Intelligentie voorspelt langer leven

Esther van Osselen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:C3561

Kinderen die lager scoren op een intelligentietest hebben een aanzienlijk groter risico om te overlijden aan hart- en vaatziekten, longziekten, maligniteiten die een verband hebben met roken, ziekten van de tractus digestivus en dementie. Dit verband kan maar voor een deel worden verklaard door verschillen in sociaal-economische omstandigheden of rookgedrag.

Dat blijkt uit een analyse van de sterfte onder ruim 65.000 Schotten die in 1947, op 11-jarige leeftijd, allemaal tegelijk een intelligentietest ondergingen op school (BMJ. 2017; 357:j2708). Catherine Calvin en collega’s van onder meer de Universiteit van Edinburgh koppelden de resultaten van de intelligentietest ­- de Moray House test nummer 12 ­­- aan de doodsoorzaakstatistieken. De follow-up eindigde in 2015. De bijna 40.000 nog levende leden van het cohort waren inmiddels 79 jaar oud.

Voor alle belangrijke doodsoorzaken was er een inverse relatie met intelligentie. Het sterkste verband was met longziekten: de 10% hoogst scorende kinderen hadden twee derde minder risico om hieraan te overlijden dan de 10% laagst scorende kinderen. Voor coronairlijden, CVA, rokengerelateerde kankersoorten, maagdarmleverziekten en niet natuurlijke dood van het risico voor de hoogst scorende groep de helft. Voor dementie en suïcide was dit verschil een kwart. Correctie voor rookgedrag verminderde het verband met hart- en vaatziekten en longziekten met slechts 12-27%, met rokengerelateerde maligniteiten en longkanker in het bijzonder met respectievelijk 40 en 50%. Ook sociaal-economische status kon het verband maar deels verklaren.

Calvin en collega’s opperen 2 verklaringsrichtingen. Duidelijk dat er een verband is tussen intelligentie op kinderleeftijd en leefstijlfactoren en ook bijvoorbeeld blootstellingen op het werk. Mogelijk spelen echter ook genetische factoren een rol. In de ‘bodily system integrity’-theorie is intelligentie een van de markers voor een optimaal lichamelijk functioneren, zowel fysiek als mentaal. Zij verwachten dat het debat over deze verklaringsrichtingen de komende jaren verder wordt gevoerd.

Gerelateerde artikelen

Reacties