Pasgeborenen onvoldoende beschermd tegen mazelen

Pasgeborenen onvoldoende beschermd tegen mazelen
Open

Nieuws
10-06-2010
Femia Kievits
 

Jonge kinderen blijken in hun bescherming tegen mazelen een hiaat van maanden te hebben tot aan het moment van vaccinatie. Dit komt doordat de antistoffen van de moeder sneller verdwijnen dan tot nu toe werd aangenomen, vooral als de moeder zelf ook haar antistoffen aan vaccinatie te danken heeft (BMJ. 2010;340:c1626).

De afgelopen jaren kwamen in Europa en vooral in Duitsland en Groot-Brittannië bij herhaling kleine mazelenepidemieën voor. De laatste epidemie in Nederland was in 1999-2000. Meestal gaat het hier om kinderen van wie de ouders vaccinatie weigeren. Maar risico’s zijn er ook voor kinderen die nog te jong zijn om te vaccineren, wat in Nederland meestal rond de 14e maand plaatsvindt. Veel onderzoekers gaan er vanuit dat de baby tot die leeftijd beschermd is door antistoffen van moeder. Maar dat blijkt een misvatting, schrijven Belgische onderzoekers.

Uit hun onderzoek onder 207 zwangere vrouwen en hun kinderen bleek dat de IgG-antistoftiter van gevaccineerde vrouwen tijdens de zwangerschap laag is (gemiddeld 779 mIU/ml). Van de 120 vrouwen die immuniteit verwierven door mazelen door te maken was de antistofspiegel ruim drie keer hoger (2687 mIU/ml). Dit heeft directe gevolgen voor de bescherming van de baby. De kinderen van geïmmuniseerde moeders hadden gemiddeld 3,8 maanden maternale antistoffen tegen mazelen in hun bloed, bij kinderen van gevaccineerde moeders waren de antistoffen na 1 maand verdwenen. Op de leeftijd van 6 maanden waren alle kinderen uit beide groepen, op een enkele uitzondering na, niet meer beschermd tegen mazelen. Borstvoeding, geboortegewicht, opleidingsniveau, keizersnede en dagopvang, hadden geen invloed op de antistofspiegel.

In het geval van een mazelenepidemie, waarvoor de Wereldgezondheidsorganisatie recent nog waarschuwde, kunnen zij besmet worden. Maar ook als een broertje of zusje mazelen heeft of als naar een land met grote mazelenuitbarstingen wordt gereisd (Indonesië, Thailand, Vietnam, Bulgarije) moet vervroegde vaccinatie overwogen worden. Als toekomstige studies uitwijzen dat vaccinatie op een leeftijd jonger dan 9 maanden zinvol en veilig is, zouden landen kunnen overwegen het vaccinatieprogramma aan te passen, aldus de auteurs.

Literatuur