Hoeveel alcohol is te veel en waarom? Kanttekeningen bij sociaal geaccepteerd overmatig alcoholgebruik

Klinische praktijk
A. van de Wiel
A. Poppelier
W.E. van Dalen
D. van de Mheen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:2463-5
Abstract
Download PDF

Zie ook het artikel op bl. 2466.

Alcoholgebruik is in de Nederlandse samenleving ingeburgerd en geaccepteerd, evenals in vele andere westerse landen. De consumptie laat vooral in de tweede helft van de vorige eeuw een sterke stijging zien. De laatste jaren lijkt onze samenleving in toenemende mate drinkpatronen te accepteren die uit medisch oogpunt als overmatig moeten worden geduid. Het gaat dan niet direct om ‘alcoholmisbruik’ of ‘alcoholverslaving’, zoals gedefinieerd in de DSM. Deze kennen dikwijls bijzondere achtergronden en vergen een eigen aanpak.

In dit artikel gaat het om twee los van elkaar staande, maar frequent voorkomende drinkpatronen: enerzijds een dagelijkse grote consumptie, variërend van 3 tot 8 glazen, en anderzijds het bij gelegenheden drinken van soms zeer excessieve hoeveelheden (‘binge’-drinken).

De gezondheidsaspecten van alcohol vormen al eeuwen een bron van discussie, die nog wordt versterkt door de waarneming dat er een J-vormige relatie bestaat tussen alcoholgebruik en mortaliteit.1 Matige drinkers vanaf middelbare leeftijd hebben een lager sterfterisico dan grote drinkers, maar ook dan geheelonthouders. Dit gunstige effect, bevestigd in een groot aantal epidemiologische studies, laat zich grotendeels verklaren door een verlaagd risico op atherosclerotische aandoeningen.2 Met dit gegeven wordt het reeds bestaande imago van alcohol als een kop met twee aangezichten verder bevestigd. In deze discussie rijzen ook vragen als: ‘Wat moet onder matig alcoholgebruik worden verstaan?’ en ‘Waar liggen de aanvaardbare grenzen?’ Wat is er bekend van de lichamelijke gevolgen van dit ‘sociaal geaccepteerd’ overmatig drinken en van het zogenaamde ‘binge’-drinken?

wat is boven de maat?

Er zijn geen algemeen geaccepteerde definities van de begrippen ‘matig drinken’ en ‘overmatig drinken’.3 Dit heeft te maken met de zeer wisselende grenzen van gezondheidswinst en -schade die in de verschillende studies worden opgegeven. Bovendien lijken de grenzen ook sterk individueel en door de situatie te worden bepaald. Zo kunnen twee snel gedronken consumpties voor een deelnemer aan het verkeer wellicht al te veel zijn. Het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ) hanteert als norm voor matig alcoholgebruik voor volwassen mannen een wekelijkse inname van minder dan 21 glazen (4 Hierbij zijn de Britse richtlijnen uit 1995 overgenomen, waarbij men ondanks de positieve geluiden uit de epidemiologische studies op grond van de J-vormige curve geen reden zag de grenzen hoger te leggen.5 Uitgaande van deze norm zou volgens een in 2000 gehouden landelijk onderzoek bijna 20 van alle mannen en 15 van alle vrouwen vanaf 15 jaar overmatig drinken.6 Hoewel het exacte aantal drinkers van 3-8 glazen niet bekend is, drinken ruim 700.000 Nederlanders meer dan 8 glazen per dag en heeft 8-10 van de bevolking ouder dan 15 jaar problemen met of door alcohol.4

‘Binge’-drinken

Naast dit dagelijks overmatig gebruik wordt nog een ander patroon van drinken in toenemende mate gesignaleerd: het reeds genoemde ‘binge’-drinken. Hierbij wordt situatief heel veel gedronken, afgewisseld met perioden waarin niet of nauwelijks wordt gedronken. Dit patroon wordt vooral gezien bij jongeren, die op feesten, tijdens vakanties en in de weekeinden soms schrikbarende hoeveelheden alcohol tot zich nemen. Uit een onderzoek van Bieleman et al. blijkt dat van de uitgaande jongens 57 meer dan 10 glazen tijdens een uitgaansavond drinkt en van de meisjes 16.7 Dit kennelijk door een belangrijk deel van de samenleving geaccepteerde dan wel gedoogde drinkgedrag uit zich in agressie, vernielingen, ongevallen in het verkeer en soms in acute gezondheidsproblemen. Diezelfde samenleving wordt echter wel nadrukkelijk met de gevolgen van overmatig alcoholgebruik geconfronteerd.

Op initiatief van het NIGZ en Geestelijke Gezondheidszorg Nederland verscheen in 2001 het rapport ‘Kosten en baten van alcoholzorg en -preventie’ van de accountantsorganisatie KPMG, waarin werd berekend dat de totale maatschappelijke kosten ten gevolge van overmatig alcoholgebruik € 2,5 miljard per jaar bedragen.8 Het gaat hier om kosten voortvloeiend uit verslavingszorg en algemene gezondheidszorg, maar ook uit werkverzuim, misdrijven en overtredingen. Hiervan komt € 113 miljoen voor rekening van de algemene gezondheidszorg, waarbij wel moet worden aangetekend dat het hier om kosten gaat die direct met alcoholgebruik in verband konden worden gebracht. Aangezien alcoholgebruik nogal eens schuilgaat achter andere diagnosen of onopgemerkt blijft, liggen de werkelijke kosten vermoedelijk nog een stuk hoger.9

lichamelijke gevolgen van overmatig alcoholgebruik en van ‘binge’-drinken

Teneinde inzicht te verkrijgen in de morbiditeit en mortaliteit die met de drinkpatronen gepaard gaan, werd recent op verzoek van het NIGZ door het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving te Rotterdam een literatuurstudie uitgevoerd.10 Deze inventarisatie getiteld Overdaad schaadt nam de J-vormige curve tussen de mate van alcoholgebruik en mortaliteit als uitgangspunt en richtte zich vooral op een dagelijks gebruik van 3-8 glazen en op het patroon van ‘binge’-drinken. Vanaf 2-3 glazen per dag neemt de mortaliteit toe, wat blijkt te berusten op een toename aan ongevallen, kwaadaardige nieuwvormingen, hart- en vaatziekten en aandoeningen van het zenuwstelsel.

Een beperking van deze gekozen opzet is dat aandoeningen die wel aan alcohol zijn gerelateerd, maar niet direct gepaard gaan met mortaliteit, grotendeels buiten beeld blijven. Dit heeft vooral betrekking op aandoeningen van het maag-darmstelsel, waarbij alcohol verantwoordelijk is voor de nodige morbiditeit. Het betreft hier met name ontstekingen van het slijmvlies van maag en dunne darm alsmede van lever en alvleesklier. Daarnaast is alcohol een leverancier van calorieën, die bij een normaal tot goed voedingspatroon bijdragen aan overgewicht, terwijl deze calorieën bij ondervoeding (waarmee alcoholisme vaak samengaat) als loos mogen worden bestempeld, aangezien ze geen adequate substitutie vormen voor eiwitten en koolhydraten.

Ongevallen

De relatie tussen overmatig alcoholgebruik en ongevallen is allang bekend en hangt samen met de directe invloed van alcohol op rijgedrag. Niet alleen bij ongevallen met dodelijke afloop, maar ook bij niet-fatale accidenten zijn vaker personen betrokken die chronisch overmatig drinken. Dit betreft zowel de personen die het ongeval veroorzaken als de slachtoffers. Overigens is het nemen van de fiets in dat opzicht zeker geen veilig alternatief voor de auto.11 Chronisch overmatig alcoholgebruik gaat ook samen met ‘ongelukkig’ vallen en ernstiger complicaties na het ongeval.

Bij ‘binge’-drinken wordt met zekerheid de toegestane norm voor deelname aan het verkeer overschreden. Onduidelijk is echter nog of ‘binge’-drinkers vaker betrokken zijn bij ongevallen of zich vaker melden bij Spoedeisende Hulpposten van de ziekenhuizen.

Maligniteiten

Hoewel alcohol zelf niet kankerverwekkend is, draagt die bij aan het ontstaan van maligniteiten. Verschillende mechanismen zouden hierbij een rol spelen, zoals het verhogen van de celgevoeligheid voor de inwerking van carcinogene stoffen, remming van het immuunsysteem, trager herstel van schade aangebracht aan DNA, alsmede een verhoogde aanmaak van zuurstofradicalen. Daarnaast beïnvloedt alcohol de stofwisseling van hormonen, zoals oestrogenen, en de afbraak en synthesecapaciteit van de lever. Het sterkste verband bestaat er met tumoren van mond, keelholte of slokdarm. Bij vrouwen wordt al een verband gevonden vanaf een alcoholgebruik van 2-3 glazen per dag.12 Een minder sterk verband bestaat er met tumoren van colon, rectum, longen of mamma.

Hart- en vaatziekten

In tegenstelling tot een matig gebruik gaat een ernstiger chronisch gebruik van alcohol gepaard met een toegenomen risico op hart- en vaataandoeningen. Dit betreft niet direct het coronairlijden, omdat hierbij het gunstige effect van alcohol ook nog wordt gezien bij een dagelijkse consumptie van 5 glazen.13 Daarentegen is er een verhoogde kans op ritmestoornissen en acute hartdood. Bij zeer excessief gebruik, zeker in combinatie met een vitaminetekort, kan cardiomyopathie optreden. Een verhoogd risico op een bloedige beroerte lijkt er al aanwezig vanaf een wekelijkse consumptie van 15-21 glazen.14 Daarnaast blijkt een avond zeer excessief drinken (‘bingen’) gepaard te gaan met een sterk verhoogd risico op acute hartdood en op een acuut infarct.15 16 Men veronderstelt dat hieraan vooral veranderingen in de reologische eigenschappen van het bloed en de hemostatische balans ten grondslag liggen. Zo blijkt een consumptie van 8 glazen 's avonds te leiden tot een significante remming van de fibrinolyse, die ook de volgende ochtend nog waarneembaar is.17

Alcohol beïnvloedt het hart en de vaatwand ook via indirecte mechanismen, zoals bloeddruk, hormonen en vetstofwisselingsproducten.

Neurologische aandoeningen

Polyneuropathie kan optreden bij een langdurig overmatig alcoholgebruik, dat meestal meer dan 8 glazen per dag behelst. Hierbij spelen echter ook de voedingstoestand en de inname van vitaminen een rol. Dit geldt met name voor het ontstaan van thiaminedeficiëntie voor de ontwikkeling van het Wernicke-Korsakov-syndroom. In dierexperimenteel onderzoek is vastgesteld dat ‘binge’-drinken leidt tot hersenschade, waarbij de zich nog ontwikkelende hersenen van jonge proefdieren gevoeliger zijn voor de toxische invloed van grote hoeveelheden alcohol dan die van oudere dieren. Ook bij de mens is inmiddels vastgesteld dat het enige jaren volhouden van een ‘binge’-drinkpatroon kan leiden tot achteruitgang van een aantal functies, zoals concentratie, aandacht, informatieverwerking en geheugen.18

uitgevoerde onderzoeken: onder de maat

Hoewel er over de somatische aspecten van excessief alcoholgebruik veel is geschreven, maakt de literatuurinventarisatie Overdaad schaadt duidelijk dat dit vooral het langdurig gebruik betreft van meer dan 8 glazen per dag.10 Het aantal studies dat zich specifiek richt op een dagelijkse consumptie van 3-8 glazen dan wel op het patroon van ‘binge’-drinken is zeer beperkt. Dit is bevreemdend, omdat deze patronen gepaard gaan met veel morbiditeit en betrekking hebben op een substantieel deel van de bevolking. In veel studies worden termen als ‘licht’, ‘matig’, ‘fors’ en ‘excessief’ gebruikt zonder dat deze begrippen worden gedefinieerd naar aantallen glazen of hoeveelheid alcohol. Dit maakt onderlinge vergelijking niet goed mogelijk. Deze beperkingen laten niet toe afkappunten aan te geven vanaf welke hoeveelheid een betekenisvolle toename van risico ontstaat. Bovendien kunnen dergelijke afkappunten per aandoening verschillen. Zo neemt de kans op lichamelijke schade door een ongeval al toe bij relatief kleine hoeveelheden alcohol, terwijl de kans op blijvende neurologische schade pas toeneemt bij grote hoeveelheden.

Opvallend is ook dat slechts weinig studies op dit terrein afkomstig zijn uit ons land. Voor een aantal aandoeningen hoeft dit geen bezwaar te zijn, maar voor beelden die ook worden bepaald door andere omgevingsfactoren of waarvoor de erfelijke aanleg van belang is, is extrapolatie van buitenlandse gegevens naar de Nederlandse situatie niet zonder meer mogelijk. Zo worden incidentiecijfers van bepaalde maligniteiten mede beïnvloed door factoren als erfelijke aanleg, rookgedrag en milieu. Tenslotte ontberen wij in ons land getallen die een goede indruk geven van de mate waarin sociaal geaccepteerd alcoholgebruik leidt tot medische consumptie. Dit gebrek aan gegevens, ook met betrekking tot (leeftijds)groepen waarbij deze drinkpatronen spelen, staat toegesneden interventie en voorlichting in de weg.

Alcohol is de meest gebruikte drug in onze samenleving en er tekent zich in toenemende mate een sociale acceptatie af van drinkpatronen, waarbij weliswaar geen alcoholafhankelijkheid in het geding is, maar die wel een negatief effect hebben op de gezondheid. Het betreft hier zowel een dagelijkse inname van 3-8 glazen per dag als het patroon van ‘binge’-drinken. Deze vormen van drankgebruik gaan gepaard met een toename in morbiditeit en mortaliteit, naast de negatieve invloed die zij kunnen hebben in het persoonlijke en sociale leven. De toegenomen mortaliteit doet zich vooral voor bij ongelukken, kwaadaardige nieuwvormingen, hart- en vaatziekten en neurologische aandoeningen. De kennis van het aandeel van alcohol bij vele lichamelijke klachten alsmede van de pathofysiologische mechanismen waarlangs ze totstandkomen, is ontoereikend. Gezien de omvang van het probleem, ook in Nederland, en de belangen van de samenleving in dezen, zouden meer initiatieven tot wetenschappelijk onderzoek en steun hiervoor op hun plaats zijn. Een dergelijke wetenschappelijke onderbouwing draagt niet alleen bij aan een betere monitoring van dit probleem, maar kan ook van pas komen bij het ontwikkelen van strategieën voor voorlichting en preventie.

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Wiel A van de. Voeding en gezondheid – gunstigeffect van wijn en wijnflavonoïden op hart- en vaatziekten.Ned Tijdschr Geneeskd2002;146:2466-9.

  2. Wiel A van de, Hart HCh. Alcohol en coronaire hartziekte.Ned Tijdschr Geneeskd1996;140:1755-9.

  3. San José S. Alcohol consumption and health.Rotterdam: Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving;2000.

  4. Posma R, Koeten F. Feiten over alcohol. 9e dr. Woerden:Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie;1998.

  5. Gaziano JM, Hennekens C. Royal colleges' advice onalcohol consumption. BMJ 1995;311:3-4.

  6. Duijser E. Drinkgedrag 2000. Amsterdam: NederlandsInstituut voor de Publieke Opinie en het Marktonderzoek; 2000.

  7. Bieleman B, Maarsingh H, Meijer G. Aangeschoten wild; eenonderzoek naar jongeren, alcohol, drugs en agressie tijdens uitgaan.Groningen: Intraval; 1998.

  8. Kosten en baten van alcoholzorg en -preventie. Hoofddorp:KPMG; 2001.

  9. Wiel A van de. Alcoholmisbruik: de gezondheidszorg eenzorg! Nederlands Tijdschrift voor Chronische Ziekten 1991;2:32-4.

  10. Poppelier A, Wiel A van de, Mheen D van de. Overdaadschaadt: een inventarisatie van de lichamelijke gevolgen van sociaalgeaccepteerd alcoholgebruik en binge-drinken. Rotterdam: Instituut voorOnderzoek naar Leefwijzen en Verslaving; 2002.

  11. Li G, Baker SP, Smialek JE, Soderstrom CA. Use of alcoholas a risk factor for bicycling injury. JAMA 2001;285:893-6.

  12. Seitz HK, Simanopwski UA. Alcohol and cancer: a criticalreview. In: Palmer TN, editor. Alcoholism: a molecular perspective. New York:Plenum Press; 1991. p. 271-96.

  13. Grønbáek M, Deis A, Sørensen TIA,Becker U, Borch-Johnsen K, Muller C, et al. Influence of sex, age, body massindex, and smoking on alcohol intake and mortality. BMJ1994;308:302-6.

  14. Gill JS, Shipley MJ, Tsementzis SA, Hornby RS, Gill SK,Hitchcock ER, et al. Alcohol consumption – a risk factor forhaemorrhagic and non-haemorrhagic stroke. Am J Med 1991;90:489-97.

  15. McElduff P, Dobson AJ. How much alcohol and how often?Population based case-control study of alcohol consumption and risk of amajor coronary event. BMJ 1997;314:1159-64.

  16. Kauhanen J, Kaplan GA, Goldberg DE, Salonen JT. Beerbinging and mortality: results from the Kuopio ischaemic heart disease riskfactor study, a prospective population based study. BMJ1997;315:846-51.

  17. Wiel A van de, Golde PM van, Kraaijenhagen RJ, Borne PAvon dem, Bouma BN, Hart HC. Acute inhibitory effect of alcohol onfibrinolysis. Eur J Clin Invest 2001;31:164-70.

  18. Verbaten MN. Alcohol en de hersenen. Woerden: NederlandsInstituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie;1999.

Auteursinformatie

Meander Medisch Centrum, afd. Interne Geneeskunde, Postbus 1502, 3800 BM Amersfoort.

Dr.A.van de Wiel, internist.

Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving, Rotterdam.

Mw.A.Poppelier, student; mw.dr.D.van de Mheen, directeur onderzoek en onderwijs.

Stichting Alcoholpreventie, Utrecht.

Ir.W.E.van Dalen, socioloog-gezondheidsvoorlichter en directeur.

Contact dr.A.van de Wiel (a.wiel@meandermc.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties