Met behulp van kunstmatige intelligentie kunnen we de zorg beter en efficiënter maken. Maar dan moeten zorgprofessionals wel veilig en verantwoord kunnen werken met AI. Hoe zorgen we daarvoor? En wie is er verantwoordelijk?
Samenvatting
Artificiële intelligentie (AI) biedt kansen voor efficiëntere zorg, betere communicatie en ondersteuning bij diagnostiek en besluitvorming. De stap van ontwikkeling naar veilige toepassing in de praktijk vraagt echter om AI-geletterdheid: het vermogen de werking, beperkingen en risico’s van systemen te begrijpen en kritisch te gebruiken. De Europese verordening inzake artificiële intelligentie verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken om een passend niveau van AI-geletterdheid te waarborgen. Dit artikel beschrijft de kernaspecten daarvan, met bijzondere aandacht voor predictieve modellen en generatieve AI en hun specifieke valkuilen, zoals bias, confounding, hallucinaties en ‘automation bias’. Ook wordt de verdeling van verantwoordelijkheden besproken; aanbieders van AI-toepassingen horen te zorgen voor transparantie en validatie, gebuiksverantwoordelijken voor governance en scholing en zorgprofessionals voor contextuele interpretatie. Opleiding en toetsing van basiskennis en toepassing zijn essentieel, vanaf de initiële ontwikkeling en vorming van een algoritme tot aan de klinische praktijk. Alleen door vroeg en structureel te investeren in AI-geletterdheid blijft menselijke regie gewaarborgd en patiëntveiligheid beschermd.
Reacties