artikel
Brigit Toebes promoveerde in 1998 in Utrecht op het onderwerp ‘Recht op gezondheid als mensenrecht’. Via aanstellingen als docent en onderzoeker in Aberdeen en Kopenhagen kwam ze in 2012 terecht in Groningen. Daar werd ze in 2018 benoemd tot hoogleraar gezondheidsrecht in internationaal perspectief. In haar Groningse tijd gaf ze ook leiding aan het Groningen Health Law Center en was ze wetenschappelijk directeur van de Aletta Jacobs School of Public Health. Daarnaast was ze verbonden aan de Raad van State, de Gezondheidsraad, de Vereniging voor Gezondheidsrecht en tal van andere gezaghebbende organen, en was ze voorzitter van de Staatscommissie MDMA.
Brigit was een unieke denker die het recht wist te gebruiken om de gezondheid van velen te beschermen. Zij positioneerde het recht als de gestolde normen en waarden van onze samenleving. ‘Als we iets belangrijk vinden, dan moeten we dat ook een plek geven in ons juridische stelsel. Pas dan kunnen we er als samenleving een afdwingbaar beroep op doen en is het geen ambitie, maar een concreet doel.’
Brigit had een ongeëvenaarde juridische kennis van verdragen, uitspraken, richtlijnen en artikelen. Een NTVG-artikel uit 2017, dat zij samen met Aart Hendriks schreef, is hier exemplarisch voor. Daarin onderbouwde ze aan de hand van de WGBO, de Nederlandse grondwet en een richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie dat artsen inderdaad de plicht hebben om hun patiënten te wijzen op de gevaren van roken. Hoewel het standpunt mogelijkerwijs indruiste tegen het recht op verschoning van ongevraagde informatie, verdedigde Brigit het met overtuiging. Ze zocht juist de moeilijke thema’s op, waarbij het recht niet eenduidig is en de achterliggende normen en waarden gewogen moeten worden.
Brigit was een dragende kracht achter tal van rechtszaken. Eerst vooral tegen de tabaksindustrie, maar later ook tegen de farmaceutische industrie. Ze had een gave om juridische argumenten te vinden voor waarom bepaalde handelswijzen niet in de haak zijn. Haar insteek dat de woekerwinsten van de farmaceutische industrie de gezondheid schaden doordat de kosten voor deze middelen niet meer aan andere behandelingen uitgegeven kunnen worden, was een meesterzet. Het zorgde ervoor dat maatschappelijke onvrede over te hoge winsten een concreet instrument kreeg om er wat aan te doen. Tot voor kort onderzocht ze of er ook een juridische basis is om de voedingsindustrie aansprakelijk te stellen voor de verkoop van voedingsmiddelen die bijdragen aan de obesitaspandemie. Die handschoen zal nu door anderen moeten worden opgepakt.
Brigit had een intrinsieke interesse in aanpalende vakgebieden en zocht de samenwerking op met medici, sociale wetenschappers, historici, economen en vele anderen om haar eigen denken te scherpen en samen te strijden voor een gezondere toekomst. Zo werkte ik als econoom met haar samen aan een aantal stukken waarin we ervoor pleitten om gezondheidsdoelen op te nemen in de wet. Ook stonden we samen aan de wieg van de Aletta Jacobs School of Public Health.
Wanneer we samenwerkten, begon dat steevast met een kop thee, vaak jasmijnthee. Meer dan eens mondde een kopje thee uit in een lunch of een stuk taart, omdat we toch nog weer een argument hadden ontdekt dat we nog iets verder moesten uitdiepen. In alle samenwerking bleef ze jurist en ze kon zich sierlijk verbazen over de moeite die wij als economen doen om iets te onderbouwen terwijl er gewoon een wetsartikel is waar je je op kan beroepen. ‘Het maakt niet uit of de kosten opwegen tegen de baten, Jochen, we hebben er gewoon recht op.’
Tot het laatst bleef ze doorwerken. Een paar weken voor haar overlijden verscheen haar boek Dat maak ik zelf wel uit, waarin ze haar gedachten uitwerkte voor het bredere publiek. Bij de lancering van haar boek werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau vanwege haar bijdrage aan de volksgezondheid.
Haar scherpe geest was met veel humor doorwrocht, waarmee ze pijnpunten snel kon blootleggen. Toen ik eens had gewaagd om zonder gedegen spellingscontrole een appje te sturen, werd ik snel gewezen op mijn gebrekkige kennis van d’s en t’s. Hoewel ze vaak opkeek naar haar voorgangers, bleek achteraf regelmatig dat zij nog meer had bereikt dan degene die zij opvolgde.
Voor elke gezondheidsbedreiging wist Brigit wel een juridische manoeuvre om de veroorzaker ervan ter verantwoording te roepen. Alleen niet voor die van haarzelf. Bij de geur van jasmijnthee zal ik altijd even aan haar denken: een unieke denker met een hart voor de samenleving.




Reacties