Voedingsvezels in sondevoeding: beloften en feiten

Klinische praktijk
E.M.H. Mathus-Vliegen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:219-25

Voedingsvezel (‘dietary fibre’) is een term die werd ingevoerd ter vervanging van het chemische begrip ‘crude fibre’. Aanvankelijk vers ond men onder ‘voedingsvezel’ resten van plantecelwanden die niet kunnen worden gehydrolyseerd door de spijsverteringsenzymen van de mens, maar wel (gedeeltelijk) door bacteriën in het colon. Structurele polysacchariden (cellulose, hemicellulose), lignine en met vezel verband houdende substanties zoals niet-benutbare vetten en stikstof, spoorelementen (zink, chroom, mangaan) en fytinezuur werden hiertoe gerekend.

Later werd de rol van andere polysacchariden van planten (‘storage’-polysacchariden zoals gommen, slijmstoffen en algen) duidelijk. De definitie van ‘voedingsvezel’ moest worden verruimd: daaronder vallen lignine en alle plantaardige polysacchariden die niet door menselijke verteringsenzymen kunnen worden gehydrolyseerd.1 Anderen rekenen ook plantaardige oligosacchariden hiertoe en kijken daarbij naar het effect: geen hydrolyse door menselijke enzymsystemen, maar wel door de bacterieflora, met fermentatie tot gassen en korte-ketenvetzuren.2 Bij een verdere – ongewenste(?) – verruiming van het begrip wordt het…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Maag-, Darm- en Leverziekten, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Mw.prof.dr.E.M.H.Mathus-Vliegen, gastro-enteroloog.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties