‘Vanishing white matter’ bij volwassenen

Klinische praktijk
Frank de Beer
Argonde van Harten
Evelien Lemstra
Marjo S. van der Knaap
Leestijd
8 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Ziekten van de cerebrale witte stof op de kinderleeftijd hebben vaak een genetische oorzaak. Sommige ‘kinderziekten’ kunnen ook pas op de volwassen leeftijd tot uiting komen. Een van de vaakst voorkomende genetische leuko-encefalopathieën op de kinderleeftijd is ‘vanishing white matter’ (verdwijnende witte stof, VWM).1 In dit artikel beschrijven…

Auteursinformatie

VU medisch centrum, Amsterdam.

Afd. Neurologie, Alzheimercentrum: drs. F. de Beer, arts in opleiding tot neuroloog (thans: neuroloog, Kennemer Gasthuis, Haarlem); drs. A. van Harten, arts in opleiding tot neuroloog; dr. A.W. Lemstra, neuroloog.

Afd. Kinderneurologie: prof.dr. M. S. van der Knaap, kinderneuroloog.

Contact prof.dr. M. S. van der Knaap (ms.vanderknaap@vumc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 22 augustus 2012

Auteur Belangenverstrengeling
Frank de Beer ICMJE-formulier
Argonde van Harten ICMJE-formulier
Evelien Lemstra ICMJE-formulier
Marjo S. van der Knaap ICMJE-formulier
Reacties
Fernand
Haesbrouck

Ik mis in dat artikel de voorgeschiedenis aan geslikte medicatie.
Veel van de geciteerde symptomen komen wondergoed overeen met de bijwerkingen van stoffen die het zenuwstelsel verwoesten.
Bovendien toonde ik in september 2011 aan dat valproinezuur (zogezegd profylactisch tegen epilepsie) uiteindelijk als reagens wordt toegediend wat het lichaam in staat stelt een stof te maken, met de metabolieten van tryptofaan) die positief test op methamfetamine.
Vandaar ook het off-label gebruik van depakine als "mood stabilisator". Die gunstige werking op het humeur ontstaat natuurlijk door de gevarenreflex van het lichaam op stoffen die neuronen kapot maken.Daarom mijn vraag aan de auteurs: graag  een  opgave van de medicatie die vooraf door de 3 patienten (chronisch) werd geslikt.

Fernand Haesbrouck, apotheker

Frank
de Beer

Geachte collega,

 

Patiënte A gebruikte sinds haar heupfractuur een combinatie van alendroninezuur/colecalciferol 70mg/70mcg 1/week. Patiënt B gebruikte vanwege gedragsproblemen en stemmingsstoornissen tranylcypromine en lithiumcarbonaat. Patient C gebruikte simvastatine, pantoprazol voor de maag en venlafaxine vanwege stemmingsproblemen. Geen van de patiënten gebruikte natriumvalproaat. 

De symptomen van de aandoening zijn bij alle drie de patiënten ver voor het gebruik van deze medicatie begonnen. Daarnaast is een dergelijk klinisch beeld met deze specifieke afwijkingen op de MRI naar aanleiding van een van deze middelen niet bekend. Hiernaast laten de gevonden genetisch afwijkingen bij onze patiënten weinig twijfel bestaan over de etiologie.

 

Met vriendelijke groet,

 

F. de Beer, mede namens de andere auteurs.

Niermeijer
M.F.

De heldere presentatie in dit artikel van de mogelijkheden van differentiaaldiagnostiek bij later in het leven optredende neuro-psychiatrische ziekten, zoals VWMD, is niet alleen van belang voor een patient, maar ook voor diens familie.Bij een recessief erfelijke, laat beginnende ziekte, hebben siblings van patienten een hoog risico[25%, d.w.z. 1 op 4] op dezelfde aandoening.Voor symptoomloze siblings zal DNA mutatieanalyse eerst aan de orde zijn, als zij ingelicht zijn over de voorspellende betekenis van een Dna test of beeldvormend onderzoek van de hersenen, etc.

 

Helaas blijven deze aspecten onbesproken.De vraag is dan ook, of een vermelding van een prematuur ovarieel falen bij een sibling van een VWM patient direct tot de diagnose VWM mag leiden, zonder dat een bevestigend onderzoek wordt vermeld. Er zijn vele oorzaken van genetisch bepaald ovarieel falen, bovendien.

 

Het redactionele verlangen naar korte publicaties mag er niet toe leiden, dat de normale zorgvuldigheid in de  geneeskunde verloren gaat.

 

M.F.Niermeijer, em hoogleraar klinische genetica

Frank
de Beer

Dank voor uw reactie. Vanishing White Matter heeft zeker consequenties voor broers en zussen.

Bij de zus van patiënt C is de diagnose ook niet gesteld. De a priori kans is inmiddels wel groot, maar er is een differentiaal diagnose voor prematuur ovarieel falen. Er is bij haar geen genetische diagnostiek verricht.

Er is geen curatieve behandeling en daarmee ook weinig reden om de diagnose zo vroeg mogelijk te stellen. Wij adviseren daarom niet om bij deze aandoening standaard familie onderzoek te verrichten. Er kan in individuele gevallen natuurlijk wel de wens op bevestiging of uitsluiting van de aandoening bestaan. Uiteraard zal genetische diagnostiek dan nogmaals worden overwogen, zo ook als zus van patiënte C dit zelf wenst.

 

F. de Beer, mede namens de ander auteurs.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026