Werkbelasting van huisartsen: objectieve toename in 9 praktijken in Rotterdam en omgeving, 1992-1997 en een extrapolatie naar 2005
Open

Onderzoek
10-06-2001
J.A.M. Harmsen, R.M.D. Bernsen, M.A. Bruijnzeels en A.M. Bohnen

Doel.

Het vaststellen van de verandering in werkbelasting van huisartsen, gemeten in contactfrequentie en arts-patiëntcontacttijd, in de periode 1992-1997 en het schatten van deze werkbelasting in 2005.

Opzet.

Beschrijvend.

Methode.

In 1992-1997 waren de gegevens van alle arts-patiëntcontacten van 9 huisartspraktijken in Rotterdam en omstreken geregistreerd en opgeslagen in een centrale database. De jaarlijkse arts-patiëntcontacttijd in 1992 en 1997 werd berekend aan de hand van de contactfrequenties en de uit de literatuur bekende verdeling en gemiddelde duur van de verschillende contactsoorten (consult, huisbezoek, telefonisch consult en rest). De contacttijd in 2005 werd geschat door extrapolatie van de cijfers van 1992-1997 en de geprognosticeerde bevolkingsopbouw in 2005.

Resultaten.

De jaarlijkse gemiddelde frequentie van huisarts-patiëntcontacten was gestegen van 4,26 naar 5,16 (+21). De jaarlijkse directe huisarts-patiëntcontacttijd was in 1997 tenminste 90 uur hoger dan in 1992. Extrapolatie naar 2005 liet een verdere stijging van deze contacttijd zien van 667 uur (+36) ten opzichte van 1997. De toename in werkbelasting was vooral toe te schrijven aan een toename van het aantal oudere patiënten en van het aantal contacten met deze patiënten.

Conclusie.

Het aantal door de huisarts gewerkte uren was in 6 jaar met eenvijfde toegenomen en zal naar verwachting in de komende jaren met eenderde toenemen.