Vaccinatie zwangere beschermt zuigeling

Lara Harmans
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:C5202

Baby’s van moeders die tijdens de zwangerschap hun covid-19-vaccinaties hadden gekregen, werden minder vaak vanwege covid-19 in het ziekenhuis opgenomen dan baby’s van wie de moeder zich niet had laten vaccineren.

Covid-19 brengt bij de allerkleinsten – die voorlopig nog niet in aanmerking komen voor vaccinatie – een aanzienlijk risico op complicaties met zich mee. Tijdens de zwangerschap zijn mRNA-vaccinaties veilig en geadviseerd om complicaties van zowel moeder als foetus tegen te gaan, maar ook na de geboorte zouden ze het kind nog enige mate van immuniteit kunnen geven. Amerikaanse onderzoekers hebben nu het effect berekend van maternale vaccinatie tijdens de zwangerschap op ziekenhuisopname van baby’s (N Engl J Med. 2022; online 22 juni).

Daarvoor voerden ze een patiënt-controlestudie uit in de periode juli 2021-8 maart 2022 in 30 ziekenhuizen verspreid over de VS. De ‘patiënten’ waren baby’s < 6 maanden die in het ziekenhuis waren opgenomen vanwege een SARS-CoV-2-infectie; de ‘controles’ waren baby’s < 6 maanden die rond dezelfde tijd om een andere reden waren opgenomen. Om de effectiviteit te schatten, vergeleken de onderzoekers het deel van de moeders dat tijdens de zwangerschap volledig was gevaccineerd (2 mRNA-vaccinaties) tussen de patiënt- en de controlegroep. Ze corrigeerden daarbij onder andere voor leeftijd, geslacht en etniciteit van de baby.

Ze includeerden 537 patiënten en 512 controles. De baby’s waren mediaan 2 maanden oud en respectievelijk 19 en 24% had minimaal 1 onderliggende aandoening. Van de moeders van de patiënten was 16% tijdens de zwangerschap gevaccineerd, tegenover 29% van de moeders van de controles. Dit resulteerde in een effectiviteit van maternale vaccinatie tijdens de zwangerschap tegen covid-19-geassocieerde ziekenhuisopname van 52% (95%-BI: 33-65); respectievelijk 80% ten tijde dat de deltavariant dominant was en 38% ten tijde van omikron. Tegen opname op de IC beschermde maternale vaccinatie over de gehele periode zelfs 70% (95%-BI: 42-85). De 2 kinderen die overleden en 2 kinderen die extracorporele membraanoxygenatie nodig hadden, hadden allen ongevaccineerde moeders.

Puntschattingen wezen daarnaast op een groter effect bij vaccinatie > 20 weken zwangerschap. Maar volgens de onderzoekers blijft het devies om bij zwangerschap zo snel mogelijk te vaccineren.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Covid-19
Farmacotherapie

Gerelateerde artikelen

Reacties

E
van de voort

Met belangstelling heb ik uw het artikel ‘Vaccinatie zwangere beschermt zuigeling’ gelezen van 4 juli jl. (Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:C5202). Dit artikel bespreekt een observationele, retrospectieve studie waarin gekeken wordt naar vaccineren tijdens zwangerschap en het risico op covid-gerelateerde ziekenhuisopname van de baby. Ik zou u graag de volgende overwegingen willen meegeven.

Allereerst over de titel die een oorzakelijk verband poneert. Echter, op basis van een dergelijke studieopzet kunnen geen uitspraken gedaan worden over causaliteit.

Het volgende over de eerste zin ‘Covid-19 brengt bij de allerkleinsten die voorlopig nog niet in aanmerking komen voor vaccinatie – een aanzienlijk risico op complicaties mee’. Hierin wordt gesuggereerd dat Covid-19 een risicovolle ziekte is voor ‘de allerkleinsten’ en dat vaccinatie van deze groep slechts een kwestie van tijd is. Terwijl algemeen bekend is dat corona vooral een probleem voor ouderen met overgewicht en meerdere comorbiditeiten. Een analyse van onafhankelijke onderzoekers laat zien dat voor niet-ouderen de voordelen van vaccinatie niet opwegen tegen de risico’s.(ref.1)

Vervolgens staat er ‘Tijdens de zwangerschap zijn mRNA-vaccinaties veilig en geadviseerd om complicaties van zowel moeder als foetus tegen te gaan’. Volgens een vertrouwelijk risico management plan van Pfizer ontbreekt de onderbouwing voor deze absolute claim. Zwangere vrouwen werden uitgesloten van deelname aan de trials.(ref.2) Het Amerikaanse college van verloskundigen en gynaecologen (ACOG) heeft zwangere vrouwen toch geadviseerd om zich te laten vaccineren op basis van een dierstudie.(ref.3) In deze studie werden 44 ratten voor en tijdens dracht geïnjecteerd met het vaccin en 44 ratten met een zoutoplossing. De helft van de gevaccineerde en controle ratten werd gevolgd tot het einde van de dracht, de andere de helft tot 21 dagen na geboorte van de jongen. De onderzoekers concludeerden dat vaccinatie niet resulteerde in schadelijke effecten voor moeders of jongen. ADDIN EN.CITE.DATA (ref.4) Ik maak hierbij de kanttekening dat in de gevaccineerde groep sprake was van een significant hoger percentage ‘pre-implantation loss’, toename in wervel- en ribafwijkingen, en dat de jongen tot slechts 21 dagen na de geboorte gevolgd werden. Onderzoek naar veiligheid bij mensen is wel gepland en gaande.(ref.2)

Naast het ontbreken van onderbouwing van veiligheid zijn er serieuze aanwijzingen voor mogelijke schadelijkheid van de vaccins. Een observationele studie naar oversterfte in Duitsland laat een 11% stijging zien van het aantal doodgeboortes in het tweede kwartaal van 2021, na aanvang van de massale coronavaccinaties.(ref.5) Ook een analyse van cijfers van RIVM en CBS laat een temporale relatie zien tussen totale sterfte in Nederland en vaccinatie.(ref.6) De mRNA-vaccins zouden een oorzakelijke rol kunnen spelen. De werking van het aspecifieke immuunsysteem kan door mRNA-vaccinatie ernstig worden verstoord waardoor bijwerkingen mogelijk worden als neurodegeneratieve ziekte, myocarditis, immuuntrombocytopenie, Bell's verlamming, leverziekte, verminderde adaptieve immuniteit, verminderde respons op DNA-schade en ontwikkeling van tumoren. Dit wordt uitgebreid onderbouwd met mechanistische en observationele studies en door een analyse van meldingen uit het VAERS-systeem, de Amerikaanse database voor bijwerkingen van vaccinaties. (ref.7)

Het artikel eindigt met ‘het devies van de onderzoekers’ van de studie die besproken wordt. Ze raden aan ‘om bij zwangerschap zo snel mogelijk te vaccineren’. Een zwangere vrouw hoort echter voor vaccinatie ook geïnformeerd te worden over de vraagtekens die gezet kunnen worden bij de noodzaak, het gebrek aan solide veiligheidsonderzoek en de mogelijkheid van een verhoogd risico op ernstige bijwerkingen.

Drs. E. van de Voort
A. Luiten, MSC DVM
Literatuur

1.      Walach H, Rainer J. Klement, Wouter Aukema. The Safety of COVID-19 Vaccinations—We Should Rethink the Policy. Vaccines. 2021;9(693).

2.      Pfizer. Pfizer Confidential. (2022). BNT162b2 Risk Management Plan; 2022.

3.      American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG). COVID-19 Vaccination Considerations for Obstetric–Gynecologic Care.  2022  [cited; Available from: https://www.acog.org/clinical/clinical-guidance/practice-advisory/articles/2020/12/covid-19-vaccination-considerations-for-obstetric-gynecologic-care

4.      Bowman CJ, Bouressam M, Campion SN, Cappon GD, Catlin NR, Cutler MW, et al. Lack of effects on female fertility and prenatal and postnatal offspring development in rats with BNT162b2, a mRNA-based COVID-19 vaccine. Reproductive Toxicology. 2021 2021/08/01/;103:28-35.

5.      Kuhbandner C, Reitzner M. Excess mortality in Germany 2020-2022; 2022.

6.      Data doesn't lie: mRNA-vaccines and correlation to all-cause mortality.  2022  [cited; Available from: https://rwmalonemd.substack.com/p/data-doesnt-lie-mrna-vaccines-and?utm…

7.      Seneff S, Nigh G, Kyriakopoulos AM, McCullough PA. Innate immune suppression by SARS-CoV-2 mRNA vaccinations: The role of G-quadruplexes, exosomes, and MicroRNAs. Food and Chemical Toxicology. 2022 2022/06/01/;164:113008.