'Neurodevelopmental treatment' na een beroerte: geen gunstig effect bij meting na 1 jaar; vergelijkend onderzoek

Onderzoek
T.B. Hafsteinsdóttir
A. Algra
L.J. Kappelle
M.H.F. Grypdonck
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:2045-9
Abstract

Samenvatting

Doel

Nagaan of ‘neurodevelopmental treatment’ (NDT) in de zorg voor patiënten met een beroerte een gunstig effect heeft op de functionele toestand en de kwaliteit van leven (KvL) gedurende 1 jaar na de beroerte.

Opzet

Prospectief, vergelijkend (parallelle groepen), niet-gerandomiseerd.

Methode

Van 324 opeenvolgende patiënten met een beroerte die in 12 Nederlandse ziekenhuizen waren opgenomen, werden 223 geplaatst in een interventiegroep waarin verpleegkundigen en fysiotherapeuten NDT toepasten, en 101 in een controlegroep die standaardzorg kreeg. De functionele toestand werd gemeten met de barthel-index. De primaire uitkomstmaat was een ‘slechte uitkomst’ na 1 jaar, gedefinieerd als een barthel-index < 12, of overlijden. De KvL werd gemeten met de ‘Stroke adapted sickness impact profile’-30 en met een visuele analoge schaal.

Resultaten

Na 12 maanden hadden 59 patiënten in de NDT-groep (26) en 24 patiënten in de controlegroep (24) een slechte uitkomst (gecorrigeerde oddsratio: 1,7; 95-BI: 0,8-3,5). Bij ontslag uit het ziekenhuis en na 6 maanden waren de gecorrigeerde oddsratio’s voor een slechte uitkomst respectievelijk 0,8 (95-BI: 0,4-1,5) en 1,6 (95-BI: 0,8-3,2). Met de KvL-metingen werden 6 en 12 maanden na de beroerte geen statistisch significante verschillen gevonden tussen de 2 groepen.

Conclusie

NDT was in dit onderzoek geen effectieve methode bij de zorg voor patiënten met een beroerte. Professionele zorgverleners zouden zich moeten afvragen of het toepassen van NDT zinvol is.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:2045-9

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Utrecht, Postbus 85.500, 3508 GA Utrecht.

Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde: hr.prof.dr.A.Algra, klinisch epidemioloog (tevens: afd. Neurologie).

Afd. Neurologie: hr.prof.dr.L.J.Kappelle, neuroloog.

Afd. Verplegingswetenschap: mw.prof.dr.M.H.F.Grypdonck, verplegingswetenschapper.

Contact Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen, afd. Neurologie en Verplegingswetenschap: mw.dr.T.B.Hafsteinsd&oacute;ttir, verplegingswetenschapper (t.hafsteinsdottir@umcutrecht.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Nijmegen, september 2007,

Hafsteinsdóttir et al. beschrijven een vergelijkend onderzoek naar de ‘neurodevelopmental treatment’(NDT)-methode voor patiënten met een beroerte (2007:2045-9). Zij concluderen dat professionals in de zorg zich moeten afvragen of de NDT-methode zinvol is en of zij zich niet beter kunnen richten op geïntegreerde zorg, waarbij men zich ook concentreert op psychologische en sociale aspecten.

De laatste jaren is er in de zorg voor patiënten met een beroerte veel ten goede veranderd, juist ook in Nederland. Door de organisatie van zogeheten ‘stroke-services’ is er in veel regio’s een samenhangende zorg ontstaan en door de ontwikkeling van evidence-based behandelrichtlijnen1-3 kon de effectiviteit van de zorg worden bevorderd. Het herstel van de grove motoriek na een beroerte is onderzocht in een landelijke studie, gesubsidieerd door ZonMw in het kader van de eerste stimuleringsronde voor revalidatieonderzoek 1998-2005; op basis van deze studie is de oorspronkelijke NDT-cursus voor paramedici geheel vervangen door een nieuwe post-hbo-cursus ‘Motorische revalidatie/CVA’.4 Deze cursus omvat alle nieuwe paramedische behandelinzichten, gebaseerd op zowel klinisch als translationeel onderzoek, en is ondergebracht bij het onafhankelijke Nederlands Paramedisch Instituut (www.paramedisch.org).

Over de psychosociale problemen en de zorg na een beroerte zijn er inmiddels diverse boeken en proefschriften verschenen, deels van Nederlandse bodem.5 Mede op basis van een ander landelijk onderzoek binnen het genoemde ZonMw-stimuleringsprogramma worden er evidence-based richtlijnen voor cognitieve revalidatie ontwikkeld (www.zonmw.nl). Ook in de herziene CBO-richtlijn ‘Beroerte’ die voor 2008 gepland staat, zal veel aandacht worden besteed aan cognitieve en sociale problemen en aan mantelzorgproblematiek.

Het onderzoek van Hafsteinsdóttir et al. heeft indertijd zeker bijgedragen aan de discussie over het effectief behandelen van mensen met een beroerte. De conclusie van het Engelstalige artikel uit 2005 heeft nu echter nauwelijks nog nieuwswaarde en gaat voorbij aan de vele genoemde ontwikkelingen.6 Nederland loopt voorop in de wereld wat betreft de verwetenschappelijking van de multidisciplinaire behandelrichtlijnen en van het onderwijs voor behandelaars van patiënten met een beroerte. Vermelding van deze ontwikkelingen zou de actualiteitswaarde van het artikel hebben vergroot.

A. Geurts
J.M.A. Visser-Meily
Literatuur
  1. Heugten CM van, Franke EAM, redacteuren. Commissie CVA-revalidatie. Revalidatie na een beroerte. Richtlijnen en aanbevelingen voor zorgverleners. Den Haag: Nederlandse Hartstichting; 2001.

  2. Peppen RPS van, Kwakkel G, Harmeling-van der Wel BC, Kollen BJ, Hobbelen JSM, Buurke JH, et al. KNGF-richtlijn Beroerte. Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie. 2004;114(Suppl):3-78.

  3. Cup EHS, Steultjens EMJ. Ergotherapierichtlijnen Beroerte. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Ergotherapie; 2005.

  4. Ekkelboom J. Doek valt voor NDT. Revalidatie Magazine. 2007;13:8-9.

  5. Erp J van, Hinnen C, Sanderman R. Psychosociale problemen en zorg bij hart- en vaatziekten. Cerebrovasculaire aandoening. Bilthoven: Nederlandse Hartstichting; 2006.

  6. Hafsteinsdóttir TB, Algra A, Kappelle LJ, Grypdonck MHF. Neurodevelopmental treatment after stroke: a comparative study. Dutch NDT Study Group. J Neurol Neurosurg Psychiatry. 2005;76:788-92.

T.B.
Hafsteinsdóttir

Utrecht, december 2007,

Wij zijn het met Geurts en Visser-Meily eens dat er veel ontwikkelingen gaande zijn in de zorg voor patiënten met een beroerte. Het is echter de vraag of dergelijke ontwikkelingen vermeld hadden moeten worden in mijn artikel, omdat dat gericht is op het beschreven onderzoek en niet op andere aspecten van de zorg voor deze patiëntengroep. De beide auteurs melden dat er een nieuwe cursus is opgezet in plaats van de oorspronkelijke NDT-cursus. Dat is belangrijk voor de paramedici in Nederland.

Daarnaast gebeurt er veel op verpleegkundig gebied. Momenteel wordt de verpleegkundige revalidatierichtlijn ‘Beroerte’ (VRB) ontwikkeld in een internationaal samenwerkingsproject van het lectoraat Ouderenzorg van de Hogeschool Utrecht, de divisie Hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en het universiteitsziekenhuis Landspítali in IJsland. Aan deze richtlijn werken verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, nurse practitioners en onderzoekers van de genoemde instellingen mee onder leiding van ondergetekende. De andere samenwerkingspartners zijn het revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht, de Nederlandse Vereniging Neuro-Verpleegkundigen en Verzorgenden, het Landelijk Expertisecentrum Verpleging en Verzorging en de Nederlandse Hartstichting.

Vanwege de complexe problemen die patiënten met een beroerte ervaren, is de zorg voor hen ook complex. Daarom behandelt de VRB veel verschillende thema’s in 12 hoofdstukken die de fysieke, de psychologische en de sociale zorg voor deze patiënten betreffen. Voorbeelden van de thema’s zijn: mobiliteit, adl, voeding, slikproblemen, depressie en communicatie. Het ontwikkelen van de richtlijn vindt plaats volgens de methode van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en het Scottish Intercollegiate Guideline Network (SIGN). Het gaat hier om een evidence-based richtlijn. Op dit ogenblik worden de laatste hoofdstukken beoordeeld door experts in de zorg. Dat zijn verpleegkundigen en professionals die werkzaam zijn op afdelingen Neurologie en op ‘stroke-units’, in academische en niet-academische ziekenhuizen, in verpleeghuizen, in revalidatiecentra en in de thuiszorg, overal in Nederland. Ook vindt er een haalbaarheidsstudie plaats waarin de mogelijkheid wordt onderzocht om de VRB te realiseren en te gebruiken in verschillende instellingen, zoals ziekenhuizen, een revalidatiecentrum en een verpleeghuis. De resultaten van de verschillende studies worden binnenkort gepubliceerd.

De kracht van de VRB is dat de beschikbare kennis op een systematische wijze gebundeld wordt. De richtlijn wordt zo een veelomvattende handleiding voor verpleegkundigen, op basis van nieuwe inzichten en theorieën over de revalidatie en zorg voor deze patiënten. Door de VRB zal de rol van verpleegkundigen in de zorg voor patiënten met een beroerte een stevig inhoudelijk en wetenschappelijk fundament krijgen. De richtlijn zal begin 2008 beschikbaar zijn voor gebruik. Geurts en Visser-Meily hebben zitting in de stuurgroep van de VRB.

T.B. Hafsteinsdóttir