Computerloze dag

Hans Postema
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:B655

artikel

Soms zie je in één oogopslag dat er iets goed mis is. Ik had dat vandaag toen ik de praktijk binnenliep. Mijn beide collegae en 3 assistentes stonden achter de balie en staarden gespannen naar het beeldscherm. ‘Hans, de computer doet het niet!’ Als ICT’er van de praktijk ben je op zo’n moment de pineut.

Op het beeldscherm stond een balkje dat steeds opnieuw volliep. De computer deed het dus wél. Ik sprintte naar boven, naar het modem dat ons verbindt met de buitenwereld. Op het modem brandde een geruststellend groen ledje. Ik haalde opgelucht adem: we hadden ook verbinding. Het probleem zat dus bij de provider die onze software beheert. Eén assistente kreeg de taak om de provider te bellen; contact krijgen met een helpdesk kan tijdrovend zijn. Met de anderen draaien we een geïmproviseerd spreekuur.

Op mijn kamer viel de weldadige rust op. Geen zoemende computer onder het bureau, geen scherm dat om aandacht vraagt. Geen volle mailbox, geen berichten van de weekendwaarnemers, laat het spreekuur maar beginnen. De eerste patiënt kwam om 8 uur precies binnenlopen. Hij meldde hoestend dat hij in het weekend op de huisartsenpost geweest was. De dokter daar had gezegd dat hij een bronchitis had; als het erger werd moest hij maandag maar naar zijn eigen huisarts gaan. Terloops liet hij me een doosje codeïne zien. Mijn waarnemer had deze gegevens niet korter en bondiger kunnen opschrijven.

Toen ik de man onderzocht voelde ik met mijn hand op zijn warme rug al het gerommel. Eigenlijk had ik geen stethoscoop meer nodig. Maar goed, toch even luisteren naar het hele orkest van brommende en piepende rhonchi met verlengd expirium. Terwijl mijn patiënt van zuchten overgaat op onbedwingbaar hoesten neem ik alvast plaats aan het bureau. Ik reik naar het toetsenbord, herstel mij en zoek in de la naar een receptenblok. Voor het eerst sinds tijden schrijf ik weer een recept met pen. Wat achter de ‘S/’ staat is niet voor iedereen leesbaar, maar de apotheek moet het er maar mee doen. De rest van het spreekuur gaat wonderlijk snel, ook zonder computer. Of juíst zonder computer?

Na de laatste patiënt mijmer ik nog even over mijn ideaal, een opgeruimd bureau met een groot touchscreen geïntegreerd in het bureaublad. Stel je voor: met één veeg van je hand alle berichten naar de rand van het scherm schuiven en ordelijk rangschikken, één tikje van je vinger op de elektronische agenda om het dossier van de eerste patiënt te openen, goed gestructureerd met episodelijst, medicatieoverzicht en actielijst… Er wordt op de deur geklopt.

Verschrikt trek ik mijn voeten van mijn allesbehalve opgeruimde bureau terwijl de aios binnenkomt. Zij heeft duidelijk meer moeite met het gebrek aan communicatiemiddelen. Ze klampt zich vast aan haar smartphone. Ze heeft een vraag die ze zou kunnen opzoeken in een standaard, maar het internet doet het niet. Ik help haar met een vrolijk ‘Kijk eens achter je in de boekenkast’.

Ik geniet van deze dag: de overtreffende trap van een papierloos kantoor is voor mij een kantoor zonder ICT.

Ook interessant

Reacties