Totaal atrioventriculair blok na een tekenbeet

Klinische praktijk
R.J.A.M. Verbunt
S.N. Blank
R.F. Visser
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1941-4
Abstract

Samenvatting

Een 40-jarige man werd verwezen naar de polikliniek Cardiologie in verband met klachten van lichtheid in het hoofd, hartbonzen en kortademigheid. Hij herinnerde zich een tekenbeet 2 à 3 jaar eerder. Een huidafwijking had hij nooit opgemerkt. Het ecg toonde een fors eerstegraads atrioventriculair (AV) blok, en bij holteronderzoek werd een intermitterend totaal AV-blok gevonden. Een permanente pacemaker werd geïmplanteerd. Serologisch onderzoek leverde positieve uitslagen op voor antilichamen tegen Borrelia. Patiënt werd behandeld met ceftriaxon. In de weken tot maanden na implantatie verdwenen de AV-geleidingsstoornissen. Gezien de reversibiliteit van het AV-blok werd toen de diagnose ‘lymecarditis met secundaire AV-geleidingsstoornissen’ gesteld en werd de pacemaker weer geëxplanteerd.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1941-4

Auteursinformatie

Máxima Medisch Centrum, Postbus 7777, 5500 MB Veldhoven.

Afd. Cardiologie: hr.dr.R.J.A.M.Verbunt en hr.dr.R.F.Visser, cardiologen.

Máxima Medisch Centrum, Eindhoven.

Afd. Interne Geneeskunde: hr.S.N.Blank, internist-infectioloog.

Contact hr.dr.R.J.A.M.Verbunt (r.verbunt@mmc.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Delft, december 2007,

Onlangs beschreven Verbunt et al. de ziektegeschiedenis van een 40-jarige man die vanwege een hartritmestoornis met wisselend atrioventriculair (AV-)blok een pacemaker kreeg (2007:1941-4). Naar aanleiding van een tekenbeet 2 jaar tevoren werden antistoffen tegen Borrelia bepaald, die later positief bleken, waarna behandeling met ceftriaxon volgde. Bij latere controles bleek het PR-interval te zijn genormaliseerd, en bij het uitlezen van de pacemaker werd vastgesteld dat enkele weken na implantatie geen pacing meer had plaatsgevonden. De pacemaker werd verwijderd. Een andere oorzaak van het hartblok dan een lymeborreliose leek minder waarschijnlijk, en de auteurs sloten de beschouwing af met de opmerking dat een positieve testuitslag van Borrelia-antistoffen de diagnose ‘lymecarditis’ ondersteunt, maar niet bewijst.

Na een tekenbeet is de kans op het ontstaan van een AV-geleidingsstoornis klein; bij 1-3% van de patiënten ontstaat na een tekenbeet lymeborreliose, en de kans op een lymecarditis bij aangetoonde lymeborreliose is ook klein: 1-5%.1 In de literatuur is gemeld dat de eerste uiting van een borreliose een AV-geleidingsstoornis kan zijn, die gewoonlijk binnen een maand spontaan herstelt.2 3

In 1990 stelden wij de vraag hoe groot de kans op een doorgemaakte lymeborreliose is bij patiënten die een pacemaker hebben gekregen wegens hartblok zonder aanwijsbare oorzaak.4 Van alle in het toenmalige Academisch Ziekenhuis Leiden te Leiden (thans: Leids Universitair Medisch Centrum) bekende patiënten met een pacemaker werden gegevens verzameld over mogelijke oorzaken van het hartblok. Personen met een bekende mogelijke oorzaak van het hartblok werden uitgesloten. Dit waren mensen met een aangeboren hartaandoening, verworven kleplijden of een doorgemaakt myocardinfarct, mensen die een hartoperatie hadden ondergaan en personen boven de 70 jaar, bij wie er een verhoogde kans is op het bestaan van fibrose en coronairlijden. Indien er geen mogelijke oorzaak bekend was, werd serologisch onderzoek op lymeborreliose ingezet en werd nagegaan of het hartblok nog steeds aanwezig was.

Bij 35 van de 350 mannelijke patiënten met een pacemaker kon geen onderliggende aandoening gevonden worden. Bij 4 van deze 35 personen kon geen geleidingsstoornis meer worden waargenomen of was deze verminderd. Bij 4 patiënten was de geleidingsstoornis verergerd en bij 27 patiënten was de geleidingsstoornis onveranderd. De technische ontwikkeling van de pacemaker was in 1990 niet zover dat kon worden nagegaan of en hoe vaak de pacemaker moest pacen.

Bij 4 van de 35 patiënten (11%) waren antistoffen tegen Borrelia aanwezig; bij 3 van deze 4 patiënten was de geleidingsstoornis verdwenen of verminderd. Deze resultaten maken het aannemelijk dat bij 3 van de 4 patiënten met een hartblok van onbekende oorzaak en aanwezigheid van Borrelia-antistoffen, de Borrelia-infectie tot de geleidingsstoornis heeft geleid.4 Wij vonden destijds onze gegevens onvoldoende bewijzend om te besluiten de pacemaker te verwijderen.

Bij hartblok zonder bekende oorzaak lijkt lymeborreliose een niet heel zeldzame mogelijke oorzaak, die in de differentiaaldiagnose moet worden meegenomen. Gezien de voorbijgaande aard van de met lymeborreliose samenhangende geleidingsstoornis is plaatsing van een permanente pacemaker in de meeste gevallen niet nodig.

A.J. Peeters
B.A.C. Dijkmans
M.I. Sedney
Literatuur
  1. Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. Richtlijn Lyme-borreliose. Alphen aan den Rijn: Van Zuiden Communications; 2004.

  2. McAlister HF, Klementowicz PT, Andrews C, Fisher JD, Feld M, Furman S. Lyme carditis: an important cause of reversible heart block. Ann Intern Med. 1989;110:339-45.

  3. Steere AC. Lyme disease. N Engl J Med. 2001;345:115-25.

  4. Peeters AJ, Sedney MI, Telgt D, Wolde S ten, Nohlmans MK, Blaauw AA, et al. Lyme borreliosis: a possible hidden cause of heart block of unknown origin in men with pacemakers. J Infect Dis. 1991;164:220-1.