Zonnebrandcrème, dik of dun?
Open

In het kort
15-04-1986
J.J.E. van Everdingen

Een gebruinde huid geldt als een bewijs van gezondheid en welstand. Een zonnebad heeft twee zichtbare effecten op de huid, namelijk roodheid en bruining, die na elkaar verschijnen zonder dat bruining het gevolg is van roodheid. De rode kleur verschijnt na 10 uur, de pigmentatie na 72 uur. Het is dus mogelijk om zonder voorafgaande roodheid de gewenste bruine kleur te bereiken, door zich aan een geschikte dosis ultraviolette straling (UV) bloot te stellen. Hierbij kunnen UV-B absorberende crèmes nuttig zijn.1 Tegenwoordig geeft men bij deze middelen aan wat de beschermingsfactor is. Dit getal geeft de verhouding aan van de tijd die men ongestraft (d.w.z. zonder rood te worden) kan doorbrengen in de zon met en zonder middel. (Hierbij wordt voorbijgegaan aan het verschil in werking van UV-A en UV-B en aan de veroudering en carcinoomvorming door UV-licht.) De beschermende werking van een zonwerend middel hangt niet alleen af van de beschermingsfactor, maar ook van dikte van de laag die men op de huid smeert.

Sternberg en Larkö onderzochten in hoeverre de dikte van de laag overeenkomt met de hoeveelheid die over het algemeen wordt aanbevolen (2 mgcm²).2 Vijftig gezonde vrijwilligers, verdeeld over vijf groepen van tien, smeerden naar behoefte vijf verschillende zonnebrandcrèmes (één per groep). De crèmes werden gegeven in potjes van 15 gram, waaruit men naar behoefte kon smeren. Door het gewicht van het potje voor en na gebruik te meten, kon de geappliceerde hoeveelheid worden gemeten. Aan de crèmes was een fluorescerende stof toegevoegd. De huid werd met een Wood-lamp onderzocht zodat de grootte van het ingesmeerde oppervlak kon worden bepaald. Uit deze metingen berekende men dat de dikte van de aangebrachte crème op de huid gemiddeld 1 mgcm² was. Vervolgens gingen de onderzoekers bij 20 personen voor twee crèmes na welke invloed de dikte van de laag had op de zonwerende werking. Hiertoe bestraalden zij de huid met ultraviolet licht en bepaalden zij de minimale erytheemdosis bij verschillende diktes van de crèmes. De resultaten hiervan kwamen overeen met bevindingen van anderen: de beschermingsfactor van 1 mgcrème per cm² is ongeveer de helft van 2 mgcm². Op grond hiervan verdient het aanbeveling om de consistentie van zonnebrandcrèmes zodanig te kiezen dat deze dik kunnen worden gesmeerd. Wel wordt de toepassing ervan door de kosten beperkt. Overigens geven kleren meer bescherming tegen de zon dan crèmes.

Literatuur

  1. Polano MK. Huidverzorging en huidziekten. Utrecht:Spectrum, 1984.

  2. Stenberg CM, Larkö O. Sunscreen application and itsimportance for the sun protection factor. Arch Dermatol 1985; 121:1400-2.