Resultaten van het ERGO-onderzoek

Ziekte van Parkinson komt vaker voor dan gedacht

Onderzoek
Lonneke M.L. de Lau
Peter J. Koudstaal
Albert Hofman
Monique M.B. Breteler
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B29
Abstract

Samenvatting

Doel

Analyseren van de incidentie en de prognose van de ziekte van Parkinson in de algemene bevolking en onderzoeken of subjectieve motorische klachten voorspellende waarde hebben voor het optreden van deze ziekte.

Opzet

Prospectieve cohortstudie.

Methode

Bij 6969 personen van 55 jaar en ouder werd een interview afgenomen, lichamelijk onderzoek gedaan en cognitieve tests uitgevoerd in 3 onderzoeksronden in de periode 1990-1999. Daarnaast was er continue geautomatiseerde gegevensverzameling. Berekend werden leeftijds- en geslachtsspecifieke incidentiecijfers, het relatief risico op dementie en overlijden, en de relatie tussen subjectieve motorische klachten bij aanvang van de studie en het latere risico op de ziekte van Parkinson.

Resultaten

Gedurende het onderzoek werden 67 deelnemers op grond van klinische criteria gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson. Bij 39% van hen was deze diagnose niet eerder gesteld. De incidentie per 1000 persoonsjaren per leeftijdscategorie bedroeg respectievelijk 1,4 (65-74 jaar), 3,3 (75-84 jaar) en 4,3 (85 jaar en ouder). Patiënten met de ziekte van Parkinson kregen significant vaker dementie (hazardratio (HR): 2,80; 95%-BI: 1,79-4,38) en hadden een kortere levensverwachting (HR voor sterfte: 1,83; 95%-BI: 1,47-2,26) dan deelnemers zonder de ziekte. Subjectieve klachten van stijfheid, trillen en een onvast gevoel zonder objectiveerbare symptomen hielden verband met een significant verhoogd risico op een toekomstige diagnose ‘ziekte van Parkinson’.

Conclusies

De ziekte van Parkinson wordt in de algemene bevolking mogelijk niet altijd herkend en gaat gepaard met een hoger risico op dementie en een kortere levensverwachting. Een tekort aan dopamine vroeg in het ziekteproces geeft wellicht al subtiele verschijnselen lang voordat de kenmerkende motorische symptomen optreden.

Auteursinformatie

Erasmus MC-Centrum, Rotterdam.

Afd. Epidemiologie: dr. L.M.L. de Lau, arts in opleiding tot neuroloog (tevens: afd. Neurologie); prof.dr. A. Hofman en prof.dr. M.M.B. Breteler, artsen-epidemiologen.

Afd. Neurologie: prof.dr. P.J. Koudstaal, neuroloog.

Contact prof.dr. M.M.B. Breteler (m.breteler@erasmusmc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: genoemde instellingen hebben geen invloed gehad op de studieopzet, dataverzameling, data-analyse of de inhoud van het manuscript. Financiële ondersteuning: dit onderzoek werd mede gefinancierd met een beurs (015.000.083) van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het ‘Erasmus Rotterdam gezondheid onderzoek’ (ERGO) wordt financieel ondersteund door het Erasmus MC te Rotterdam, NWO, ZonMw, het Research Institute for Diseases in the Elderly (RIDE), het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Europese Commissie (DG XII) en de gemeente Rotterdam.
Aanvaard op 22 oktober 2007

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties