Samenvatting
Bij 2 patiënten, een Somalische vrouw van 21 en een Surinaamse man van 19 jaar, werd pleuritis tuberculosa vastgesteld. De eerste patiënt had een paradoxale (immunologische), de tweede een infectieuze reactie. Beide patiënten werden behandeld met tuberculostatica en drainage, en herstelden. De pathofysiologie van de paradoxale reactie is nog grotendeels onopgehelderd. De kweek blijft de gouden standaard bij het stellen van de diagnose ‘pleuritis tuberculosa’, maar bacteriologische bevestiging wordt in veel gevallen niet verkregen. De (waarschijnlijkheids)diagnose wordt dan vaak gesteld op basis van een combinatie van anamnese met risicoschatting, symptomenbeeld, fysisch onderzoek, röntgenonderzoek en histologische bevindingen, en op basis van een (proef)behandeling met tuberculostatica. Bij de diagnostiek kan een PCR op Mycobacterium tuberculosis-complex helpen. Voor routinematige bepaling van adenosine-deaminase en interferon-γ is in Nederland met zijn lage incidentie geen plaats bij patiënten met pleuritis tuberculosa. In de toekomst kunnen wij mogelijk meer verwachten van het in vitro meten van T-celreactiviteit tegen M. tuberculosis-specifieke antigenen. De medicamenteuze behandeling van pleuritis tuberculosa is identiek aan die van longtuberculose. Bij een infectieuze reactie wordt geadviseerd de pleuraholte te spoelen. Drainage van pleuravocht bij een paradoxale reactie is geïndiceerd indien mechanische bezwaren bestaan.
Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:93-7
Reacties