Intracystisch mammacarcinoom: diagnostiek en behandeling in retrospectief onderzoek en literatuurgegevens

Onderzoek
F.J.H. van den Wildenberg
M. Mravunac
H.E. Schaafsma
E.D.M. Bruggink
L.J.A. Strobbe
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:2124-8
Abstract

Samenvatting

Doel

Beleid en prognose beschrijven van patiënten met een cysteuze mamma-afwijking door een intracystisch mammacarcinoom (ICMC).

Opzet

Retrospectief, beschrijvend.

Methode

Het onderzoek betrof een retrospectieve analyse van 17 patiënten uit de periode 1988-2000 met een ICMC in een opleidingsziekenhuis, die werden geselecteerd via het Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Geen van de patiënten gebruikte hormoonsubstitutie. Daarnaast werd literatuuronderzoek verricht via Medline.

Resultaten

De patiënten met ICMC waren gemiddeld 10 jaar ouder dan andere borstkankerpatiënten en presenteerden zich met een zelf ontdekte palpabele massa. Mammografie toonde een gladde, goed afgrensbare verdichting. Microcalcificaties stonden hierbij zelden op de voorgrond. Echografie toonde een cysteus proces met onregelmatige inhoud. Bij 6 patiënten werden wandstandige afwijkingen of intraluminale massa's gezien en bij 3 was er een solide, echoarme component in de cysteuze massa. Punctie gaf bij 36 (5/14) van de patiënten een fout-negatieve uitslag. Alle patiënten werden chirurgisch behandeld. De behandeling varieerde van excisiebiopsie tot gemodificeerde radicale mastectomie. Er hadden 15/17 patiënten een intracystisch papillair carcinoom (ICPC) en 2 een intracystisch grootcellig carcinoom van het ductale type. Bij 5 patiënten was er alleen een ICPC, bij 5 anderen betrof het een ICPC met een begeleidende ductaal-carcinoma-in-situcomponent en bij de overige 5 werd een ICPC met een invasieve component gevonden. De mediane follow-up bedroeg 84 maanden (uitersten: 28-165). Er waren 15 patiënten bij follow-up vrij van ziekte en 2 hadden een locoregionaal recidief gekregen. De overleving was 100.

Conclusie

Op grond van dit onderzoek en van de literatuur gold: iedere cyste in de borst van een postmenopauzale patiënte, die geen hormoonsubstitutie gebruikt, is maligne tot het tegendeel is bewezen. Echografie is zeer nuttig bij de diagnostiek van ICMC. Bij aanwijzingen voor ICMC is excisiebiopsie met schildwachtklierbiopsie de behandeling van keuze. De prognose is goed.

Auteursinformatie

Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, afd. Algemene Heelkunde, Postbus 9015, 6532 GS Nijmegen.

F.J.H.van den Wildenberg, assistent-geneeskundige; M.Mravunac en dr.H.E.Schaafsma, pathologen; dr.E.D.M.Bruggink en dr.L.J.A.Strobbe, chirurgen.

(vandenwildenberg@freeler.nl).

Contact F.J.H.van den Wildenberg (vandenwildenberg@freeler.nl)

Verbeteringen
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties