Superieure gezondheid door superfoods en diëten

Kan de wetenschap concurreren met voedingshypes?
Stand van zaken
14-12-2020
Liesbeth A. Smit en Rob van Berkel

Reacties (1)

Inloggen om een reactie te plaatsen
Karen Freijer
18-12-2020 17:53

Arts en Voeding

Wat een goede conclusie. Helaas is het nog steeds zo dat iedereen voedingsadviezen mag geven, ook al kan dit levensgevaarlijk zijn. Voeding is een complex en uitdagend vak waarvoor een opleiding van minimaal 4 jaar hbo niveau nodig is om te kunnen begrijpen hoe complex dit vakgebied is. Er kan zelfs heel veel schade aangericht worden als er verkeerde voedingsadviezen opgevolgd worden - deze nadelige gevolgen zijn niet altijd op de korte termijn te bemerken en hoe langer iemand verkeerde voeding tot zich neemt, hoe moeilijker de schade te herstellen is. Voeding is de benzine en olie van ons lichaam - zowel de hoeveelheden als de kwaliteit van de voedingsstoffen zijn belangrijk om "de auto (ons lichaam)" te kunnen laten rijden. Iedereen weet dat zonder voeding, het leven ophoudt. Zo is het ook dat onvolwaardige voeding/verkeerde voeding zal resulteren in schade. Om ervoor te kunnen zorgen dat de patiënt een optimale zorg krijgt, is het noodzakelijk dat de juiste zorg op het juiste moment ingezet wordt. Dit is alleen te bereiken als een ieder de focus houdt op het vakgebied waarvoor hij/zij is opgeleid en de kennis en kunde van een ander vakgebied inroept door een daarvoor opgeleide professional tijdig in te zetten - lang leve de multidisciplinaire aanpak. Zo zijn een voedingswetenschapper en diëtist de opgeleide professionals op het gebied van voeding: de voedingswetenschapper op gebied van onderzoek en de diëtist weet exact hoe de wetenschap om te zetten in praktische adviezen voor de betreffende patiënt. De artsenwijzer - https://www.artsenwijzerdietetiek.nl/ - is een handige tool voor artsen waarin per ziekte/aandoening te zien is, wanneer algemene voedingsadviezen volgens de richtlijn goede voeding (Schijf van 5 van Voedingscentrum) volstaan en wannneer een dietist ingezet zou moeten worden. Ook wordt helaas nog teveel onderschat welke schade er kan ontstaan als geen rekening gehouden wordt met de mogelijke interacties van voeding en medicatie. Kennis bundelen is hiervoor echt nodig: samenwerking van diëtist met arts. In het ETZ te Tilburg is hiervoor zelfs een nieuwe functie van farmadiëtist tot stand gekomen omdat duidelijk is hoeveel ellende voorkomen kan worden als deze kennis gebruikt wordt. 

Kortom laten we als professionals ervoor zorgen dat de patiënt/cliënt de jusite zorg krijgt (multidisciplinaire aanpak) en deze hierop kan vertrouwen zodat zelf 'shoppen' in het oerwoud van gevaarlijke voedingsadviezen niet nodig is. Hiermee kunnen we veel ellende, onnodige tijd en geld besparen voor zowel de patiënt/cliënt als de zorgprofessionals.

Karen Freijer, algemeen manager Partnerschap Overgewicht Nederland (PON)