Tijdens mijn laatste coschap op de intensive care leerde ik dat ingewikkelde patiëntproblemen zelden binnen het domein liggen van één specialist. De cardioloog kijkt naar het hart, de nefroloog naar de nieren, de chirurg naar wat er weg kan en de geriater overziet het geheel en de interacties. Daarom schuiven ze vaak aan bij een multidisciplinair overleg (MDO): iedereen brengt zijn eigen expertise mee, waarna er één behandelplan moet komen.
’s Avonds keek ik naar de Algemene Politieke Beschouwingen. Na weken onderhandelen lag er een begroting, maar het gezamenlijke behandelplan bleek nog verre van rond.
Misschien wordt het daarom tijd voor een dergelijk MDO in Den Haag.
Aan tafel zitten de verschillende specialismen. Financiën maakt zich zorgen over de portemonnee, VWS over de gezondheid, Defensie over de veiligheid en Klimaat over de langetermijnprognose. Allemaal bekijken ze dezelfde patiënt vanuit hun eigen expertise. Ze hebben overtuigende argumenten waarom juist hún probleem niet langer kan wachten en meer geld nodig heeft.
Tot zover weinig verschil met een MDO voor een complex probleem in het ziekenhuis.
Ook daar is iedere specialist ervan overtuigd dat zijn orgaan essentieel is. Meestal terecht. Het probleem is alleen dat de patiënt al zijn organen tegelijkertijd nodig heeft. Dat is bij Nederlandse ministeriële domeinen evenzo: we hebben onderwijs, huisvesting en zorg nodig, net als alle andere sectoren.
Daar begint de eerste les voor Den Haag.
Een MDO is er niet om alle specialisten elkaar te laten vertellen hoe belangrijk hun eigen focusorgaan is. Ze komen juist bij elkaar omdat niemand de hele patiënt alleen kan overzien. Multidisciplinair praten is makkelijk. Multidisciplinair besluiten begint echter pas wanneer iedereen bereid is zijn eigen optimale uitkomst op te offeren voor een betere uitkomst van het geheel.
Dan de tweede les: je hoeft het overleg niet te winnen. Een specialist die bij binnenkomst al zeker weet dat de andere disciplines niets relevants meer kunnen toevoegen, heeft het principe van een MDO niet helemaal begrepen. Buiten het ziekenhuis noemen we zo’n rotsvaste overtuiging soms een verkiezingsprogramma.
Geen besluit nemen is geen optie
Het interessantste gebeurt wanneer iemand van mening verandert. Stel dat een chirurg na twintig minuten zegt: ‘De internist heeft gelijk. Dan moeten we niet opereren.’ Niemand concludeert dat Chirurgie haar geloofwaardigheid heeft verloren. Er verschijnt geen peiling waarin Interne geneeskunde twee zetels stijgt en de chirurg hoeft ’s avonds niet bij een talkshow uit te leggen waarom hij of zij zo opzichtig is gedraaid.
We noemen dit voortschrijdend inzicht. Misschien is dat in Den Haag ook eens het proberen waard. Waar van mening veranderen in de geneeskunde kan betekenen dat overleg heeft gewerkt, kan diezelfde beweging in de politiek worden uitgelegd als gezichtsverlies, inconsistentie of het breken van een belofte.
Bij een MDO is het eerder gênant als iedereen na drie uur nog precies hetzelfde vindt als bij binnenkomst. In Den Haag heet dat soms een geslaagd debat.
En dan de derde les: aan het einde van een MDO moet er iets staan onder het kopje ‘beleid’. Opereren of niet. Behandelen of afwachten. Opschalen of juist niet. Geen besluit nemen is geen optie. Onenigheid ontslaat niemand van de plicht uiteindelijk een keuze te maken in het belang van de patiënt. Een prachtige regel voor onze hardwerkende volksvertegenwoordigers: je kunt het oneens blijven over de ideale behandeling en tóch samen kiezen voor de best mogelijke.
Tot zover mijn medisch advies aan Den Haag.
Want hier begint de vergelijking natuurlijk ook te kraken. Een cardioloog en nefroloog kunnen twisten over de juiste dosering, maar zelden over de principiële vraag of een functionerende nier een links of rechts ideaal is. Ze hebben een gemeenschappelijk doel: het welzijn van die patiënt. De gewenste uitkomst ligt dus in een ziekenhuis wat dichter bij elkaar dan in de Tweede Kamer.
Na jaren geneeskunde heb ik geleerd een mens steeds verder op te delen: cardiaal, pulmonaal, renaal, neurologisch. Dat helpt om hem te begrijpen. Uiteindelijk moet iemand al die onderdelen weer bij elkaar brengen. Voor een land geldt hetzelfde. Daar ligt dan ook de taak van onze minister-president, hetzelfde als die van de hoofdbehandelaar.
Een MDO vraagt niet dat iedereen hetzelfde denkt, maar wel dat niemand denkt het alleen te kunnen. Verschil van inzicht is geen probleem, zolang iedereen verantwoordelijkheid neemt voor één gezamenlijk besluit.
Misschien liggen de medische wereld en politiek Den Haag uiteindelijk toch minder ver uit elkaar dan gedacht. Uiteindelijk draait het in beide gevallen om samen goed functionerende ‘organen’ en een heldere gedeelde doelstelling.
Tina Vekua (24) is bezig met haar laatste jaar geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet haar promotie bij de afdeling Maag-, Darm-, en Leverziekten in het Amsterdam UMC.