Vaccinatiebereidheid

Lara Harmans
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2020;164:C4595

Als er een vaccin beschikbaar was tegen covid-19, zou ongeveer 73% van de Nederlanders zich laten vaccineren; 19% twijfelt. Is dat straks voldoende voor groepsimmuniteit?

Naast de biologische werkzaamheid, is de effectiviteit van een vaccinatie voor een groot deel afhankelijk van de individuele vaccinatiebereidheid. Dat er een werkzaam vaccin beschikbaar is, betekent tenslotte niet dat iedereen zich ook laat vaccineren. In 2009 was de vaccinatiebereidheid bij de Mexicaanse griep (H1N1) wereldwijd heel laag, vooral in Europa. In Nederland was deze nog relatief hoog: 85% van de artsen liet zich inenten.

Sinds de H1N1-uitbraak is het aantal mensen met een kritische houding ten opzichte van vaccineren alleen maar toegenomen, waardoor de algemene vaccinatiegraad is gedaald. Door covid-19 is het belang van vaccineren weer goed over het voetlicht gekomen en dat heeft ervoor gezorgd dat de vaccinatiegraad in Nederland voor het eerst in 5 jaar weer licht is gestegen. Het is echter nog niet duidelijk of het aantal mensen dat zich wil laten vaccineren tegen covid-19 voldoende is om groepsimmuniteit op te bouwen.

Sebastian Neumann‑Böhme van de Erasmus School of Health Policy and Management en zijn collega’s onderzochten daarom hoe het momenteel in Europa zit met de vaccinatiebereidheid en wat de redenen zijn voor eventuele terughoudendheid (Eur J Health Econ. 2020; online 26 juni). Met de resultaten willen de onderzoekers bijdragen aan vervolgonderzoek en aan een goed onderbouwd covid-19-vaccinatiebeleid.

Neumann‑Böhme en collega’s namen online vragenlijsten af bij een representatieve steekproef van 7664 Europeanen in de periode 2-15 april 2020, midden in de ‘piek’ van de Europese uitbraak. Van deze Denen, Fransen, Duitsers, Italianen, Portugezen, Britten en Nederlanders gaf 73,9% aan dat zij zich zouden laten vaccineren tegen covid-19 als er een vaccin beschikbaar was. 18,9% wist het niet zeker en 7,2% wilde zich niet laten vaccineren.

In Nederland was dit respectievelijk 73%, 19% en 8%. In Frankrijk lag de bereidheid met 62% het laagst, in Denemarken en het VK met zo’n 80% het hoogst. Mannen waren over het algemeen vaker bereid tot vaccinatie dan vrouwen (77,9% vs. 70,2%). De hoofdredenen van de twijfelaars waren angst voor mogelijke bijwerkingen (55%; van wie bijna twee derde vrouw) en veiligheid van het vaccin (15%). Veel deelnemers vreesden dat een vaccin onvoldoende getest zou zijn, of dat het vaccin onveilig zou zijn voor bepaalde groepen, zoals zwangere vrouwen of mensen met onderliggende aandoeningen.

De onderzoekers geven aan dat de geschatte R0 in Europa van 3,87 resulteert in een grenswaarde voor groepsimmuniteit van 74% van de bevolking. Daarmee lijken we al een heel eind op weg, maar het blijft natuurlijk wel de vraag hoe de situatie is als de vaccins er eenmaal zijn. Als het virus tegen die tijd relatief onder controle is, ervaart men mogelijk ook minder noodzaak om te vaccineren.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Covid-19

Reacties