Isolatie en afstand houden in tijden van pest

Perspectief
Thomas M. van Gulik
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:D5440
Abstract
Download PDF

Van de 15e tot in de 17e eeuw was de pest de meest gevreesde, besmettelijke ziekte die zware epidemieën veroorzaakte en grote delen van de Nederlandse bevolking wegvaagde. Destijds waren isolatie, afstand houden en quarantaine de belangrijkste principes, en deze gelden nu weer bij de aanpak van de covid-19-pandemie. Wat kunnen we leren van de pestepidemieën?

Samenvatting

Van de 15e tot de tweede helft van de 17e eeuw hebben pestepidemieën grote delen van de stadsbevolking is ons land weggevaagd. De pestbacterie (Yersinia pestis) werd via besmette ratten en vlooien overgedragen op de mens en werd vanuit China overgebracht naar Europa via de handelsroutes over land en zee. Samenkomsten werden verboden, pestlijders werden thuis of in pesthuizen geïsoleerd en voor schepen werd een quarantaine ingesteld. In de dichtbevolkte armenwijken van de steden waren isolatie en afstand houden echter niet haalbaar, waardoor de ziekte zich daar gemakkelijk kon verspreiden. De lessen die we van de pestepidemieën hebben geleerd zijn van alle tijden. Isolatie, afstand houden en quarantaine waren de belangrijkste principes en gelden nu weer bij de aanpak van de covid-19-pandemie. Hoe effectief deze maatregelen zijn, hangt af van de maatschappelijke context waarin deze worden toegepast.

Johannes Lingelbach schilderde in 1656, het jaar dat de pest in alle hevigheid in Amsterdam rondwaarde, de Dam, met links het in aanbouw zijnde nieuwe stadhuis (het huidige Paleis op de Dam) (figuur 1a).1 Het is er een drukte van belang – niet bepaald het beeld van een stad die getroffen is door een zware epidemie, en zeker niet van dezelfde, ‘lege’ Dam tijdens de covid-19-pandemie in mei 2020. Iedereen had toen gehoor gegeven aan de oproep om zoveel mogelijk binnen te blijven en 1,5 m afstand te bewaren (figuur 2).

Figuur 1
 
Figuur 1 |  
(a) De Dam in Amsterdam tijdens de pestepidemie van 1656, met links het nieuwe stadhuis in aanbouw (het huidige Paleis op de Dam) en de Nieuwe Kerk. Centraal op het plein staat de Waag (in 1808 afgebroken). Geschilderd door Johannes Lingelbach in 1656 (collectie Amsterdam Museum, Amsterdam).(b) Boven de deur van het stedelijk loket bij het stadhuis (linker kader) staat in wit krijt het getal ‘896’ geschreven. Dit getal gaf het aantal Amsterdammers aan dat op die dag in de stad aan de pest was bezweken. (c) In de menigte is uiterst rechts (rechter kader) een ‘witteroedrager’ te zien. Pestzieken moesten 6 weken lang duidelijk herkenbaar met een witte stok in de hand lopen, zodat de mensen om hen heen voldoende afstand konden houden.

Toch wijzen 2 bijzonderheden op het schilderij erop dat de stad getroffen was door de pest: boven de deur van het stedelijk loket bij het stadhuis staat in krijt het getal ‘896’ geschreven, verwijzend naar het aantal Amsterdammers dat op die dag in de stad aan de pest was bezweken (figuur 1b). Daarnaast zien we rechts op het schilderij een man in lichtgekleurde kleding die een witte stok in zijn hand houdt, een ‘witteroedrager’ (figuur 1c). Was je een pestzieke, of woonde je in een huis waar iemand aan de pest was overleden, dan moest je buiten 6 weken lang duidelijk herkenbaar met een witte stok lopen, zodat iedereen voldoende afstand tot je kon houden. Toch ging, getuige Lingelbachs voorstelling, het economisch verkeer voor een groot deel door.

Figuur 2
 
Figuur 2 |  
De Dam in Amsterdam tijdens de covid-19-pandemie in mei 2020. De intelligente lockdown resulteerde in een leeg plein op een aantal handhavers na (foto: Matthanja Bieze).

De gevolgen van de pest waren in de volksbuurten van Amsterdam echter veel ernstiger. 1656 was het vierde achtereenvolgende jaar dat de stad door de pest werd geteisterd en in het laatste jaar overleden circa 16.700 Amsterdammers, ongeveer 12,5% van de toenmalige stadsbevolking.2

De zwarte dood

De pest is een zoönose die via geïnfecteerde, zwarte ratten en vlooien wordt overgedragen.3 Van de 15e tot de tweede helft van de 17e eeuw was dit de meest gevreesde, besmettelijke ziekte die regelmatig terugkerende, zware epidemieën veroorzaakte en grote delen van de bevolking in Nederland wegvaagde.2 De ratten gedijden vooral goed in de dichtbevolkte steden, met hun straatvuil en vieze grachten, en zorgden voor een snelle ziekteverspreiding.

Hoewel de pest in het begin van de 18e eeuw uit West-Europa verdwenen is, komt de ziekte in andere delen van de wereld nog steeds voor.4,5 Infectie met de pestbacterie kan zich manifesteren als builenpest of als longpest. Bij de builenpest ontstaat op de plaats van de vlooienbeet een pustel met daaromheen een donkere flegmone – vandaar vroeger de naam ‘de zwarte dood’ (figuur 3). Longpest heeft een ernstige pneumonie tot gevolg. Sepsis met hoge koorts kan zonder behandeling in korte tijd tot de dood leiden.

Figuur 3
 
Figuur 3 |  
Wasmoulage van een patiënt met een pestpustel in de nek (collectie Pathoplastisches Institut GmbH, Dresden).

De pest was vanuit China via de handelsroutes over land en zee, overgebracht naar Europa.3,6 Besmette ratten en vlooien reisden met de kooplieden mee vanuit de oostkust van China naar Italië. Vanuit de havensteden Venetië en Genua, waar de pest het eerst uitbrak, werd de ziekte via de scheepvaart verspreid naar West-Europa. De besmetting kon zich met het handelsverkeer verder uitbreiden, waar deze in de steden tot pestuitbraken leidde.

Isolatie van pestlijders, pesthuizen en quarantaine

Bij de eerste pestuitbraken in de 15e eeuw werd al aangenomen dat de pest besmettelijk was en zich verspreidde via ‘kwalijke dampen’. Het isoleren van ‘pest siecken’ was dan ook één van de eerste maatregelen waartoe stadsbesturen overgingen; besmette personen moesten thuisblijven en, met hen, de andere bewoners van het huis.2 Ook werd met een bos stro of een metalen letter ‘P’ op de voordeur aangegeven dat een huis besmet was. Degenen die zich dat konden veroorloven, ontvluchtten de stad. In de dichtbevolkte armenwijken was thuisisolatie echter niet haalbaar en werden de pestlijders zoveel mogelijk uitgesloten door hen onder te brengen in pesthuizen, die daarvoor speciaal werden opgericht, de meesten buiten de stad. Zo werd in 1635 in Amsterdam een pesthuis geopend bij de Overtoom, destijds buiten de stadsmuren, en werd in Leiden in 1661 eveneens buiten de stad een pesthuis gebouwd.7

Om de handel met het buitenland zo min mogelijk te beperken, werden schepen uit van pest verdachte gebieden in ‘quarantaine’ geplaatst. Het woord is afgeleid van het Italiaanse ‘quaranta giorni’, wat ‘40 dagen’ betekent: de tijd dat schepen uit mogelijk besmette gebieden voor de haven van Venetië moesten blijven liggen, alvorens zij mochten binnenvaren. Verdachte lading werd verbrand en de bemanning werd soms tot 30 dagen in quarantaine gehouden voordat het schip werd vrijgegeven.

Pestdokters met snavelmaskers en ‘Gods gave’

De pest is een bacteriële infectieziekte waarvan de verwekker, Yersinia pestis, tegenwoordig effectief kan worden behandeld met antibiotica.5 Vier eeuwen geleden bestond er echter nog geen actieve behandeling tegen. Tijdens de grote pestuitbraken werden pestdokters aangewezen om de zieken te helpen. Ze gingen gekleed in een allesbedekkende jas en droegen een snavelmasker waarin beschermende, geurige kruiden waren gedaan (figuur 4).6 Meer dan het incideren van een abces en het verzorgen van de zieke, kon niet worden gedaan. Aderlaten bij een patiënt met koorts en bloederige abcessen door de pest, werkte averechts.8

Figuur 4
 
Figuur 4 |  
17e-eeuwse pestdokter met snavelmasker (collectie Rijksmuseum Boerhaave, Leiden).

Over de oorzaak van de pest tastte men in het duister en met een zeker fatalisme werd de ziekte toegeschreven aan de toorn van God.2 De pest was ‘Gods gave’, een door God opgelegde straf voor het zondige gedrag van de mens. Veel meer dan bidden kon men niet doen om God tot andere gedachten te brengen.

Angst en discriminatie

De pestuitbraken hadden vreselijke gevolgen voor de zwaar ontwrichte samenleving. Enorme aantallen doden werden geteld, waarbij niemand – rijk of arm – werd ontzien. De vrees om besmet te raken, de angst voor de om zich heen grijpende dood, en de onzekerheid over het einde van de ziekte, zetten de samenleving op zijn kop. De mensen riepen de pestheiligen Sint-Rochus en Sint-Sebastiaan aan, in de hoop op een wonderbaarlijke oplossing van deze rampspoed.2

Angst leidde ook tot het aanwijzen van een zondebok en tot discriminatie van groepen in de samenleving. Zo kregen de joden al bij de pestuitbraken in de 14e eeuw de schuld van de pest en de noodlottige gevolgen daarvan, wat in een aantal steden leidde tot pestpogroms en verbanning van de joden.3 Iedereen die van buiten kwam werd gezien als een potentiële ziekteverspreider en werd gewantrouwd.

Eenzelfde reactie zagen we bij het begin van de covid-19-epidemie in Nederland. De SARS-CoV-2-infectie was op een dierenmarkt in het Chinese Wuhan overgedragen van een vleermuis op de mens en verspreidde zich in korte tijd over de hele wereld. Als gevolg werden Chinezen door sommigen gezien als de dragers van het virus en als personen die beter gemeden konden worden – een wantrouwen dat culmineerde in een carnavalslied waarover de nodige ophef is ontstaan.9 Het lied zou toch al niet een lang bestaan gekend hebben, omdat het volgende carnaval werd afgelast in het kader van de preventieve maatregelen rond covid-19.

Bestuurlijke maatregelen en economische gevolgen

Carnaval en kermissen gingen in tijden van pest ook niet door.2 De stadsbesturen en overheid stelden alles in het werk om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Al in de 16e eeuw werden ordonnanties uitgevaardigd, waarin werd verboden met veel mensen bijeen te komen. Zo werd een verbod op grote vergaderingen afgekondigd en werd het kerkbezoek beperkt, al kon dit niet tegenhouden dat de kerken druk bezocht werden door gelovigen die – door te bidden – Gods rechtvaardige toorn tot bedaren hoopten te brengen. Ook de kroegen en herbergen hadden het moeilijk, getuige de uit de 17e eeuw bewaarde bezwaarschriften van herbergiers tijdens de pestuitbraken in Amsterdam, waarin zij meldden dat hun omzet sterk was gedaald. De jongeren vormden toen al een doelgroep voor wie het verboden was zich ’s avonds of ’s nachts in drinkgelegenheden te begeven.

De totale ontwrichting van de samenleving en de draconische maatregelen hadden grote gevolgen voor het werk- en handelsverkeer in de door de pest geteisterde steden. Voor de overheid vormde het terugdringen van het aantal besmettingen enerzijds, en het beperken van de economische schade anderzijds, een steeds weer terugkerend dilemma. Velen moesten onder armoedige omstandigheden de moeilijke tijd zien door te komen. De maatschappelijke onrust groeide, vooral in de zwaar getroffen steden, en die kwam dan vaak tot een uitbarsting bij begrafenissen, mede in gang gezet door onderbetaalde grafdelvers of een tekort aan lijkbaren en lijkkisten.2 Zoals was te verwachten, gezien ook het gebrek aan toezicht op de regels en handhaving, werden de opgelegde voorschriften vaak ontdoken. Hoe veerkrachtig de samenleving steeds bleef, blijkt uit het economische herstel nadat de pest was uitgewoed…, totdat de volgende pestuitbraak zich aandiende.

Lessen voor covid-19

Wat kunnen we leren van de pestepidemieën die ons land 4 eeuwen geleden hebben geteisterd? Nadat de curve van het aantal nieuwe covid-19-besmettingen in Nederland een eerste daling had laten zien, deden zich nieuwe brandhaarden voor in 2 vleesverwerkende bedrijven in Nederland. Arbeidsmigranten die hier werken, bleken de bron van de besmettingen te zijn: veelal afkomstig uit Oost-Europa, slecht gehuisvest, dicht op elkaar wonend in gemeenschappelijke ruimten, en op de werkvloer was afstand houden moeilijk.10

Hetzelfde probleem zagen we tijdens de pestepidemieën. De ‘haestige siecte’ sloeg het hardst toe in de arme volksbuurten, waar de bewoners dicht opeengepakt woonden en de hygiënische voorzieningen slecht waren. De meesten waren ook afhankelijk van kleine handel of diensten, en zich onttrekken aan dit werk betekende geen brood op de plank. Zij hadden geen keuze: zelfisolatie en de anderhalvemetermaatschappij waren voor hen niet haalbaar. De pest kon zich daardoor vooral in de steden onbelemmerd verspreiden, ondanks alle pogingen van de stadsbesturen om het aantal besmettingen in te perken.

De lessen die we van de pestepidemieën hebben geleerd zijn van alle tijden. Isolatie, afstand houden en quarantaine waren toen de belangrijkste principes en gelden nu weer bij de aanpak van de huidige covid-19-pandemie. Hoe effectief deze maatregelen zullen zijn, hangt af van de maatschappelijke context waarin deze worden toegepast.

Literatuur
  1. Epidemie-bestrijding in de zeventiende eeuw. Stadsarchief Amsterdam. 18 april 2020.

  2. Noordegraaf L, Valk G. De Gave Gods. De pest in Holland vanaf de late middeleeuwen. Berge: Octavo; 1988.

  3. Coutinho R. Epidemieën en pandemieën. Amsterdam: Athenaeum-Polak & Van Gennep; 2020.

  4. Keeling MJ, Gilligan CA. Bubonic plague: a metapopulation model of a zoonosis. Proc Biol Sci. 2000;267:2219-30. doi:10.1098/rspb.2000.1272. Medline

  5. Harmans L. Pest, hoe zit dat ook alweer? Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:C4411.

  6. Van Dissel J, Kuijper E. Infectieziekten heb je nooit alleen. In: Van Dissel, J, van Everdingen J, van de Graaf A, te Hennepe M, van Steenbergen, red. Help, ik ben besmet! Biowetenschappen en Maatschappij. 1e kwartaal 2020. p 9-19.

  7. Haneveld GT. Oude medische gebouwen van Nederland. Amsterdam: R. Meesters & Ass.; 1976.

  8. Frijhoff WTM. Gods gave afgewezen. Op zoek naar genezing van de pest: Nijmegen, 1635-1636. Volkskundig Bulletin. 1991;17:143-70.

  9. Schaper J. Miltenburg E. Maatschappelijke gevolgen van corona. Verwachte gevolgen van corona voor de opvattingen en houdingen van Nederlanders. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau; 2020.

  10. Salm H. Waarom slaat het coronavirus juist in slachterijen zo hard toe? Trouw. 25 mei 2020.

Auteursinformatie

Amsterdam UMC, locatie AMC-UvA, afd. Chirurgie, Amsterdam: em.prof.dr. T.M. van Gulik, chirurg.

Contact T.M. van Gulik (t.m.vangulik@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Thomas M. van Gulik ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Covid-19

Gerelateerde artikelen

Reacties