Humor
Open

28-08-2014
Hassina Bahadurzada

Als ik schrijf over een optimaal onderwijsklimaat, is humor niet iets waar ik omheen kan. Het effect van humor in een collegezaal is gelijk merkbaar. De docent maakt een grapje, er gaat een lachsalvo door de zaal en ineens is iedereen bij de les. Aandacht voor het college neemt toe en zo ook het aantal vragen. Je weet gelijk dat dit een interactief college wordt. Waarom is dat?

Als je naar het dierenrijk kijkt, zie je bij apen wanneer ze oog in oog met elkaar komen te staan, dat zij hun tanden ontbloten (dit is wat het dichtst komt bij onze lach) om duidelijk te maken dat ze geen bedreiging vormen. Als je dit vertaalt naar een collegezaal, is het moment waarop je als student de microfoon krijgt ook een moment van confrontatie. De docent die de student met een lach benadert, treft een andere student (en een ander antwoord) dan de docent die wat serieuzer optreedt.

Wat doen die grapjes met ons? Het is niet zozeer de pointe van de grapjes als wel de sfeer die erdoor gecreëerd wordt. Er ontstaat een bepaalde luchtigheid in de zaal. Het verschil in kennisniveau tussen een bachelorstudent en een specialist is groot en daar zijn wij ons van bewust. Bij het beantwoorden van een vraag is er altijd de aarzeling dat je ernaast kunt zitten. Wat achter deze aarzeling zit? De angst voor het oordeel. Het is heel basaal en komt ‘levensbreed’ terug en dus ook in de collegezaal. Ondanks dat veel docenten ons erop attenderen dat domme vragen niet bestaan, komen deze woorden niet altijd aan. Met humor lijken deze woorden wel aan te komen, maar worden ze nu niet uitgesproken.

Ik vraag me toch af of sommige docenten hier niet al bewust gebruik van maken. Ze weten verrassend goed hoe ze de zaal mee kunnen krijgen door een bepaalde sympathie voor zichzelf op te wekken. Door voor ons een veilige omgeving te creëren en voor zichzelf sympathie op te wekken, creëren ze de klassieke win-winsituatie. Efficiënte kennisoverdracht en een stille zaal. Bijzonder hoe ze dat doen. Het kan dan ook niet anders dat veel docenten mij voor zijn gegaan in het leggen van de link tussen humor en een stimulerend onderwijsklimaat, maar waarom is er toch een terughoudendheid ten opzichte van humor?

Ik vind het geestig dat ik soms een e-mail krijg en er bij een grapje nog even expliciet tussen haakjes ‘grapje’ staat. Dan rijst er bij mij toch een vraag. Is de docent terughoudend omdat deze in het onderwijs geen plek voor humor ziet of omdat hij of zij bang is dat de student er aanstoot aan kan nemen? Het eerste argument heb ik hopelijk kunnen weerleggen en het tweede… tja. Het doel heiligt de middelen.

Over de auteur: 

Hassina Bahadurzada is derdejaarsstudent aan de UvA. Ze vertelt in deze weekboeken uit eigen ervaring hoe belangrijk de rol van de docent is in het onderwijs. 4 weken lang schrijft ze over wat een optimaal onderwijsklimaat kenmerkt (h.bahadurzada@amc.uva.nl).