Pijnmeting in de klinische praktijk

Klinische praktijk
A.C.G. Linssen
Ph. Spinhoven
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135:557-60

Inleiding

Pijn is een ingewikkeld verschijnsel dat zich niet met behulp van één eenduidig meetinstrument in maat en getal laat vastleggen. De algemene problemen die zich voordoen bij pijnmeting hebben te maken met het ontbreken van een unanieme definitie van het verschijnsel pijn en, hiermee nauw samenhangend, van een fysiologisch en meetbaar correlaat.1 Het is de vraag hoe zinvol kwantificering van pijn is. Wellicht zijn kwalitatieve aspecten (bijv. psychische spanningen) minstens even belangrijk. Zoals Schmidt terecht concludeert, bestaat geen meetinstrument dat zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie verschaft over het verschijnsel pijn.1 Afhankelijk van de vraagstelling zullen verschillende meetinstrumenten moeten worden gebruikt. Dit geldt bij uitstek voor de meting van chronische pijn.

Dit artikel is gewijd aan maten van pijn die relevant zijn voor diagnostiek en behandeling. Allereerst zullen de veelgebruikte subjectieve schattingen van pijn(intensiteit) worden besproken. Vervolgens zal worden ingegaan op het meten van pijnverandering. Ten slotte wordt…

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, afd. Psychiatrie, Postbus 9600, 2300 RC Leiden.

Mw.dr.A.C.G.Linssen en dr.Ph.Spinhoven, psychologen.

Contact mw.dr.A.C.G.Linssen

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Amsterdam, april 1991,

In het duidelijke overzichtsartikel van Linssen en Spinhoven wordt onder andere ingegaan op de meting van psychosociale variabelen en gedragsvariabelen bij pijn (1991;557-60). Over een Nederlands onderzoek dat in het artikel wordt aangehaald,1 willen wij de volgende opmerkingen maken.

In dit onderzoek werd een pijnwoordenlijst (Psychogene-Rugpijn-Test) ontwikkeld, die een onderscheid maakt tussen patiënten met chronische lage rugpijn bij wie psychosociale factoren wél en niet van belang worden geacht. Het onderzoek richtte zich dus niet op de in het artikel genoemde verouderde dichotomie ‘organisch-psychisch’.

Wat niet werd vermeld door Linssen en Spinhoven is dat deze pijnwoordenlijst 90% correct scoorde in de constructiegroep (n = 176) en 87,5% correct in de valideringsgroep (n = 48). Toepassingsmogelijkheden voor eerstelijns rugpijnpatiënten worden op dit moment door ondergetekenden onderzocht.

Dat de conclusie die Kremer en Atkinson in 1983 hebben getrokken wat betreft pijnwoordenlijsten,2 ook van toepassing zou zijn op de Nederlandstalige versies uit 1987 en 1989,13 is overigens een gedachte die voor rekening van Linssen en Spinhoven blijft.

S.C. Remerie
J.L. Zant
Literatuur
  1. Zant JL. Psychogene rugpijn: Dat is andere taal! Lisse: Swets & Zeitlinger, 1987.

  2. Kremer EF, Hampton Atkinson Jr J. Pain language as a measure of affect in chronic pain patients. In: Melzack R, ed. Pain measurement and assessment. New York: Raven Press, 1983: 119-27.

  3. Verkes RJ, Vanderiet K, Vertommen H, Kloot WA van der, Meij J van der. MPQ, DLV, McGill Pain Questionnaire, Dutch Leiden/ Leuven Version. Lisse: Swets & Zeitlinger, 1989.

Leiden, mei 1991,

Wij zijn het geheel eens met de opmerking van Remerie en Zant dat de dichotomie ‘organisch-psychisch’ bij chronische pijn verouderd is. Onder andere het onderzoek met betrekking tot de McGill Pain Questionnairs (MPQ) heeft het mogelijk gemaakt deze conclusie te trekken.1 Vreemd is onzes inziens wel dat deze opmerking ook gemaakt wordt door Zant, die met de titel van zijn proefschrift ‘Psychogene rugpijn: Dat is andere taal!’2 en de hieruit resulterende ‘Psychogene-Rugpijn-Test’ (PRT) bepaald iets anders suggereert.3 Uit dit proefschrift blijkt immers dat de PRT alleen bruikbaar is om het vóórkomen van psychosociale problemen vast te stellen, ongeacht of er sprake is van organische factoren als mogelijke verklaring voor de lage rugpijn. De term ‘psychogeen’ suggereert ten onrechte dat psychische factoren de pijn veroorzaken.3

Wij hebben dus reden om aan te nemen dat de conclusie van Kremer en Atkinson dat de MPQ gezien moet worden als een maat voor affectieve verstoring, waarbij onduidelijk blijft of deze optreedt als gevolg van de pijn of als een oorzaak van de pijn,1 ook geldt voor de Nederlandstalige equivalenten van de MPQ (waaronder het onderzoek van Zant).

A.C.G. Linssen
Ph. Spinhoven
Literatuur
  1. Kremer EF, Hampton Atkinson Jr J. Pain language as a measure of affect in chronic pain patients. In: Melzack R, ed. Pain measurement and assessment. New York: Raven Press, 1983: 119-27.

  2. Zant JL. Psychogene rugpijn: Dat is andere taal! Lisse: Swets & Zeitlinger, 1987.

  3. Rooymans HGM. Boekbespreking van: Zant J.L. Psychogene rugpijn: dat is andere taal! Maandblad Geestelijke Volksgezondheid 1988; 43: 478-9.