Zoektermen en deelonderwerpen combineren

Booleaanse operatoren

Om zoektermen en deelonderwerpen te kunnen combineren heb je booleaanse operatoren nodig. Je hebt de booleaanse operatoren AND, OR en NOT. Wanneer er twee termen met AND worden verbonden moeten beide zoektermen in het artikel staan. Wanneer twee termen met OR worden verbonden moet een artikel of de ene term, of de andere term, of allebei de termen bevatten. Met OR krijg je dus meer zoekresultaten. Dit gebruik je voor synoniemen. Met AND versmal je je vraag, je maakt de vraag specifieker. Dit gebruik je voor het combineren van de verschillende deelonderwerpen met elkaar. Aan de ene kant maak je de zoekactie dus zo sensitief mogelijk, door veel synoniemen (met OR) te combineren, aan de andere kant zo specifiek mogelijk door (met AND) verschillende zoekonderdelen met elkaar te verbinden. 

 

                  

                    OR

 

 

 

 

                   AND

 

 

Daarnaast is er dus nog een derde booleaanse operator, NOT. Door het gebruik van NOT kan je de term achter ‘not’ uitsluiten. Bijvoorbeeld door te zeggen ‘NOT children’. Dit wordt vaak gebruikt met het idee dat kinderstudies hiermee uitgesloten worden. LET OP! Dit is niet zonder gevaar en wordt zelfs sterk afgeraden. Artikelen waar in de abstract iets staat als ‘In previous studies the intervention was successful for children, therefore we examine if this intervention is also successful for adults.’ worden door deze methode uitgesloten, maar zijn wel relevant. Lees paragraaf ‘PubMed - filters & clinical queries’ om meer te weten te komen over hoe je wel veilig kan filteren op studietypen of groepen.
Het is dus over het algemeen af te raden om NOT voor inhoudelijke zoektermen te gebruiken, maar NOT kan wel heel handig zijn om zoekacties met elkaar te vergelijken bij het verfijnen van je search. Als je eerst 240 resultaten had en na een kleine aanpassing van je search 270, kan je beide zoekacties met NOT combineren om alleen de 20 ‘nieuwe’ te beoordelen op geschiktheid. 

Schrijfwijze

In de meeste databases worden deze booleaanse operatoren gebruikt zoals je ze ook schrijft, maar soms hanteert een database een andere schrijfwijze. Het kan dus bijvoorbeeld voorkomen dat AND als + wordt geschreven en NOT als -. Controleer daarom altijd de helpfunctie van de database voor de juiste schrijfwijze.

Opzetten van je zoekstrategie

Je zoekstrategie bestaat uiteindelijk uit deelonderwerpen die weer bestaan uit zoektermen Zie fig. 1. Je gestandaardiseerde trefwoorden en ‘vrije’ zoektermen binnen een deelonderwerp combineer je met de booleaanse operator OR. Hiermee vind je minstens één term die over dat specifieke deelonderwerp gaat.

De verschillende deelonderwerpen combineer je met de booleaanse operator AND. Zoeken op meer deelonderwerpen zorgt voor een versmalling van de search, minder resultaat, minder ruis, maar altijd ook een kans dat je mogelijk relevante artikelen gaat missen. Meestal is op slechts één deelonderwerp zoeken niet voldoende doordat je nog veel te veel informatie overhoudt (niemand wil zich door duizenden artikelen heen worstelen). In dat geval is het nodig om nog een tweede, derde of (in zeldzamere gevallen) zelf een vierde deelonderwerp aan je search toe te voegen Zie Fig. 2.
 
Maar hoe weet je nou op welke deelonderwerpen je moet zoeken? Daarvoor is het belangrijk om eerst een hiërarchie te bepalen van je deelonderwerpen. Het belangrijkste deelonderwerp wordt altijd gezocht. Dit is vaak de P van de PICO, maar dat hoeft zeker niet altijd het geval te zijn. Door eerst op dit ene deelonderwerp te zoeken weet je hoeveel daarover geschreven is. Mocht het zo zijn dat hier al zeer weinig informatie over naar voren komt (en je hebt wel alle synoniemen en woordvariaties gezocht met OR) dan kan je het daarbij laten. Zoals eerder ook vermeld is dit meestal niet het geval en zal er minstens een tweede deelonderwerp meegenomen moeten worden.
Bij het bepalen van de hiërarchie kan de volgende methode helpen. Bij diagnostische, therapeutische of preventie vragen is dit meestal de I van de PICO die in eerste instantie samen met de P meegenomen wordt. Eventueel kan ook nog de C meegenomen worden mits dit om een andere specifieke interventie gaat en je enkel geïnteresseerd bent in studies die die twee interventies vergelijken. Als het gaat om vragen over bijwerkingen, prognostische vragen of etiologische vragen neem je meestal de E (exposure) van de PEO of zelfs de E en O nog mee. In het laatste geval moet de O (outcome) wel heel duidelijk en afgebakend zijn. Dit kan bijvoorbeeld wel als je de halfwaardetijd (outcome) van tamoxifen (exposure) bij borstkankerpatiënten met ondergewicht (patient) zou willen weten. 

Opslaan van de zoekactie

Het vinden van de juiste combinatie van deelonderwerpen is een iteratief proces. Je voegt weer een deelonderwerp toe, haalt er weer een weg, vind nog wat extra synoniemen die eerder ontbraken, etc. Het is daarom handig om je zoekactie vast te leggen. Zo kan je op een later moment gemakkelijk de zoekactie nog wat aanpassen of opnieuw uitvoeren, bijvoorbeeld wanneer je na verloop van tijd wilt weten of er nieuwe artikelen gepubliceerd zijn. Hiermee voorkom je dat je zoekacties die je eerder al geprobeerd hebt nog een keer gaat herhalen en bespaar je uiteindelijk een hoop tijd.
Het vastleggen van je zoekactie kan op verschillende manieren. Sommige databases bieden de mogelijkheid om een zoekactie op te slaan op je persoonlijke account (zie paragraaf ‘MyNCBI-alerts’ hoe je een zoekactie in PubMed op je persoonlijke account kan opslaan). Niet alle databases bieden die optie, in dat geval kan altijd je zoekblokken in een Word document of andere tekstverwerker kopiëren. 

 Pubmed

“Gestandaardiseerd trefwoord”[Mesh] OR “zoekterm 1”[tiab] OR “zoekterm 2”[tiab]

Fig. 1 Format van een zoekstrategie voor één deelonderwerp in PubMed

 =(Gestandaardiseerd trefwoord [MeSH]ORZoektermORZoekterm)

Fig. 2 Gebruik booleaanse operatoren tussen zoektermen en deelonderwerpen