Toekomstig heimwee

Ines Weggelaar
Janneke Brink
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:B556

artikel

Inmiddels is ons coschap alweer over de helft. Naast het afdelingswerk, de operaties en de poli zijn we de laatste weken druk geweest met het inkopen van F75- en F100-ingrediënten, een voedingsformule die door de WHO is beschreven voor de ernstig ondervoede kinderen. En dit gaat uiteraard niet zonder slag of stoot. Hier in Sumve zijn de meeste ingrediënten te koop, sommige zijn zelfs aanwezig in de voorraadkamer van het ziekenhuis. Maar wat niet te koop is, is ook nog niet zo makkelijk te vinden in de grote stad, Mwanza. Gelukkig is het personeel in het ziekenhuis erg enthousiast. Ondertussen is de voeding er wel, maar hebben wij er niet aan gedacht om maatbekers en een nauwkeurige weegschaal mee te nemen. Die komen dan de volgende keer wel als we naar de stad gaan. Nog maar een weekje geduld dan.

Dat het coschap al richting het einde loopt realiseren we ons steeds meer, en hoe vol we in eerste instantie waren van in onze ogen bizarre dingen, rare casuïstiek en onbegrip, we beseffen toch ook wel dat we ons Afrikaanse leventje gaan missen. Het is soms te mooi om waar te zijn en dat is behalve al die hilarische, weerzinwekkende en ook wel ernstige anekdotes ook zeker het noemen waard.

Het weer is hier altijd goed, de hete middagen worden afgewisseld met koele regenbuien. De sterrenhemel schittert bijna iedere avond. We wonen in een rotsachtig gebied met groene heuvels vol met mangobomen, akkers en grazende koeien en geitjes. De prachtigste vogels en de meest kleurrijke hagedissen schieten voor je langs – die schorpioenen, slangen, muggen en gigantische spinnen nemen we voor lief. Iedereen lacht, begroet je, zwaait, wil een praatje maken en dat oer-Hollandse gemopper kent men hier niet (nou ja, tenzij je aan een verpleegkundige vraagt of ze nu een bloedsuiker wil prikken…). In de weekenden genieten we in Mwanza van absolute rust en ontspanning (wijntje, boottochtje over het Victoriameer, duik in het zwembad) en vergeten we even al die hongerige en zieke kindjes. Totdat we zondagmiddag weer in die zweterige, overvolle bus over die onverharde, ruige weg richting Sumve stappen. Als we na die slopende reis, na door iedereen weer verwelkomd te zijn, bij ons prachtige huis aankomen voelen wij ons helemaal thuis. Nog maar even koesteren dus.

Ook interessant

Reacties