Gepubliceerd op: 09-12-1991 (in print verschenen in week 49 1991)
Citeer dit artikel als:
 Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:2346
In het kort
Tromboseprofylaxe bij heupoperaties met heparine van een laag moleculair gewicht

H.R. Büller

Zonder enige vorm van profylaxe krijgt 40-70 van de patiënten die een electieve heupoperatie ondergaan trombose in de diepe beenvenen (DVT). Het grootste deel van deze tromboses blijft subklinisch, doch bij 1-5 van de patiënten is een fatale longembolie de eerste uiting ervan. Gelet op de hoge incidentie van DVT, bestaat er algemene consensus dat patiënten die een heupoperatie ondergaan een absolute indicatie hebben om tromboseprofylaxe te krijgen. Over de beste vorm bestaat echter geen overeenstemming. In verschillende landen, waaronder Nederland, is het perioperatief geven van lage doses heparine subcutaan de meest gebruikte maatregel. Daarna volgen dextranen en coumarinederivaten. Elk van deze methoden heeft echter nadelen, zoals een beperkte effectiviteit (dextranen) en bewerkelijkheid (coumarinen). Lage doses heparine hebben als nadeel dat de dosis voor iedereen gelijk is, ongeacht gewicht, risicofactoren of grootte van de operatie, waardoor de werkzaamheid niet optimaal is. In eerdere onderzoekingen is aangetoond dat een individueel getitreerde dosis subcutaan heparine op geleide van verlengingen van stollingstests de beste vorm van profylaxe is, zowel qua preventie van trombose als qua bloedingsrisico. In het onderzoek van Leyvraz et al. bij 349 patiënten die een heupoperatie ondergingen, werd deze getitreerde dosis heparine vergeleken met een gefixeerde dosis heparine van een laag moleculair gewicht.1 Deze laatste profylaxevorm behoeft geen laboratoriumcontrole. Alle patiënten ondergingen een flebografisch onderzoek met contrast op dag 10, waarbij bleek dat de patiënten in de groep behandeld met heparine van een laag moleculair gewicht minder vaak een veneuze trombose hadden, vooral wanneer men lette op trombose in venen boven het niveau van de knie (proximale trombose). Bloedingen waren infrequent en vergelijkbaar tussen de twee groepen. Het lijkt derhalve gerechtvaardigd om te stellen dat profylaxe met heparine van een laag moleculair gewicht te prefereren is boven de veel ingewikkelder en arbeidsintensieve methode met getitreerde heparine.



Literatuur
  1. Leyvraz PF, Bachmann F, Hoek J, et al. Prevention of deepvein thrombosis after hip replacement: randomized comparison betweenunfractionated heparin and low molecular weight heparin. Br Med J 1991; 303:543-8.

Reactie toevoegen

Er zijn nog geen reacties geplaatst.