Vrijespiertransplantatie na gecompliceerde fracturen van onderbeen en enkel; ervaringen bij 32 patiënten
Open

Onderzoek
21-10-1999
E.A. te Velde, J.B.F. Hulscher, P.M.N. Werker, M. Kon en Chr. van der Werken

Doel.

De ervaringen inventariseren met transplantatie van een vrije gevasculariseerde spier ter behandeling van vroege en late complicaties na zeer ernstig gecompliceerde onderbeen- en enkelfracturen.

Opzet.

Retrospectief.

Methoden.

In de periode 1994-1998 werd een vrije spier getransplanteerd bij 32 patiënten bij wie na een hoogenergetisch letsel van het onderbeen of de enkelregio reconstructie van wekedelenbedekking geïndiceerd was. Bij 6 patiënten vond deze reconstructie binnen 7 dagen na het ongeval plaats (groep 1), 13 patiënten met een geïnfecteerde (defect)pseudartrose ondergingen transplantatie in combinatie met reosteosynthese en spongiosaplastiek (groep 2), 6 patiënten hadden gedurende gemiddeld 12 jaar een chronische osteïtis (groep 3) en 7 patiënten hadden instabiele littekens of cosmetische problemen dan wel slecht functionerende weke delen, terwijl een correctieosteotomie geïndiceerd was (groep 4).

Resultaten.

Na transplantatie traden bij 3 patiënten hematomen en bij 2 andere trombo-embolische complicaties op. Bij 3 patiënten volgde uiteindelijk amputatie. Bij 29 patiënten werd consolidatie van fractuur, pseudartrose of artrodese bereikt en werd de osteïtis tot genezing gebracht. Hiervoor waren in groep 1-3 na de transplantatie nog gemiddeld 2,2 (uitersten: 0-7) operaties nodig, zoals reosteosynthese, artrodese, sekwesterectomie en/of spongiosaplastiek.

Conclusie.

Bij fracturen van het onderbeen of de enkelregio met ernstig wekedelenletsel resulteerde een vrijespiertransplantatie in het herstel van de bedekking van de fractuur en daarmee van de vascularisatie van het onderliggende bot. Daardoor werd uitdroging voorkomen, consolidatie bevorderd en kon een infectie genezen of voorkomen worden.