Voorspellen is moeilijk, vooral van de toekomst
Open

Redactioneel
11-04-2019
Pieter van Eijsden

Ondanks deze waarschuwing van Niels Bohr zullen we als wetenschappelijk tijdschrift toch moeten speculeren over wat nieuwe ontwikkelingen betekenen voor de toekomst van ons vak. Veel ontwikkelingen zijn technologisch van aard. Vooral de trias big data, kunstmatige intelligentie en robotica intrigeert me. Deze week schrijft Wouter van Solinge over hoe big data en kunstmatige intelligentie de labdiagnostiek kunnen transformeren (D3512). Dat heeft ook grote consequenties voor het beroep van klinisch chemicus. Iets vergelijkbaars hebben we vorig jaar kunnen lezen over het beroep van radioloog. Dit zal niet beperkt blijven tot de ondersteunende specialismen. Hoe meer data de computers kunnen verwerken en hoe hoger hun ‘IQ’, hoe meer ook de beschouwende specialismen zullen moeten geloven aan fundamentele verandering. En met de vooruitgang in de robotica zal dat ook gaan gelden voor de snijdende specialist. Wat zullen we in de toekomst nog te doen hebben?

Het lijkt erop dat we in de eerste plaats mínder artsen nodig hebben om te meten, na te denken en te handelen. Een recente studie laat zien dat een algoritme net zo betrouwbaar mammogrammen kan beoordelen als radiologen, maar dan duizenden keren sneller. Verder zullen we ándere dokters nodig hebben. Van F16-piloten diep in vijandelijk gebied worden we drone-piloten die missies vliegen vanaf een basis die desnoods bij je thuis naast de tv staat. Het zal gaan om beeldschermwerk ter supervisie en aansturing van de algoritmes en de robots. Interessant en nuttig, maar niet noodzakelijkerwijs werk dat vraagt om affiniteit met patiëntenzorg, sterke interpersoonlijke vaardigheden of empathie en waarvoor bovendien opleidingen technische geneeskunde bestaan. Als laatste blijft er dan het zorgen en verzorgen over. Een taak die juist wel vraagt om de genoemde vaardigheden, maar die misschien ook beter thuis is waar hij nu al voornamelijk ligt: bij de paramedici. Wij maken onszelf misschien wel heel rap overbodig, en ik weet niet of dat nou goed of slecht is.