Ebola verandert mensen en gewoonten
Open

29-01-2015
Anneke de Kok-Quoi

Ik kan ons dagelijks leven nog steeds niet echt omschrijven. Hoeveel maanden hebben we nu al de 'state of emergency'? We zien echt niet dagelijks dode lichamen op straat liggen of trucks rondrijden met gevulde 'body bags'. Maar het is wel de harde werkelijkheid, die wordt veroorzaakt door dat ongrijpbare en dodelijke ebolavirus.

Als door een wonder is er plots geld beschikbaar om de Liberiaanse bevolking te kunnen helpen. Onze familie, vrienden en later ook volstrekt onbekenden geven ons geld om emmers te kopen. Half september 2014 zijn we klaar met het uitdelen van emmers in de grote wijken rond ons huis in Congo Town (Monrovia), en gaan we ons volledig richten op Bomi County. Eerst met emmers met chloor in de plaatsen waar we dit voorjaar waterputten hebben gegraven. Nu kunnen we juist de afgelegen dorpen zonder problemen bezoeken. De mensen daar roepen: 'Zelfs in deze ebolacrisis vergeten jullie ons niet!'

Eind november 2014 werken we nog steeds in Bomi en trainen we vrijwilligers. Zij gaan in kleine groepjes van dorp naar dorp om uit te leggen, vaak in de lokale talen, hoe je een zieke kunt verzorgen terwijl je wacht op de ambulance die de patiënt naar een ebolacentrum brengt.

Intussen hebben we geld gekregen om het spel 'Snakes and ladders' te gaan maken voor 2500 families. In dit spel zit een boodschap verwerkt ter preventie van ebola. Met een klein budget kunnen we heel veel doen. We waren altijd een veel te kleine organisatie voor grote donoren, maar nu werken we samen met Geneva Global. Manneka heeft slechts 1 oude fourwheeldrive-jeep, maar toch werken we nu in bijna 200 dorpen rond 6 klinieken. Soms kunnen we het zelf niet bevatten. In 2009 begonnen we onze werkzaamheden in 15 dorpen rond Joe Village, het geboortedorp van Mambu. Het is logistiek gezien een geweldige klus, maar juist tijdens deze moeilijke maanden zijn we een hechte familie geworden: onze chauffeur, de jongens van Water and Sanitation (WatSan) en wij. Kinderen staan te juichen als we hun dorpen binnenrijden. Iedereen kent ons, en we zijn vaak de eerste en enige hulporganisatie in deze gebieden.

Door ebola hebben we wel een andere kijk op veel dingen gekregen. Sinds het einde van de burgeroorlog in 2003 geven veel medische hulporganisaties trainingen in dorpen over 1 van de basisbegrippen: handen wassen. De mensen weten het wel, maar er is alleen maar water bij de waterput beschikbaar. Zou u in Nederland een eind lopen om uw handen te wassen als u geen water in huis had? Als we nu in Monrovia lopen, wassen we her en der onze handen bij 1 van de emmers die voor winkels staan. Maar vóór die tijd konden we alleen onze handen wassen in de toiletten bij restaurants.

Schoon water, het is zo belangrijk!

Over de auteur: 

Anneke de Kok-Quoi woont en werkt sinds december 2003 in Liberia. In 2005 trouwde ze met Mambu Quoi, een waterputgraver. In 2008 startten ze samen de organisatie Manneka, die zich voornamelijk richt op het aanleggen en onderhouden van waterputten en latrines. Ook zijn zij actief op het gebied van ouderenzorg en kinder- en jeugdwerk. Tijdens de ebola-uitbraak delen Anneke en haar man plastic emmers met een kraantje uit, zodat Liberianen zonder stromend water hun handen kunnen wassen. En dat is essentieel in de strijd tegen ebola (anneke.mambu@gmail.com).