Therapieontrouw

Simon Bangma

Het is iets na 9.00 uur als de afdelingsvisite op de verpleegafdeling neurologie is begonnen. Als wij – arts-assistent, verpleegkundige en coassistent – de deur van de volgende kamer langzaam openschuiven, worden we begroet met een verontwaardigde, moeilijk te duiden blik. Mevrouw T., op leeftijd, keurig gekleed, leesbril op het puntje van haar neus, observeert argwanend hoe het gezelschap haar kamer binnenkomt. Ze is opgenomen met een relatief klein herseninfarct, maar na een dag gaat het al een stuk beter – zo vindt zij zelf ook. Het advies van de betrokken paramedici is om na ontslag uit het ziekenhuis kort te revalideren. 

Zodra ‘revalidatie’ ter sprake komt, wordt haar verontwaardiging duidelijk

Zodra het onderwerp ‘revalidatie’ aan de orde komt, wordt duidelijk waar haar verontwaardiging vandaan komt. Dat revalideren gaat ab-so-luut niet gebeuren. Hier in het ziekenhuis is het nog wel prima, maar ‘gymmen’, zoals zij het noemt, is uit den boze. Alle goedbedoelde uitleg en adviezen ten spijt, ‘geen revalidatie’ is het eindoordeel, al was de professor neurologie op zijn kop gaan staan. Na enkele dagen gaat zij tevreden naar huis.

Aan het begin van mijn coschappen vond ik zoiets nog wel eens frustrerend: waarom luisteren die eigenwijze patiënten niet gewoon naar ons weloverwogen advies? Maar inmiddels heb ik een bijzondere sympathie ontwikkeld voor, laten we zeggen, de ‘therapieontrouwe’ patiënt. Doorgaans zijn het levenslustige, wat rebelse (oude) bazen (M/V/X) die zelf wel bepalen wat ze doen. ‘Laat de dokter maar praten, als ik van die bloeddrukpil de hele dag moet plassen, dan neem ik ‘m niet.’

Deze groep drukt de beduusde dokters fijntjes op het feit dat de tijd waarin iedereen klakkeloos hun adviezen opvolgde nu echt voorbij is. Gelukkig voelen patiënten zich vrij om van hun verworven autonomie gebruik te maken en een gelijkwaardige rol op te eisen in het besluitproces. Die vrijheid geeft hen ook de mogelijkheid om levenskeuzes te maken die vanuit medisch oogpunt onverstandig zijn, maar hoe erg is dat? Andere waarden dan gezondheid zijn ook belangrijk voor een zinvol leven. 

De moderne dokter heeft hierdoor wel meer tijd en verbale vaardigheden nodig om in de eerste plaats te ontdekken wat ieder uniek persoon belangrijk vindt. En, in de tweede plaats, hen te overtuigen van de medische noodzaak van de verschillende – vaak niet al te prettige – behandelingen. Dat maakt het vak alleen maar uitdagender en daarmee leuker, in mijn ogen. 

Bovendien zou het maar een saaie boel worden als iedereen volledig therapietrouw zijn pillen zou slikken of zonder protest naar de revalidatieafdeling zou vertrekken. Ik wens mevrouw T., vanuit haar eigen fijne huis, een goed herstel toe.


Simon Bangma (26) is laatstejaars geneeskundestudent (UU) en heeft hiervoor philosophy, bioethics and health gestudeerd aan de VU.