Topsport
Open

20-05-2011
Isa Houwink

Willen wij als niet-genetici meegaan met de snelle ontwikkelingen in de genetica, dan is het noodzakelijk ons te laten onderwijzen om onze patiënten beter te kunnen informeren. Alleen op die manier zijn alle mogelijkheden en beperkingen van de genetica anno 2011 in dagelijkse praktijk te brengen. Voor succesvol geneticaonderwijs zijn experts en ‘stakeholders’ nodig, zoals huisartsen en andere eerstelijnszorgmedewerkers die betrokken zijn bij onderwijs, klinisch genetici, vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen, onderwijsontwikkelaars en beroepsverenigingen. Onderwijs ontwikkelen is net topsport, je moet er voor kunnen samenwerken en gecoacht kunnen worden.

Dat samenwerken stimuleert om tot goede prestaties te komen, werd mij duidelijk tijdens het meetrainen in het Amerikaans nationaal roeiteam in 1998-2000. Het doel was immers een wedstrijd te winnen door samen te werken in een optimale sfeer waarbij de roeislag werd gevolgd. Je staat als roeier nooit alleen, je vult elkaar aan en staat voor elkaar klaar. Er zijn dagen dat je beter presteert dan andere, maar altijd ga je voor het beste.

Bij het voorbereiden van het geneticaonderwijs voor de eerste lijn heb ik precies hetzelfde gevoel. In de focusgroepen die wij hielden als voorbereiding, zaten niet alleen huisartsen of verloskundigen die hun behoeften over geneticaonderwijs uitten, maar ook experts die vanuit patiënten- of onderwijsperspectief vertelden wat zij belangrijk vonden. De focusgroepen waren geen afzonderlijke discussiegroepen, nee, zij vulden elkaar aan en completeerden elkaar. Het werd ons als onderzoekers en ontwikkelaars van onderwijs duidelijk dat er vanuit de verschillende geledingen behoefte is aan geneticaonderwijs en dat wij elkaar hierbij vooruit willen helpen. Nu moeten we nog in hetzelfde tempo leren roeien. Eerder onderzoek liet zien dat huisartsen te weinig kennis over genetica hebben. Dat is hetzelfde als te zeggen dat die ene roeier misschien wel competent is om mee te peddelen, maar dan geen opbouwende feedback te geven om er samen voor te gaan. Voor dat laatste blijkt veel meer nodig te zijn.

De sfeer van elkaar op een stimulerende wijze feedback geven om zo tot prestaties te komen, heb ik ook ervaren in de kadertraining van de Vereniging Nederlandse Vrouwelijke Artsen, die werd gecoacht door Ina Vader. Ons team van 12 vrouwelijk artsen deed aan ‘topsport’. Gedurende 3 keer 2 dagen kwamen wij als team van vrouwen bijeen om te leren hoe elkaar feedback te geven en deze te krijgen, vergaderingen te leiden, te leren waar je grenzen liggen en deze duidelijk te maken. Mij werd feedback gegeven over mijn kwaliteiten en minder goede kanten. Ik hoorde dat ik daadkrachtig ben, maar dat ik daarin kan doorschieten en wat flexibeler zou moeten zijn. Niet helemaal onherkenbaar… Maar goed, als promotieonderzoeker en huisarts in een medisch centrum, ben ik blij met mijn kennis over mijn kwaliteiten, allergieën, uitdagingen en valkuilen. Zo heb ik handvaten gekregen hier beter mee om te gaan. Of, zoals Loesje zegt: ‘Waarom moeilijk doen, als het samen kan?’