Docent-studentratio
Open

04-09-2014
Hassina Bahadurzada

Academisch onderwijs verandert. Het rendement wordt steeds belangrijker en ook geneeskunde ontkomt hier niet aan. Als studentlid in de schrijfclub van de nieuwe bachelorfase zie ik hoe colleges geleidelijk plaatsmaken voor kleinschaligere vormen van onderwijs. Er wordt steeds meer gestreefd naar een docent-studentratio van 1:16.

De gedachte achter een ratio van 1:16 is dat bij deze verhouding de docent beter in staat is om de ontwikkeling van de studenten te volgen. De docent leert de individuele student kennen en kan deze gerichter van feedback voorzien. Als dit al mogelijk is met 1:16, vraag ik me toch af hoe dit zou zijn met een ratio van 1:1? Puur theoretisch.

Bij het ontwikkelen van een curriculum zijn er 7 competenties die richtinggevend zijn voor het onderwijs, achtereenvolgens: ‘medische deskundigheid’, ‘gezondheidsbevorderaar’, ‘academicus’, ‘beroepsbeoefenaar’, ‘communicator’, ‘samenwerker’ en ‘organisator’. De eerste 4 competenties komen doorgaans in voldoende mate aan bod in de curricula, maar de laatste 3 zijn toch wat uitdagender.

Communicator, samenwerker en organisator. Alle 3 zijn dit competenties die ik niet bezit, althans niet in voldoende mate. Ik ben altijd een denker geweest. Zo kwam ik in mijn 1e jaar met het idee om een digitaal prikbord te maken voor studenten en onderzoekers. Het product van hun samenkomst moest dan leiden tot een artikel dat in ons eigen – tot dan toe nog niet bestaande – studentenblad zou komen te staan. Ik eindigde bij onze Raad van Bestuur. Beide ideeën waren goed, maar helaas te duur.

2 jaar later is het eerste idee een succes en staat het tweede idee op het punt om van start te gaan. Hoe? De ratio 1:1. Ik had een docent die direct betrokken raakte bij mijn ideeën. Hij bleef op de hoogte van mijn voortgang en dacht waar nodig met me mee. Dat werkte voor mij stimulerend. Zodoende herschreef ik mijn plan en dit keer werd het wel gehonoreerd. Als een gemiddelde derdejaars sta ik voor een groep van 20 AMC’ers en 20 VUmc’ers die samen met mij dit idee de lucht in willen krijgen. Voor mij is dit een unieke kans om die 3 eerder genoemde competenties verder te ontwikkelen, maar toch is dat als 22-jarige niet altijd even makkelijk. Zo nu en dan loop ik vast en heb ik een ‘intervisiemomentje’ nodig. Het is op dit soort momenten dat ik besef hoe belangrijk persoonlijk contact is in het onderwijs. Ik heb iemand die mij kent en zijn begeleiding op mijn persoon aanpast. Ik heb een situatie waarin deze competenties geleerd kunnen worden en een docent die me daarbij helpt.

Terugkomend op de ratio 1:1. Het is helaas geen ratio waar je een curriculum op kunt baseren, maar voor zelfontplooiing is deze toch essentieel.

Over de auteur: 

Hassina Bahadurzada is derdejaarsstudent aan de UvA. Ze vertelt in deze weekboeken uit eigen ervaring hoe belangrijk de rol van de docent is in het onderwijs. 4 weken lang schrijft ze over wat een optimaal onderwijsklimaat kenmerkt (h.bahadurzada@amc.uva.nl).