Tak van sport

Anna Huisman

Opnieuw mocht ik het van dichtbij zien: de dood. Een fenomeen dat moeilijk te bevatten blijft, en toch onlosmakelijk verbonden is met het leven. Ze wacht iedereen op, met haar onvermijdelijke lot. De één vreest de ontmoeting, de ander verlangt ernaar. Als mens ervaarde ik haar vanaf de zijlijn: de stoel achter het raam bij mijn grootouders, het bed na maandenlange mantelzorg, die kamer in het ziekenhuis – allemaal opeens leeg. Of later als coassistent, wanneer ik hielp een net overleden patiënt over te tillen en de kleding glad te strijken tijdens het schouwen.  

Ik herinner me nog dat ik bij mijn start in het ziekenhuis grote afstand voelde tussen de studiebanken en de weerbarstige werkelijkheid. Later, tijdens mijn coschappen groeiden die twee langzaam naar elkaar toe. Ik voerde gesprekken over de dood met medestudenten en specialisten. Zo blijft me de uitspraak van een collega bij over natuurgeweld en onze beperkte invloed hierop: ‘Wij proberen er slechts een positieve invloed op uit te oefenen.’ Het ging over de tekortkomingen en menselijke gebreken in een opleiding die draait om wel doen en niet schaden.  

Inmiddels kan ik de dood niet meer wegdenken uit mijn werk als arts. Na mijn afstudeerstages binnen de oncologie, geriatrie en interne ouderengeneeskunde groeide ook mijn interesse voor palliatieve zorg. Het gaat dan niet meer over het vermijden van de dood, maar over het eren van het leven. En daarin schuilt iets puurs: juist op dat essentiële moment een belangrijke rol te vervullen. Toch is het een specialisme dat niet elke dokter hoopt te beoefenen.  

Het gaat dan niet meer over de dood vermijden, wel over het leven eren 


Tegelijk wordt elke arts geconfronteerd met rouw. Niet alleen om het leven zelf, maar ook om de kleine dingen die niet langer kunnen: de rol die iemand niet langer kan vervullen, het verlies van functie, van spierkracht. En wat hebben wij in ons arsenaal om deze patiënten te ondersteunen? Een medisch oncoloog leerde me dat stilstaan bij emoties een bewezen positieve impact heeft, vooral als het door de eigen behandelend arts op de poli of zaal wordt gedaan. Dus nee, onze rol is niet om slechts te signaleren en door te verwijzen. Het was voor mij een ‘take-to-work-message’ in mijn prille carrière.  

Palliatieve zorg is een andere tak van sport. Maar op welke afdeling ik ook uiteindelijk aan de slag ga, er ligt altijd een uitnodiging om de bal te kaatsen.  


Anna Huisman heeft een passie voor schrijven en doet onderzoek binnen de geriatrische oncologie als promovenda op de afdeling Medische Oncologie in het Amsterdam UMC.

Contact: (a.n.huisman@student.vu.nl