Academische spagaat

Yvo Smulders
Yvo Smulders
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:B1950

Mijn ideaalbeeld van een academisch ziekenhuis was vroeger: hier werken de beste dokters, met hart voor onderwijs, opleiding en onderzoek. Gedurende mijn tijd in het umc-wereldje trad er een geleidelijke transitie op: aanvankelijk streefde men naar een relatief bescheiden aandeel topreferente zorg, maar tegenwoordig wordt verlangd dat vrijwel alle afdelingen hoofdzakelijk topreferente zorg leveren.

Dat dit streven problematische neveneffecten kan hebben, doet Pierre de Winter uit de doeken in zijn tweeluik, waarvan we deze week het laatste deel plaatsen (D6424). Waarover ik mij de meeste zorgen maak, is of er op termijn nog wel voldoende goede klinische dokters over de afdelingen van de umc’s lopen. Nu zijn er daar nog best veel van, maar bij de werving van nieuwe specialisten ligt de nadruk hier niet op en steeds vaker loop ik tegen dingen aan waarvan ik denk ‘tjonge jonge’.

Het gaat dan om relatief eenvoudige dingen als een goede anamnese, het herkennen van comorbiditeit en basisbegrip van farmacotherapie. Aan veelpublicerende superspecialisten en behandelheroïek geen gebrek, maar geen van beide beschermt tegen simpele fouten, zeker als je bedenkt dat medische schade vooral optreedt door gebrek aan aandacht, communicatie en adequaat differentiaaldiagnostisch denken.

‘Straks zijn de umc’s alleen nog een topreferente trukendoos’

Een andere zorg die ik heb, betreft onderzoek. Als de umc’s vooral topreferente zorg leveren, hoe zorgen we er dan voor dat er voldoende wetenschappelijke progressie is op het gebied van ‘de grote ziekten’ als diabetes, hypertensie of zelfs chronische vermoeidheid? De Gezondheidsraad stelde deze vraag al in 2007, en in het rapport Onderzoek dat ertoe doet stelde zij voor dat de umc’s relevant onderzoek maar moesten uitvoeren in ‘academische werkplaatsen’ buiten hun eigen centra. Ik geloof daar niet in. Dokters doen geen onderzoek naar ziektes die ze zelf niet zien.

Voor onderwijs en opleiding is het ook lang niet allemaal hosanna. Een endocrinoloog wil studenten geen onderwijs geven over Cushing omdat hij een schildklierexpert is. En de specialistenopleiding? Die kun je grotendeels uitbesteden aan omliggende ziekenhuizen, zo wordt gesteld in D6424. Maar als straks zowel het onderzoek als de opleiding de umc’s hebben verlaten, wat blijft er dan nog over, behalve een topreferente trukendoos?

Ik wil geen karikatuur maken van de strategie van de umc’s. De moeilijkste patiënten moeten daar terechtkunnen. Maar wat is moeilijk? Een hart- of hersenoperatie is dat heel vaak niet, een oudere met multimorbiditeit heel vaak wel. Maar al héb je een helder beeld van wat top in ‘topreferent is’, wolkenkrabbers met prachtige penthouses staan het best op lange heipalen en een degelijke beletage.

Gerelateerde artikelen

Reacties

Ignace
Schretlen

Onlangs sprak ik een medisch specialist die was ingezet voor coronapatiënten. Die zorg lag mijlenver van zijn vakgebied maar ‘na één dag meelopen’ was het ‘een makkie’: coronapatiënten worden immers uit zichzelf beter of gaan dood. Daar valt weinig aan te verhapstukken.

Zo simpel ligt het echter niet altijd. Specialisten kunnen patiënten met (op hun gebied) onbegrepen klachten met goed fatsoen terugsturen naar de huisarts. Wanneer hun medische basiskennis op peil was gebleven, zouden zij deze patiënten beter van dienst kunnen zijn door op zijn minst aan te geven in welke richting iemand moet denken bij een bepaalde klacht. Het omgekeerde gebeurt ook: patiënten worden als biljartballen van de ene naar de andere specialist gekaatst, terwijl elke arts doorgaans redelijk kan inschatten of deze verwijzing zinvol is.

Als voormalig huisarts koesterde ik medisch specialisten met een generalistische blik. Regelmatig wenden familieleden en kennissen zich tot mij met bedroevende ervaringen, die erop neerkomen dat medisch (super)specialisten echt niet verder gaan dan het uitsluiten dat er iets op hun vakgebied mis is en vervolgens mensen aan hun lot overlaten. Soms zou een telefoontje naar een collega al soelaas kunnen bieden. Het heeft in mijn gevoel alles te maken met betrokkenheid en compassie.

Al een paar jaar geleden heb ik de Federatie Medisch Specialisten voorgesteld om bijscholingen te organiseren en stimuleren die de medische basiskennis op peil houden. Ik blijf van mening dat dit goed zou zijn in belang van álle betrokkenen. Wie zijn of haar registratie als arts wil behouden zou zelfs verplicht moeten zijn om zijn om haar medische basiskennis als arts bij te houden.

Ignace Schretlen, publicist en huisarts (niet praktiserend), Rosmalen