Een drukverband lijkt niet onder te doen voor gips bij de behandeling van een vermoedelijke scaphoïdfractuur. ‘Maar het is te vroeg om de richtlijn aan te passen.’
artikel
Bij patiënten met een klinische verdenking op een scaphoïdfractuur en een initieel normale röntgenfoto wordt – conform de Nederlandse richtlijn – de pols geïmmobiliseerd met gips. Dit om te voorkomen dat een onbehandelde fractuur niet goed heelt, met mogelijk posttraumatische artrose tot gevolg.
Abigael Cohen (Erasmus MC) en collega’s onderzochten of deze patiënten ook met een drukverband behandeld kunnen worden (J Orthop Traumatol. 2025;26:14). In hun RCT includeerden ze volwassen patiënten met een klinische verdenking op een scaphoïdfractuur en een initieel normale röntgenfoto. Dit gebeurde op negen Nederlandse SEH’s in de periode juni 2018-januari 2020.
De onderzoeksdeelnemers werden meteen na inclusie gerandomiseerd tussen behandeling met een drukverband gedurende drie dagen (interventiegroep) of de standaardbehandeling met gips gedurende twee weken (controlegroep). Na twee weken en na een jaar kregen de patiënten een poliklinische controle, inclusief röntgenfoto’s, waarbij ze ook enkele vragenlijsten invulden. Op drie momenten vulden ze aanvullende vragenlijsten in: bij inclusie, na zes weken en na drie maanden.
De primaire uitkomstmaat was het verschil tussen de interventie- en controlegroep na drie maanden op de Quick DASH; een vragenlijst die de mate van klachten en beperkingen meet in de bovenste extremiteit. Als secundaire uitkomstmaten keken de onderzoekers onder meer naar polsfunctie, pijnklachten en patiënttevredenheid.
Van de 180 onderzoeksdeelnemers hadden er 16 bij nacontrole daadwerkelijk een scaphoïdfractuur (8,9%). Na drie maanden was de QDASH-score van de 91 patiënten in de interventiegroep niet inferieur aan die van de 89 patiënten in de controlegroep (gemiddeld verschil: 0,30; 95%-BI: 0,02-0,62). Ook de secundaire uitkomstmaten bleken tussen de groepen niet te verschillen. Bij lichamelijk onderzoek na twee weken bleken bleek alleen de pols iets mobieler in de drukverbandgroep.
De onderzoekers concluderen dat bij patiënten met een vermoede scaphoïdfractuur een drukverband een goed alternatief lijkt voor twee weken gipsimmobilisatie. Wel is het goed om te beseffen dat beide groepen grotendeels bestaan uit patiënten die geen fractuur blijken te hebben, zegt orthopedisch handchirurg Bertram The (Amphia Ziekenhuis). ‘De veel kleinere subgroep van patiënten met een werkelijke fractuur kan hierdoor slechts een relatief bescheiden effect uitoefenen op de gemiddelden. Zodra er aanvullende studies en daarmee grotere getallen beschikbaar komen om zowel de korte- als langetermijnresultaten in deze subgroep in beeld te brengen, ontstaat een volledig plaatje waarop we dringendere adviezen zouden kunnen verantwoorden.’ The vindt het dus te vroeg om op basis van deze ‘elegante studie van eigen bodem’ de standaardbehandeling bij een verdenking op een scaphoïdfractuur aan te passen.
Reacties