Trombocytenreceptoren: huidige inzichten en behandelingsmogelijkheden

Klinische praktijk
R.J.G. Peters
A.H.M. Moons
H.R. Büller
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1999;143:1952-7
Abstract

Samenvatting

- Bij de werking van trombocyten tijdens het stelpen van een bloeding na beschadiging van een bloedvat spelen receptoren op de trombocytenmembraan een belangrijke rol.

- Adhesie van plaatjes verloopt via specifieke binding van receptoren; de belangrijkste binding is die van glycoproteïne (Gp) Ib aan Von Willebrand-factor, dat wordt gesynthetiseerd door endotheelcellen.

- Activatie van trombocyten wordt gestimuleerd door adhesie en door agonisten. Zwakke agonisten leiden door productie van tromboxaan A2 en vrijzetting uit granula van agonisten tot een zelfversterkend proces van trombocytenstimulatie; sterke agonisten (zoals trombine) leiden ook tot activatie van Gp-IIb/IIIa-receptoren.

- Aggregatie van trombocyten ontstaat na activatie van Gp-IIb/IIIa-receptoren. Bij stimulatie ontstaat een vormverandering die binding mogelijk maakt met geschikte plasma-eiwitten; hiervan is fibrinogeen de belangrijkste.

- De kennis over trombocytenreceptoren vergroot het inzicht in de prognose en de effectiviteit van bepaalde behandelingen bij ziekten waarbij trombocytenaggregatie een belangrijke rol speelt.

- Van de 6 klassen van antiplaatjesgeneesmiddelen zijn antagonisten van Gp-IIb/IIIa-receptoren de sterkste. In klinische onderzoeken zijn met de intraveneus toegediende vorm goede resultaten behaald bij patiënten met coronairlijden, bij toevoeging daarvan aan acetylsalicylzuur.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, Postbus 22.660, 1100 DD Amsterdam.

Afd. Cardiologie: dr.R.J.G.Peters, cardioloog; A.H.M.Moons, arts-onderzoeker.

Afd. Inwendige Geneeskunde: dr.H.R.Büller, internist.

Contact dr.R.J.G.Peters

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties