Luchtig, maar niet om te lachen

Marcel Olde Rikkert
Marcel Olde Rikkert
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:B1809

Traumachirurg Patrick Nieboer laat in dit nummer fraai zien hoe belangrijk woorden en stiltes zijn in de supervisie op chirurgische ingrepen (D5283). De aios wil een ingreep zo goed en zelfstandig mogelijk doen. De supervisor wil het zo veilig mogelijk doen. Die belangen lopen niet altijd parallel en de communicatie moet je daarop afstemmen. Het is als met zijn tweeën balanceren op het dunne koord tussen overmoed en overwicht. Dat vraagt supervisietraining die gaat over competenties, zekerheid en onzekerheid. En ultimo over woord, gebaar en intentie.

Nieboer steunt op goed kwalitatief onderzoek met passende ‘zachte’ uitkomstmaten. De auteurs pleiten voor vervolgonderzoek. Kwalitatief onderzoek staat echter laag in de academische rangorde en impactfactorjagers lachen erom. Maar zoals hier beschreven laat het je de orthopedische operaties meebeleven. Bovendien is het uitermate relevant voor de kwaliteit en doelmatigheid van zorg, die voor een groot deel rust op artsen in opleiding. Niet om over te lachen dus, maar om van te genieten.

‘Impactfactorjagers lachen om kwalitatief onderzoek’

Ook op een ander front is er discussie over waar het naartoe moet met onderzoek in Nederland. Moet het meeste geld ingezet worden op fundamenteel onderzoek, in de wankele hoop dat dementie straks geheel te verklaren en te genezen valt? Op preventie van reeds bekende risicofactoren, die op populatieniveau 40% van de dementiegevallen verklaren? Of op betere en doelmatiger zorg voor de patiënt van nu? Stel eerst eens uw eigen prioriteiten, wetend dat nu al 1 op de 4 mensen overlijdt met een dementie. En lees dan hoe verschillend experts kiezen, maar ook wat oud-hoogleraar kinderchirurgie Jan Molenaar daarvan vindt (D5990). Met 10 jaar mantelzorgervaring heeft hij zeker recht van spreken.

Ernstige kost dus. En de klinische les van Thomas Oomens maakt ook nog eens duidelijk dat de gevolgen van lachgasgebruik verre van grappig zijn (D5607). Het stijgende gebruik ervan lijkt te wijzen op toenemend gemis aan luchtigheid in het leven. De stellingen die we vanaf nu plaatsen zijn echter een veel veiliger alternatief (C4813). Kort, waar en mooi. Zoals Jan Molenaar eerder al stelde in het NTvG: ‘Niet de tijd, maar wij gaan voorbij’ (B865).

Auteursinformatie

marcelolderikkert@ntvg.nl

Contact (marcelolderikkert@ntvg.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties