Tandheelkundige behandelingsmogelijkheden voor de edentate patiënt

Klinische praktijk
M.S. Cune
C. de Putter
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:1157-61

Zie ook de artikelen op bl. 1153 en 1161.

Ongeveer een kwart van de Nederlanders van 16 jaar en ouder bezit een volledige gebitsprothese voor zowel de boven- als de onderkaak.1 Deze frequentie is gelukkig geleidelijk aan het afnemen door de toegenomen tandheelkundige mogelijkheden, een meer preventief gericht beleid en de mede hierdoor toegenomen gebitsbewustheid onder de bevolking. Naar verwachting kan en zal deze ontwikkeling zich in de toekomst voortzetten, echter een aanzienlijke groep edentaten resteert.2

Hoewel verondersteld wordt dat bij het merendeel van de edentaten de gebitsprothese min of meer probleemloos functioneert, blijkt naar schatting 5-25 van hen problemen te ondervinden met betrekking tot de gebitsprothese.34 De klachten betreffen voornamelijk het loszitten van veelal de onderprothese, pijnlijke plekken op de mucosa veroorzaakt door de gebitsprothese en, in iets mindere mate, de esthetiek van de gebitsprothese en het uiterlijk.5 Als afgeleide van deze klachten…

Auteursinformatie

Rijksuniversiteit, vakgroep MondziektenKaakchirurgie en Bijzondere Tandheelkunde, Postbus 80.037, 3508 TA Utrecht.

Dr.M.S.Cune en prof.dr.C.de Putter, tandartsen.

Contact dr.M.S.Cune

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties