic ventilatory failure. Br Med J 1970; ii: 764-6.

R.J.
van Klaveren

Groesbeek, juni 1991,

Wij danken collega Westermann et al. voor hun reactie.

Ruim een jaar geleden besloot de firma Ciba-Geigy het middel prethcamide (Micoren) uit de handel te nemen wegens een te geringe omzet, nog voordat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen een oordeel kon geven over een eventuele verlenging van de voorlopige registratie uit de jaren zestig. Daar het gaat om een zeer oud produkt met een zeer summiere documentatie van de farmacologische en fysiologische effecten, zou het zeer waarschijnlijk ook niet tot een hernieuwde registratie gekomen zijn. De firma Ciba-Geigy levert overigens nog wel de grondstof, zodat op verantwoordelijkheid van de ziekenhuisapotheek de ampullen bereid kunnen worden. In de praktijk betekent dit dat het middel vrijwel niet meer beschikbaar is, hetgeen voor ons aanleiding was tot het schrijven van dit artikel.

Tot voor kort hebben ook wij prethcamide gebruikt bij de door U aangehaalde indicaties, doch deze klinische ervaring blijkt, ook na uitvoerig literatuuronderzoek, niet te kunnen worden onderbouwd door literatuurgegevens op basis waarvan een verantwoord behandelingsadvies gegeven kan worden. Het recentste onderzoek dateert uit 1970;1 de enige te achterhalen publikaties betreffende intraveneuze toediening dateren uit 1961 en 1967,23 en zijn niet van dergelijke kwaliteit dat op grond hiervan een uitspraak kan worden gedaan over de effectiviteit van intraveneus toegediende prethcamide. Op grond hiervan is prethcamide niet in het artikel opgenomen.

Wat betreft uw laatste punt: wij stellen in ons artikel niet dat doxapram geïndiceerd is wanneer wordt afgezien van, of indien patiënt in afwachting is van beademing, maar dat ‘kan worden getracht door middel van doxapram de patiënt door een moeilijke periode heen te helpen’ in afwachting van beademing of indien van beademing wordt afgezien. Doxapram verdient naar ons idee in deze situaties de voorkeur boven prethcamide daar er voor doxapram een duidelijk doseringsschema voorhanden is, en er 3 gecontroleerde onderzoeken betreffende de effectiviteit van doxapram in deze situaties bestaan, terwijl deze gegevens voor prethcamide volledig ontbreken.

R.J. van Klaveren
H.Th.M. Folgering
C.L.A. van Herwaarden
Literatuur
  1. Brewis RA, Hodges NG. Long-term and short-term effects of oral prethcamide in chronic ventilatory failure. Br Med J 1970; ii: 764-6.

  2. Ourednik A, Daumn S, Kopecky M. Micoren in der Therapie einer Aspirationsinsuffizienz und Azidose bei Kranken mit Emphysen und Cor pulmonale. Ther Umsch 1961; 18: 353-9.

  3. Jain SK, Avasthi PS, Viswanathan R. A trial of intravenous micoren, a respiratory stimulant, in respiratory failure. Br J Dis Chest 1967; 61: 33-9.