artikel
Casus
Wij werden in consult geroepen bij een 71-jarige man met progressief visusverlies, hoofdpijn, misselijkheid en braken. De symptomen waren ontstaan direct na coronairangiografie vanwege typische thoracale pijn. In het verleden had patiënt een acuut myocardinfarct gehad, waarvoor hij was behandeld met een percutane coronaire interventie. Op het huidige coronairangiogram was een occlusie te zien van de ‘graft’ van de ramus interventricularis posterior (ramus descendens posterior, RDP). Tijdens de angiografie was de bloeddruk niet-afwijkend gebleven en werd gebruikgemaakt van jodixanol, een non-ionisch, jodiumhoudend contrastmiddel. Bij neurologisch onderzoek van patiënt constateerden we corticale blindheid. Een CT-scan van het cerebrum toonde bioccipitaal hyperdensiteit en zwelling (figuur a). Dit beeld was waarschijnlijk deels ontstaan door contrastophoping in het cerebrum en deels door oedeemvorming. We begonnen met hyperhydratie en toediening van nimodipine. Binnen 2 dagen verdwenen de symptomen volledig en ook het beeld op de CT-scan normaliseerde (figuur b). Vervolgens werd een percutane coronaire interventie van de RDP verricht, waarbij preventieve pre- en posthydratie plaatsvond en zo min mogelijk contrastmiddel werd gebruikt. Na de procedure had patiënt geen recidief van de corticale blindheid. Passagère corticale blindheid is een zeldzame complicatie na angiografie met jodiumhoudende contrastmiddelen. Het mechanisme van de tijdelijke functiestoornis is onduidelijk, maar men gaat uit van een kortdurende verstoring van de bloed-hersenbarrière door een mogelijk toxisch effect van het aangeboden contrastmiddel. Het klinisch beeld vertoont gelijkenis met het posterieur reversibel encefalopathiesyndroom.
Diagnose
Passagère corticale blindheid na contrasttoediening bij coronairangiografie.
Reacties