Inzichten uit de politicologie en complexiteitswetenschappen

Hoe maken we de samenleving minder obesogeen?

Wereldbol met mensen erop
Abstract
Luc L. Hagenaars
Fleur ter Ellen
Karien Stronks
Download PDF

De maatregelen uit het Preventieakkoord zijn ontoereikend om de ambities omtrent overgewicht en obesitas te behalen. Waarom is doortastend beleid zo moeilijk te realiseren? En hoe kunnen we de samenleving wél minder obesogeen maken?

Kernpunten

Om onze samenleving minder obesogeen te maken moeten we aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Obesitas als maatschappelijk probleem erkennen; medische focus op individu versterkt frame van eigen verantwoordelijkheid.
  • De juiste timing: aandacht vestigen op de obesogene samenleving op het moment dat er maatschappelijke aandacht voor obesitas is.
  • Coalities bouwen met beleidsinstellingen buiten de zorg, om tijdens dergelijke momenten de noodzakelijke maatregelen te kunnen nemen.

artikel

Begin 2024 verscheen een rapport van het RIVM waarin de impact van het Nationaal Preventieakkoord op onder andere overgewicht was geanalyseerd.1 Volgens deze analyse zijn de huidige maatregelen ontoereikend, maar valt wel effect te verwachten van bijvoorbeeld het gezonder maken van het voedselaanbod via prijsmaatregelen, een marketingverbod en verkooppuntenrestricties van ongezonde producten.1

Waarom lukt het zo slecht om de samenleving minder obesogeen te maken, ondanks 37 jaar goede beleidsvoornemens?1,2 En hoe kan het wel lukken? Een omschrijving van het begrip ‘obesogene samenleving’ staat in het informatiekader bij dit artikel rechts bovenaan de pagina.3,4 Om onze vragen te beantwoorden deden wij kwalitatief literatuuronderzoek naar beleidsvorming van obesitaspreventie en gezondheidsbevordering, en burgerparticipatie in beleidsvorming. Die literatuur analyseerden we met theorieën en concepten uit de politicologie en de complexiteitswetenschappen. Hiermee brachten we de systemen in kaart waardoor processen zich in de loop der tijd versterken of telkens hetzelfde patroon vertonen. Het resultaat werd gepubliceerd in Obesity Reviews.5 In dit artikel geven we een beknopte weergave van onze bevindingen en inzichten.

Waarom boeken we nog zo weinig resultaat?

Het zou toevallig zijn als de 1 miljard aardbewoners met obesitas ieder voor zich de afweging maken om ongezond te leven.6 Toch leeft in onze samenleving sterk het idee dat obesitas het resultaat is van individuele keuzes en gedrag. Dat is geen toeval.

De voedings- en afslankindustrieën voeden al decennia het verhaal dat leefstijl een kwestie is van discipline en eigen wil. Het gevolg is dat de samenleving regulering van industrieën met een financieel belang in de oorzaken van obesitas betuttelend acht. Individuele ondersteuning en voorlichting zijn wel acceptabel, waardoor markten voor anti-obesitasmedicatie en minder effectieve afslankinterventies groeien. Dat versterkt het beeld van obesitas als eigen verantwoordelijkheid.

Politici en publieke beleidsorganisaties ervaren in deze context weinig draagvlak voor collectieve preventie, waardoor ze er ook niet de noodzakelijke kennis over ontwikkelen. Door deze vicieuze cirkel leggen we steeds meer nadruk op individuele oplossingen voor overgewicht, terwijl de obesitasepidemie groeit (figuur 1). Een gevolg is meer stigmatisering van obesitas, ook door zorgverleners,7 wat gezonder leven op zichzelf weer bemoeilijkt.

Figuur 1
Waarom de huidige obesitasaanpak vastloopt
Figuur 1 | Waarom de huidige obesitasaanpak vastloopt
Het huidige beleid houdt een vicieuze cirkel in stand. (Bewerking van een elders gepubliceerde figuur: Hagenaars et al.; 2024.[5])

Hoe wordt obesitas een maatschappelijk probleem?

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat effectief obesitasbeleid dient in te zetten op onder andere regulering en beprijzing van gezonde en ongezonde voeding, de marketing daarvan, monitoring en regulering van hormoonverstorende chemicalieën die mogelijk samenhangen met obesitas, het zodanig inrichten van de openbare ruimte dat deze gezond leven en sociale samenhang stimuleert, betere obesitaszorg, en destigmatisering.8,9 Voor dit totaalpakket zijn politieke besluiten nodig, waarbij afwegingen in belangen en waarden de boventoon voeren. Als burgers en politici echter vinden dat obesitas een individueel probleem is, zullen de belangen van industrieën die profiteren van de oorzaken of gevolgen van obesitas, het telkens winnen van het oppakken van collectieve verantwoordelijkheid voor gezondheidsbescherming.

Om draagvlak te kweken voor gezondheidsbeschermende maatregelen bij obesitas, moet de maatschappij obesitas gaan erkennen als maatschappelijk probleem. Politiek-wetenschappelijke theorieën bieden inzicht in dergelijke transities, maar worden zelden toegepast in de gezondheidswetenschappen. Wij pasten daarom het ‘verbroken evenwichtsmodel’ (‘punctuated equilibrium theory’) toe, een goed gevalideerde theorie over beleidsverandering. Deze stelt dat disruptieve gebeurtenissen het denken over een bepaald onderwerp kunnen veranderen, waarbij politieke ruimte ontstaat voor ander beleid.10

Die disruptieve gebeurtenissen zijn deels onvoorspelbaar. Recente voorbeelden vormen de covid-19-pandemie, die de kwetsbaarheid van mensen met obesitas aantoonde. De persconferentie waarin Cristiano Ronaldo flesjes cola wegschoof, zette relevante commerciële krachten in de spotlights. Tegelijkertijd bieden ook voorspelbare gebeurtenissen kansen. Zo benadrukt de RIVM-monitoring van het preventieakkoord op vooraf bekende momenten het falen van het huidige beleid.

Wie is probleemeigenaar?

Disruptieve gebeurtenissen zijn op zichzelf onvoldoende voor daadwerkelijk ander beleid. Er moet ook een coalitie klaar staan die dan actief het beeld van obesitas als individueel probleem ter discussie stelt en haalbare oplossingen aanreikt. De publieke en curatieve gezondheidszorg zijn hiervoor niet direct de juiste partijen, omdat zij onvoldoende kennis en invloed hebben om die maatschappelijke oorzaken aan te pakken, bijvoorbeeld waar het gaat om regulering van de voedingsindustrie. Bovendien benadrukt de zorgsector logischerwijs het belang van goede obesitaszorg, met als onbedoeld gevolg dat het beeld van obesitas als individueel probleem versterkt wordt.

Wie moeten dan probleemeigenaren zijn? Figuur 2 wijst op gemeenschappen die geraakt worden door de manier waarop de samenleving nu denkt over obesitas. Activisten die strijden tegen het stigma van overgewicht bijvoorbeeld leveren geloofwaardige kritiek op de stigmatisering die zij ervaren. Uitbaters van kleine zelfstandige fastfoodrestaurants in lage-inkomenswijken kunnen laten zien dat hun eigen bestaansonzekerheid nauwelijks mogelijkheden biedt om te experimenteren met gezondere voeding. En de overtuiging dat obesitas een individueel probleem is, is voor werkgevers een dure overtuiging, omdat het oplossingen voor verzuim belemmert. Deze voorbeelden hebben geen betrekking op gezondheidswinst, maar op waardigheid, bestaanszekerheid en productiviteit.

Figuur 2
Hoe de vicieuze cirkel van individuele obesitasaanpak te doorbreken is
Figuur 2 | Hoe de vicieuze cirkel van individuele obesitasaanpak te doorbreken is
Een disruptieve gebeurtenis – verwacht of onverwacht – biedt tijdelijk de mogelijkheid om beleid te veranderen, maar die verandering vraagt wel politiek commitment. (Bewerking van een elders gepubliceerde figuur: Hagenaars et al.; 2024.[5])

Door obesitaspreventie te koppelen aan dergelijke thema’s op het moment dat obesitas tijdelijk in het middelpunt van de aandacht staat, kunnen het maatschappelijke beeld van obesitas en het beleid kantelen. Hiervoor is continue politiek relevante samenwerking nodig tussen enerzijds gezondheids- en beleidsorganisaties en anderzijds gemeenschappen die de gevolgen dragen van onze obesogene samenleving. Dit vergt leiders die verschillende belangen kunnen verenigen, bijvoorbeeld door een streven naar daadwerkelijk vrije keuze voor gezonde voeding en acceptatie van iedereen.

Steeds integraler beleid

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, één disruptieve gebeurtenis geen blijvend beleid. Voor een langdurige beleidsfocus op de obesogene samenleving moeten steeds meer beleidsinstellingen inzien dat obesitas ook hun probleem is (figuur 3). Dit vergt bredere informatie, bijvoorbeeld over de impact van obesitas op productiviteitsverlies (relevant voor de ministeries van Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid), en over de milieu-impact van zwaar bewerkte voeding (relevant voor het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat).

Integraal obesitasbeleid vergt bovenal een centrale rol van gemeenschappen die worden geraakt door obesitas. Als zij het gevoel hebben dat beleidsinstellingen vooral hun eigen doelen nastreven, blijft draagvlak ontbreken. Oplossingen moeten daarom tastbare betekenis hebben voor deze gemeenschappen. Zo kan marketingrestrictie van ultrabewerkte voeding traditionele eetpatronen beschermen, en wordt lokaal ondernemerschap gestimuleerd als we tegengaan dat multinationale voedingsbedrijven een steeds groter aandeel in de markt krijgen.

Figuur 3
Hoe het preventiebeleid zich blijft richten op de obesogene samenleving
Figuur 3 | Hoe het preventiebeleid zich blijft richten op de obesogene samenleving
Obesitas heeft maatschappelijke oorzaken en gevolgen op het gebied van economie, ecologie en sociale samenhang. Als de samenleving zich hiervan bewust is, kan dat het preventiebeleid bestendigen. (Bewerking van een elders gepubliceerde figuur: Hagenaars et al.; 2024.[5])

Conclusie

De maatschappij en de politiek moeten anders gaan denken over obesitas om de samenleving minder obesogeen te maken. Een focus op individuele ondersteuning en de gezondheidseffecten van obesitas kan een dergelijke transitie ondermijnen. Het alternatief is dat politici, beleidsorganisaties en zorgprofessionals de gemeenschappen die zelf geraakt worden door obesitas, als probleemeigenaar gaan beschouwen. Dat zal het beleid en bovenal het algemene welzijn en de waardigheid van mensen met obesitas ten goede komen.

Literatuur
  1. Impact van het Nationaal Preventieakkoord voor roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Samenvatting van de resultaten van de doorrekening. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; 2024.
  2. De Nota 2000 ter discussie. Utrecht: Nivel; 1987.
  3. Sawyer ADM, van Lenthe F, Kamphuis CBM, et al; PEN Consortium. Dynamics of the complex food environment underlying dietary intake in low-income groups: a systems map of associations extracted from a systematic umbrella literature review. Int J Behav Nutr Phys Act. 2021;18(1):96. doi:10.1186/s12966-021-01164-1. Medline
  4. Van Meurs T, de Koster W, van der Waal J, Oude Groeniger J. Sugar tax and product reformulation proposals reduce the perceived legitimacy of health-promotion institutions: a randomized population-based survey experiment. Eur J Public Health. 1 februari 2024 (epub). Medline
  5. Hagenaars LL, Schmidt LA, Oude Groeniger J, Bekker MPM, ter Ellen F, de Leeuw E, et al. Why we struggle to make progress in obesity prevention and how we might overcome policy inertia: Lessons from the complexity and political sciences. Obes Rev. 2024;25(5):e13705. Medline
  6. Phelps NH, Singleton RK, Zhou B, et al; NCD Risk Factor Collaboration (NCD-RisC). Worldwide trends in underweight and obesity from 1990 to 2022: a pooled analysis of 3663 population-representative studies with 222 million children, adolescents, and adults. Lancet. 2024;403(10431):1027-1050. doi:10.1016/S0140-6736(23)02750-2. Medline
  7. Van der Voorn B, Camfferman R, Seidell JC, Puhl RM, Halberstadt J. Weight-biased attitudes about pediatric patients with obesity in Dutch healthcare professionals from seven different professions. J Child Health Care. 2023;27(2):243-252. doi:10.1177/13674935221133953. Medline
  8. European Regional Obesity Report WHO. 2022. Copenhagen: World Health Organization. Regional Office for Europe; 2022.
  9. Heindel JJ, Lustig RH, Howard S, Corkey BE. Obesogens: a unifying theory for the global rise in obesity. Int J Obes. 2024;48(4):449-460. doi:10.1038/s41366-024-01460-3. Medline
  10. Weible CM, Sabatier PA. Theories of the policy process. 4th ed. New York: Routledge; 2018.
Auteursinformatie

Amsterdam UMC, locatie AMC, afd. Public and Occupational Health, Amsterdam: dr. L.L. Hagenaars, bestuurskundig gezondheidswetenschapper; prof.dr. K. Stronks, epidemioloog. Erasmus MC, afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg, Rotterdam: drs. F. ter Ellen, gezondheidswetenschapper.

Contact L.L. Hagenaars (l.l.hagenaars@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Luc L. Hagenaars ICMJE-formulier
Fleur ter Ellen ICMJE-formulier
Karien Stronks ICMJE-formulier
Obesitas als structureel onrecht
Informatiekader
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Public Health
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

We missen onze ooit goed opgebouwde preventiekennis bij het volk. Bij het minder obesogeen maken van de maatschappij/ omgeving is het verstandig de elementen, die de vroegere maatschappij /omgeving minder tot niet-obesogeen maakten, te leren begrijpen. Helaas vond het bijna volksbreed instappen in de "Amerikaanse leefstijl" met technologie in huis die de spierarbeid overbodig maakte, auto's voor iedereen, weekenden vrij, maar ook hun individualisme, consumentisme, hang naar luxe en overdaad ("we hebben het toch goed na crisis en oorlog), en kapitalistische denken, in dezelfde tijd plaats, dat met name door de veranderingen t.g.v. de Mammoetwet alle opgebouwde preventiekennis om onze kinderen sterk, recht van lijf en leden, slank en weerbaar in de volwassenheid te krijgen, afgebouwd werd of gewoon verdween. Moeders, die de Huishoudschool gevolgd hadden, wisten verdomd goed waar gezonde voeding ophield en waarom snoep alleen als traktatie gegeven moest worden. De Gezondheidsleer kende naast rust, reinheid, regelmaat, waar een wereld van preventie en gezond opvoeden, door artsen opgesteld, achter schuil gaat ook het adagium: 'overal waar 'te' voor staat is niet gezond' haar invloed had. Maar juist ook de kern van gezond lichamelijk opvoeden (klassieke orthopedie, spelen en gymnastiek) waar je al bij de baby mee kon beginnen, het stimuleren van (vrij)spel en bewegen en de natuurlijke bewegings- en onderzoeksdrang  niet afremmen( waarschuwing door de arts dr. Maria Montessori) is toenemend niet ingezet bij onze kinderen. De lichaamsontwikkeling van kinderen laat nu veel te wensen over en ze duiken in allerlei chroniciteit en vroege degeneratie waar we vroeger zelden of nooit van hoorden. We kijken nu tegen een baaierd van gezondheids- en ontwikkelingsproblemen bij de jeugd aan, waar we in toenemende mate van gaan snappen dat dat vele zitten  door kinderen(RIVM) en al dat beeldschermgebruik wel eens oorzakelijk zouden kunnen zijn. We zouden die exogene factoren ook voor het ontstaan van obesitas eens beter moeten gaan bekijken. Om dan bij de ouders en het onderwijs het weer een "sport" te laten worden om je kind niet dik te laten worden. Dik worden in de groeifase is bijna een op een gerelateerd met het niet goed ontwikkelen van de lichaamshouding. Op straat goed te zien voor de leek, maar nergens door de wetenschappers onderzocht. Die kennis die daar achter zit zal weer bij de kinderen zelf en ook bij de jonge ouders moeten worden gebracht. Minister Dijkgraaf heeft ons vorig jaar laten weten, bij het aangeven van het verdwijnen van medische preventiekennis op het hygiëneterrein van houding en bewegen, dat het ministerie alleen "stelselverantwoordelijk" en niet voor enige inhoud. Dat nu juist de stelselwijziging in het Onderwijs in de jaren zestig onze preventiekennis heeft  gaan laten verdwijnen, wordt nu op VWS al vele kabinetten als een immer oplopende stijging in zorgkosten met hoofdbrekens tegemoet getreden. Maar ook ons leger is de kanarie in de kolenmijn van de jeugdgezondheid geworden met haar onvermogen om inzetbare mensen uit de jeugd te krijgen, om maar te zwijgen van de enorme toename van blessures, die de jeugd zichzelf aandoet door dat gebrek aan goede lichamelijke opvoeding. Het rijk zelf zal deze preventiekracht weer terug moeten brengen en het niet overlaten aan allerlei goedbedoelde lokale initiatieven. Minstens 4 ministers zijn aan zet. 

drs. P.J.M. van Loon
drs. A.M. Soeterbroek, vz Houding Netwerk Nederland