10 jaar alcoholintoxicaties bij jongeren

Onderzoek
Karin Nienhuis
Joris J. van Hoof
Wim E. van Dalen
Nicolaas van der Lely
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2019;163:D2384
Abstract

Samenvatting

Doel

Inzage geven in het aantal minderjarigen dat in het ziekenhuis werd opgenomen met een alcoholintoxicatie in de periode 2007-2016.

Opzet

Observationeel transversaal onderzoek.

Methode

Wij gebruikten gegevens van ziekenhuisopnames van minderjarigen met een alcoholintoxicatie die gemeld waren bij het Nederlands Signaleringscentrum Kindergeneeskunde. Ook gebruiken wij gegevens van minderjarigen die om een andere alcoholgerelateerde reden in het ziekenhuis werden opgenomen.

Resultaten

In de periode 2007-2016 werden 4674 minderjarigen met een alcoholintoxicatie opgenomen in een Nederlands ziekenhuis. Het aantal minderjarigen dat werd opgenomen met een alcoholintoxicatie nam in de periode 2007-2011 jaarlijks toe, waarna het redelijk stabiel bleef, met een piek in 2015. De gemiddelde leeftijd waarop minderjarigen met een alcoholintoxicatie werden opgenomen nam toe (2007: 14,9 jaar; 2016: 15,5 jaar). Dat gold ook voor de gemiddelde duur van het bewustzijnsverlies (2007: 2,24 h; 2016: 3,12 h). Ouders van jongeren die met een alcoholintoxicatie werden opgenomen zijn opmerkelijk strenger geworden: in 2011 gaf 69% toestemming voor het alcoholgebruik, in 2016 was dat 19%.

Conclusie

De hogere minimumleeftijd voor de verstrekking van zwakalcoholhoudende dranken, het creëren van meer bewustzijn van de gevolgen van alcoholgebruik en het oprichten van de Poliklinieken Jeugd en Alcohol lijken effectief. De gemiddelde leeftijd van jongeren met een alcoholintoxicatie is toegenomen en ouders zijn strenger geworden, maar bingedrinken blijft een ernstig probleem. Verder onderzoek is noodzakelijk naar de kenmerken van en behandeling voor de groep jongeren die in het ziekenhuis belandt.

Auteursinformatie

Reinier de Graaf Gasthuis, afd. Kindergeneeskunde, Delft: drs. K. Nienhuis, basisarts; dr. N. van der Lely, kinderarts. Universiteit Twente, faculteit Behavioural, Management and Social Sciences, Enschede: dr. J.J. van Hoof, onderzoeker. Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP, Utrecht: ir. W.E. van Dalen, socioloog.

Contact K. Nienhuis (karinnienhuis92@gmail.com)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Verantwoording

Het Nederlands Signaleringscentrum Kindergeneeskunde en de kinderartsen die gedurende 10 jaar vragenlijsten hebben ingevuld en opgestuurd, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan ons onderzoek. Dit geldt tevens voor het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid STAP, Bouman GGZ en zorgverzekeraar DSW.

Auteur Belangenverstrengeling
Karin Nienhuis ICMJE-formulier
Joris J. van Hoof ICMJE-formulier
Wim E. van Dalen ICMJE-formulier
Nicolaas van der Lely ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties

Paul
Calle

Vooraleer kritische kanttekeningen te maken bij “10 jaar alcoholintoxicaties bij jongeren” van Nienhuis et al., wil ik mijn waardering uitspreken voor Nicolaas van der Lely en zijn team. 1  Mede dankzij hun inspanningen kwam en blijft het alcoholprobleem bij jongeren op de politieke agenda.

In deze publicatie laat de ondermaatse en wisselende kwaliteit van de vrijwillige datacollectie via kinderartsen evenwel niet toe om ook maar enige conclusie te trekken. Hiervoor verwijzen we in eerste instantie naar het wisselende percentage Nederlandse ziekenhuizen dat meldingen van alcoholintoxicaties deed: in stijgende lijn van 63 naar 91 tussen 2007 en 2012, en daarna dalend tot 78 in 2016. De kans dat een ziekenhuis gedurende een gans jaar geen enkele intoxicatie zag, lijkt mij veel kleiner dan een lokaal gebrek aan enthousiasme voor het registratieproject. Het verweer van de auteurs dat een analoge registratie voor andere ziektebeelden betrouwbaar blijkt te zijn en dat het aantal ziekenhuizen dat van het globaal registratiesysteem  gebruik maakt stabiel blijft, maakt weinig indruk. Een tweede indicator voor een belangrijke onderrapportage is het beperkte aantal 17- jarigen in vergelijking met de 16-jarigen (i.e. slechts 60%); in vergelijkbare studies zijn er steeds meer 17-jarigen dan 16-jarigen.2, 3

Om een maximaal aantal alcoholintoxicaties te detecteren met een minimum aan inspanningen lijkt het opvragen van alcoholconcentraties in bloed (ACB)  bij de ziekenhuislaboratoria het meest aangewezen. Vooral bij jongeren wil de behandelende arts de klinische diagnose van dronkenschap immers bevestigd zien via ACB. Bovendien is volgens sommige onderzoekers het percentage van positieve analyses zo hoog dat het aantal alcoholintoxicaties bij jongeren adequaat ingeschat kan worden via het aantal uitgevoerde analyses (met andere woorden zonder rekening te houden met de bekomen ACB).2  Ter illustratie van deze zoekstrategie kunnen twee Belgische studies aangehaald worden. In een eerste studie uit 2014 werden voor gans België alle ACB bepalingen bij <18-jarigen verzameld (ongeacht de ACB waarden); 2433 jongeren werden gevonden.2  Nienhuis et al. daarentegen rapporteren in dezelfde periode voor Nederland (dat 50% meer inwoners telt) evenwel slechts ongeveer 800 intoxicaties. In een tweede studie werd in een gebied met ongeveer 600 000 inwoners bij 146 <18-jarigen een ACB van 0,5g/L of meer gevonden.3

Met deze reactie hopen wij een bijkomende stimulans te geven aan hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek omtrent het ernstig maatschappelijk probleem dat alcoholmisbruik bij jongeren ongetwijfeld is.

LITERATUUR

Nienhuis K, et al. 10 jaar intoxicaties bij jongeren. Ned Tijdschr Geneeskd. 2019; 163: 8-15.

Persmededeling van Intermutualistisch Agentschap: Elke week twintig 17-jarigen op spoed na alcoholmisbruik. https://ima-aim.be/Persbericht-Elke-week-twintig-17, geraadpleegd op 24 januari 2019.

Calle P, et al. Alcohol-related emergency department admissions among adolescents in the Ghent and Sint-Niklaas areas. Acta Clin Belg. 2015; 2015: 345-9.

Paul Calle, spoedarts, algemeen ziekenhuis Maria Middelares, Gent