Conversiestoornis

Opinie
Marinus Vermeulen
Els A.M. van der Linden
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5406
Abstract

‘Poor hysterics. First they were treated as victims of sexual trouble, then of moral perversity and mediocrity, then of imagination.’

William James (1842-1910)

In de 5e editie van de ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ (DSM-V) die volgend jaar uitkomt, wordt de definitie van conversiestoornis waarschijnlijk gewijzigd. In de literatuur is hierover een discussie op gang gekomen.1 De achtergrond van deze discussie is niet alleen van belang voor psychiaters, maar ook voor bedrijfsartsen, dermatologen, gynaecologen, huisartsen, internisten, kno-artsen, neurologen, oogartsen, urologen en verzekeringsartsen. In tabel 1 is de definitie van conversiestoornis volgens de huidige DSM-IV-TR beschreven.2 In het kort komt het erop neer dat deze patiënten neurologische symptomen hebben zonder een aantoonbare verklaring.

Figuur 1

Conversiestoornis of een andere term?

In tabel 2 worden andere termen voor conversiestoornis genoemd. De term ‘conversie’ – sinds 1935 gebruikt, maar nooit algemeen geaccepteerd – is afkomstig uit de psychodynamische theorie van Freud…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Neurologie, Amsterdam.

Em.prof.dr. M. Vermeulen, neuroloog; drs. E.A.M. van der Linden, psycholoog.

Contact em.prof.dr. M. Vermeulen (m.vermeulen@amc.uva.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 24 oktober 2012

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Marinus
vermeulen

Wij zijn het eens met Lipovsky en Bühring. Patiënten met een conversiestoornis  moet geleerd worden hun symptomen op de juiste wijze te interpreteren, dat geldt ook voor artsen die deze patiënten  behandelen. Artsen blijken deze patiënten te zien als simulanten,  een goed gesprek tussen arts en patiënt is dan niet mogelijk. Wij hadden in een eerdere versie van ons artikel ook het beleid bij deze patiënten besproken, waarbij wij op dit probleem ingingen. Het artikel werd  te lang, daarom beperkten wij ons tot de diagnose. Een tweede artikel is nu in voorbereiding waarin wij het door Lipovsky en Bühring gesignaleerde probleem uitgebreid bespreken.  

 

Rien Vermeulen

Het opinieartikel  ‘conversiestoornis’ van Vermeulen en van der Linden biedt interessante perspectieven ter overweging. De idee om de dichotomie van lichaam versus geest te vermijden, geldt zeker voor  de diagnose‘conversiestoornis’ . ‘Psychisch  onverklaarbaar, somatisch onvindbaar’ kan het motto zijn van  de patstelling door dergelijke neo-Cartesiaanse opsplitsing gegenereerd. In het artikel wordt psychologisme (reductie tot louter psychologische factoren) afgewezen. Naar het einde van het artikel toe riskeren de auteurs echter om naar de andere kant over te hellen, door te stellen dat enkel somatisch onderzoek tot de diagnose kan leiden. Impliciet is hier een ‘naturalisme’ ingeslopen, een reductie tot enkel biologische invloeden. Terecht verwijzen de auteurs naar Freud en zijn concept van het onbewuste. Het onbewuste genereert inderdaad betekenissen die zich kunnen uiten via somatische symptomen en niet zomaar transparant te begrijpen zijn door de hulpverlener noch de patiënt. Van de kant van deze laatste verklaart dit dat hij of zij het moeilijk kan hebben met psychische factoren gezien bewustwording. Ook van de kant van de hulpverlener die geen psychische fatoren kan weerhouden kan dit aldus begrepen worden: het onbewuste geeft zich niet zomaar prijs.

Tot besluit wil ik dan ook wijzen op het belang van explorerende psychotherapie, bijvoorbeeld psychoanalytische psychotherapie. Graag verwijs ik naar enkele referenties van psychoanalytische behandeling voor FSD (‘functional somatic disorders’) (1, 2) en een meta-analyse van (kortdurende) psychoanalytische psychotherapie (3).

Het uiteindelijke doel van  deze lezersbrief is dus om een aantal reducerende tendensen te onderkennen, te bevragen en hopen dat constructieve veranderingen in diagnose en behandeling meer ingang vinden.

Marc Calmeyn, psychiater, psychoanalyticus, PZ OLV Brugge privé-praktijk 'Lelieveld' Loppem

  1. Patrick Luyten, Boudewijn Van Houdenhove, Alessandra Lemma, Mary Target and Peter Fonagy.  A mentalization-based approach to the understanding and treatment of functional somatic disorders. Psychoanalytic Psychotherapy, Vol. 26, No. 2, June 2012, 121–140
  2. Patrick Luyten, Boudewijn Van Houdenhove, Alessandra Lemma, Mary Target and Peter Fonagy.  Vulnerability for Functional Somatic Disorders: A Contemporary Psychodynamic Approach.Journal of Psychotherapy Integration © 2013 American Psychological Association 1053-0479/13/$12.00 DOI: 10.1037/a0032360
  3. Allan Abbass, Stephen Kisely, Kurt Kroenke.Short-Term Psychodynamic Psychotherapy for Somatic Disorders. Systematic Review and Meta-Analysis of Clinical Trials. Psychother Psychosom 2009;78:265–274

Wij danken collega Calmeyn voor zijn bijzondere reactie, bijzonder omdat wij niet gewend zijn reacties uit de psychoanalytische hoek te ontvangen. Inderdaad wijzen wij psychologisme af. De veronderstelling  dat het bij conversiestoornissen gaat  om de omzetting van stress in lichamelijke symptomen lijkt aannemelijk, maar wordt niet gesteund door waarnemingen. Als de hypothese over de omzetting van stress in lichamelijke symptomen juist zou zijn, zouden patiënten met conversiestoornis weinig stress hebben. Dat is niet het geval. Uit onderzoek is gebleken dat patiënten met conversie meer stress hebben dan patiënten met vergelijkbare  neurologische uitval bij neurologische ziekten als multiple sclerose.(1)  Het fenomeen ‘belle indifference’ zou kenmerkend voor conversie zijn, maar is zeldzaam en komt ook voor bij neurologische ziekten.

Conversiestoornissen  kunnen ontstaan zonder bijzondere als ‘psychisch’ te duiden gebeurtenissen in het verleden en zonder  een psychische uitlokkende factor direct voorafgaande aan de symptomen.

Volgens Calmeyn genereert het onbewuste betekenissen die zich uiten via somatische symptomen. Wij betwijfelen of we mogen spreken over “het onbewuste dat betekenissen genereert”.

Calmeyn wijst op het belang van psychoanalytische psychotherapie. De meta-analyse die hij citeert vinden wij niet overtuigend. In deze studie werden onderzoeken zonder controlegroep ingesloten.  De resultaten waren alleen gunstig voor psychoanalyse als de ‘fixed effect’ methode werd gebruikt wat een ongeschikte methode is omdat niet kan worden aangenomen dat het therapie- effect in de diverse studies niet varieerden.

Calmeyn waarschuwt ons voor reductie tot enkel biologische invloeden. Was dat ook niet het doel van Freud? Mogelijk wordt Freuds wens werkelijkheid.(2.)    

 

Rien Vermeulen en Els van der Linden

Literatuur

1 Stone J, Warlow C, Sharpe M. The symptom of functional weakness: a controlled study of 107 patients. Brain 2010; 133: 1537-1551.

2 Carhart-Harris RL, Friston KJ.The default-mode, ego-functions and free-energy: a neurobiological account of Freudian ideas. Brain.2010; 133:1265-83.