Thyreotoxicose na gebruik van Ashwagandha
Open

Farmacotherapie
25-11-2005
C.S. van der Hooft, A. Hoekstra, A. Winter, P.A.G.M. de Smet en B.H.Ch. Stricker

Bij een 32-jarige, gezonde vrouw ontwikkelde zich thyreotoxicose tijdens gebruik van capsules met Ashwagandha-kruidenextract. Deze werden gebruikt tegen klachten van chronische vermoeidheid. Zij gebruikte geen andere (genees)middelen. In de eerste weken gebruikte zij af en toe de capsules zonder klachten, maar na verhoging van de dosering kreeg zij klinische verschijnselen die deden denken aan thyreotoxicose. Laboratoriumonderzoek bevestigde de diagnose. De klachten verdwenen spontaan na staken van de inname van capsules met Ashwagandha en de laboratoriumuitslagen normaliseerden. Voorzover bekend is deze relatie niet eerder beschreven bij mensen. Er zijn echter aanwijzingen uit dierexperimentele studies dat Ashwagandha de concentratie van schildklierhormoon in serum kan verhogen. Deze ziektegeschiedenis suggereert dat thyreotoxicose een mogelijke ernstige bijwerking is van Ashwagandha.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:2637-8

Het kruid Ashwagandha (Withania somnifera; winterkers; figuur) is bekend uit de traditionele ayurvedische geneeskunst uit India en wordt gebruikt tegen klachten als chronische vermoeidheid, stress en slapeloosheid. Ook in de westerse wereld staat Ashwagandha bij sommigen bekend als een middel ter verhoging van de energie, verbetering van de algehele gezondheid en ter preventie van ziekten.1 Deze gezondheidsclaims zijn overigens onvoldoende aangetoond. Kruidenextracten zijn te koop in verschillende gezondheidswinkels of via internet. In dit artikel willen wij de aandacht vestigen op de ziektegeschiedenis van een patiënte bij wie zich thyreotoxicose ontwikkelde tijdens het gebruik van Ashwagandha.

ziektegeschiedenis

Patiënt A, een 32-jarige, gezonde vrouw, startte 8 maanden na een normale zwangerschap met het gebruik van capsules Ashwagandha-kruidenextract (Holisan; Lelystad) vanwege langdurige vermoeidheid. Zij gebruikte geen andere (genees)middelen. Gedurende een periode van 6 weken nam zij af en toe een capsule van 250 mg zonder klachten. Na verhoging van de dosis tot 2 capsules per dag (de geadviseerde dosis), kreeg zij klachten van gewichtsverlies (10 kg in enkele weken) bij normale eetlust, trillerigheid, hartkloppingen en verwardheid. Zij had geen koorts. De vrouw stopte met het gebruik van Ashwagandha omdat zij een relatie vermoedde tussen dit gebruik en haar klachten en zij bezocht daarom haar huisarts.

De huisarts zag een rusteloze vrouw die bij lichamelijk onderzoek een snelle pols en een normale tot licht diffuus vergrote, pijnloze schildklier had. Er was geen exophthalmus. Bloedonderzoek bracht een concentratie van thyreoïdstimulerend hormoon (TSH) van < 0,01 mU/l (referentiewaarde: 0,3-4,0) en van vrij thyroxine (FT4) van 33,9 pmol/l (11-22) aan het licht. Antistoffen tegen thyreoglobuline en antimicrosomale autoantistoffen waren afwezig. De diagnose ‘thyreotoxicose’ werd gesteld. In de familie van patiënte kwamen geen schildklierziekten voor. De huisarts gaf geen behandeling, maar adviseerde de vrouw het gebruik van Ashwagandha definitief te staken.

Na het staken van het gebruik van het middel namen de klachten sterk af en 4 weken na het stoppen werd opnieuw bloedonderzoek verricht: de concentratie TSH en FT4 was genormaliseerd (1,76 mU/l, respectievelijk 17,9 pmol/l). Een jaar later verkeerde zij nog steeds in goede gezondheid.

beschouwing

In de beschreven ziektegeschiedenis was er een nauwe tijdsrelatie tussen het gebruik van Ashwagandha en het ontstaan van thyreotoxicose en het verdwijnen van de symptomen na staken van het middel. De snelle normalisatie van de schildklierhormonen, de afwezigheid van koorts, exophthalmus en een pijnlijke gezwollen schildklier, verkleinen de kans op bekende oorzaken van thyreotoxicosis zoals de ziekte van Graves, toxisch multinodulair struma en subacute thyreoïditis. Differentiaaldiagnostisch is er tevens gedacht aan een post-partumthyreoïditis en een stille thyreoïditis, die spontaan kunnen overgaan. Echter, het late optreden van de symptomen pleit tegen een post-partumthyreoïditis, aangezien die doorgaans binnen 6 maanden na de zwangerschap optreedt, terwijl de symptomen van thyreotoxicose bij onze patiënte 10 maanden na het einde van de zwangerschap optraden. Bovendien pleit de afwezigheid van antistoffen tegen thyreoglobulinen en microsomale autoantilichamen in het bloed tegen de genoemde vormen van thyreotoxicose.

De nauwe tijdsrelatie tussen het gebruik van Ashwagandha en de verandering in de serumspiegels van het schildklierhormoon suggereren een causale relatie, maar bewijzen deze niet. De capsules met Ashwagandha zijn in het laboratorium onderzocht op conventionele stoffen, zoals schildklierhormonen of jood, die de abnormale bevindingen zouden kunnen verklaren. Geen van deze stoffen is gevonden. Er zijn echter aanwijzingen uit dierexperimentele studies dat Ashwagandha de serumspiegels van schildklierhormoon (T3 en T4) aanzienlijk kan verhogen.2-4 Naar aanleiding hiervan wordt verondersteld dat het kruid de schildklier stimuleert om thyroxine te synthetiseren en/of uit te scheiden. Voorzover wij in de medische literatuur konden nagaan, is dit verband nog niet eerder bij mensen beschreven. Deze ziektegeschiedenis suggereert dat thyreotoxicose een mogelijke ernstige bijwerking is van Ashwagandha.

Consumenten denken vaak ten onrechte dat kruidengeneesmiddelen onschuldig zijn en geen ongewenste effecten hebben, temeer omdat de productinformatie dit meestal niet vermeldt en de producten zonder recept verkrijgbaar zijn. Uit de medische literatuur blijkt echter duidelijk dat meerdere kruiden bij geneeskundige toepassing ernstige bijwerkingen kunnen veroorzaken.5 De literatuur en de door ons beschreven ziektegeschiedenis tonen aan dat het belangrijk is om er bij de diagnostiek rekening mee te houden dat behalve geneesmiddelen, zoals amiodaron en lithiumzouten, ook kruiden thyreotoxicose kunnen veroorzaken.6

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur

  1. Mishra LC, Singh BB, Dagenais S. Scientific basis for the therapeutic use of Withania somnifera (ashwagandha): a review. Altern Med Rev. 2000;5:334-46.

  2. Panda S, Kar A. Changes in thyroid hormone concentrations after administration of ashwagandha root extract to adult male mice. J Pharm Pharmacol. 1998;50:1065-8.

  3. Panda S, Kar A. Withania somnifera and Bauhinia purpurea in the regulation of circulating thyroid hormone concentrations in female mice. J Ethnopharmacol. 1999;67:233-9.

  4. Panda S, Kar A. Effects of root extract of Ashwagandha, Withania somnifera, on function of thyroid in cockerel. Indian J Anim Sci. 1997;67:575-6.

  5. Smet PA de. Herbal remedies. N Engl J Med. 2002;347:2046-56.

  6. Smet PAGM de, Stricker BHCh, Wilderink F, Wiersinga WM. Hyperthyreoïdie tijdens het gebruik van kelptabletten. Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:1058-9.