Wondergenezing?

Klinische praktijk
F.B. Lammes
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:3-3

Dames en Heren,

Patiënte A, 62 jaar, zou worden opgenomen op onze afdeling voor operatieve behandeling van een cervixcarcinoom. Zij is echter niet verschenen; in plaats daarvan kwam haar dochter uitleg geven: “Moeder zag erg op tegen de operatie, zij had vaak gehoord dat kanker zich snel ging uitbreiden als de buik werd geopend. Bij een tante was dat ook gebeurd bij een gezwel van de maag. De buurvrouw was echter behandeld met het Moermandieet en die was nu helemaal genezen van de kanker. Moeder verkoos liever de veilige weg van het dieet, dan een operatie.”

U zult ongetwijfeld patiënten ontmoeten die u op de hoogte brengen van zeer indrukwekkende resultaten van alternatieve geneeswijzen. Het kan niet anders dan dat u onder de indruk komt van deze overtuigende verhalen. Vaak reeds kunt u zelf vraagtekens plaatsen bij deze “genezingen”. Er zijn echter ook patiënten die een nauwkeurig gedetailleerd verslag geven…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Verloskunde en Gynaecologie, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam. Prof.dr.F.B.Lammes, gynaecoloog.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

M.C.
Colenbrander

's-Hertogenbosch, januari 1986,

In zijn klinische les (1986;3-6) noemt Lammes een aantal mogelijke verklaringen voor ‘verbluffende genezingsresultaten van alternatieve therapie’. Eén mogelijkheid mis ik, en dat is, dat de gemoedstoestand van de patiënt van invloed zou kunnen zijn. Bij ontstekingen is het wel bekend, dat de wil om beter te worden een gunstige invloed heeft. Ook zijn er voldoende verhalen in omloop over ongeneeslijk zieken die hun sterven wisten uit te stellen om nog éénmaal een geliefde persoon te kunnen ontmoeten.

Is het daarom vreemd te veronderstellen, dat niet alleen angst en woede met interne secretie te maken hebben, maar àlle gemoedstoestanden, ook hoop en vertrouwen? En zou het niet zo kunnen zijn, dat de interne secretie bij hoop en vertrouwen een iets slechter milieu is voor de ontwikkeling van tumoren? Een bewijs door het vergelijken van groepen patiënten zal nooit geleverd kunnen worden, omdat geen arts in twijfelgevallen bij de patiënt hoop en vertrouwen niet zal willen stimuleren. Maar wel acht ik van belang te zoeken naar eventuele veranderingen in het ‘milieu interne’ van ‘gelovige’ Moerman-patiënten. Wie weet opent dat nieuwe gezichtspunten.

M.C. Colenbrander

Amsterdam, januari 1986,

Met collega Colenbrander ben ik van mening dat er waarschijnlijk nog vele onbekende factoren zijn die een invloed hebben op het ziektebeloop van kwaadaardige tumoren. Zolang er over deze invloeden nog geen zekerheid bestaat, lijkt het raadzaam om bij miraculeuze genezingsresultaten eerst kritisch alle gegevens over diagnose en ziektebeloop opnieuw te beoordelen. Pas daarna kan de invloed van tot nu toe onbekende invloeden worden overwogen. Te vaak wordt de omgekeerde weg bewandeld.

F.B. Lammes