Transfusiegerelateerde acute longbeschadiging (TRALI) in Nederland in 2002-2005

Onderzoek
Abstract
J.C. Wiersum-Osselton
L. Porcelijn
D. van Stein
A.P.J. Vlaar
E.A.M. Beckers
M.R. Schipperus
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Transfusiegerelateerde acute longschade (‘transfusion-related acute lung injury’; TRALI) is een van de belangrijkste complicaties van een bloedtransfusie. Men spreekt van TRALI als een patiënt dyspneu en hypoxie krijgt binnen 6 h na een transfusie, mits het niet gaat om cardiaal longoedeem (tabel 1). Bij aanwezigheid van andere…

Auteursinformatie

TRIP Landelijk Hemovigilantie Bureau, Postbus 40.551, 2504 LN Den Haag.

Mw.drs.J.C.Wiersum-Osselton, arts maatschappij en gezondheid; hr.dr.M.R.Schipperus, internist-hematoloog.

Sanquin Diagnostiek, Amsterdam.

Hr.drs.L.Porcelijn, transfusiearts.

Sanquin Bloedbank Zuidwest, Rotterdam.

Mw.drs.D.van Stein, arts-onderzoeker; hr.dr.E.A.M.Beckers, internist-transfusiespecialist.

Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Intensive Care, Amsterdam.

Hr.drs.A.P.J.Vlaar, arts-onderzoeker.

Contact mw.drs.J.C.Wiersum-Osselton (j.wiersum@tripnet.nl)

Reacties

Amsterdam, juli 2008,

Wij hebben de volgende aanvullingen op het artikel van collega Wiersum-Osselton et al. (2008:1784-8). Transfusiegerelateerde acute longschade (TRALI) is een ernstige complicatie van een bloedtransfusie. Het ontbreken van specifieke ziektemarkers en een gebrek aan consensus over de definitie heeft geleid tot variatie in de gerapporteerde incidentie van deze complicatie. De incidentie wordt in de algemene ziekenhuispopulatie geschat op 0,02-0,3% per getransfundeerd bloedproduct.1 2 Met erkenning van de verschillen in definitie en de onderrapportage van TRALI werd in 2004 door 2 commissies van experts een consensusdefinitie geformuleerd.3 4 Men spreekt van TRALI als acute longschade optreedt binnen 6 h na transfusie met een plasmahoudend bloedproduct en als er geen sprake is van cardiaal longoedeem. Indien een andere risicofactor aanwezig is voor het ontstaan van acute longschade, spreekt men van ‘mogelijke’ TRALI.

Wiersum-Osselton et al. vonden dat 0,0017% van de bloedproducten resulteerde in TRALI. Dat de inventarisatie afhangt van actieve meldingen vormt ongetwijfeld voor een deel een verklaring voor dit lage getal. De auteurs concluderen dan ook dat de onvolledige rapportage een betrouwbare schatting van de incidentie niet mogelijk maakt. Een alternatieve verklaring voor het lage aantal TRALI-gevallen in vergelijking met eerdere data is het hanteren van een afwijkende, landelijke definitie, waarbij ‘imputabiliteit’ (de relatie tot de transfusie) wordt gewogen, met name de afwezigheid van een alternatieve verklaring voor de symptomen. Wij zijn van mening dat hantering van deze definitie leidt tot onderdiagnostiek van TRALI, met name bij patiënten op de Intensive Care. Recent zijn er aanwijzingen dat vergeleken met de algehele ziekenhuispopulatie TRALI vaker voorkomt bij kritisch zieke patiënten. Op basis van deze consensusdefinitie werd gevonden dat bij intensivecarepatiënten 1,12% van de bloedproducten leidde tot ‘mogelijke’ TRALI.5 Een verklaring voor een verhoogd risico in deze patiëntengroep kan worden gezocht in de ‘dubbele-hit’-theorie. Het onderliggende lijden van de patiënt is de eerste ‘hit’ en wordt gekarakteriseerd door pulmonale inflammatie met sekwestratie van neutrofielen, ofwel acute longschade. De transfusie is de tweede ‘hit’, die resulteert in activatie van de neutrofielen en het klinisch beeld van TRALI. Bij intensivecarepatiënten is acute longschade een veelvoorkomende complicatie, die veroorzaakt wordt door (pulmonale) inflammatoire condities, zoals aspiratie en pneumonie, maar die ook kan ontstaan in het beloop van een systemisch inflammatoir responssyndroom.

De conclusie is dat er waarschijnlijk sprake is van onderrapportage van TRALI, vooral bij kritisch zieke patiënten. Onderzoek naar risicofactoren in deze patiëntengroep lijkt dan ook aangewezen. Het hanteren van een consensusdefinitie zal de mate waarin de onderzoeksresultaten vergeleken kunnen worden verhogen.

A.P.J. Vlaar
M.J. Schultz
N.P. Juffermans
Literatuur
  1. Clarke G, Podlosky L, Petrie L, Boshkov L. Severe respiratory reactions to random donor platelets: an incidence and nested case-control study. Blood. 1994;84:465a.

  2. Popovsky MA, Moore SB. Diagnostic and pathogenetic considerations in transfusion-related acute lung injury. Transfusion. 1985;25:573-7.

  3. Goldman M, Webert KE, Arnold DM, Freedman J, Hannon J, Blajchman MA. Proceedings of a consensus conference: towards an understanding of TRALI. TRALI Consensus Panel. Transfus Med Rev. 2005;19:2-31.

  4. Kleinman S. A perspective on transfusion-related acute lung injury two years after the Canadian Consensus Conference. Transfusion. 2006;46:1465-8.

  5. Gajic O, Rana R, Winters JL, Yilmaz M, Mendez JL, Rickman OB, et al. Transfusion-related acute lung injury in the critically ill: prospective nested case-control study. Am J Respir Crit Care Med. 2007;176:886-91.

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 4 2026
NTVG nummer 5 2026
NTVG nummer 6 2026